‘Daar sta je dan naast de beste voetballer ter wereld’

‘Daar sta je dan naast de beste voetballer ter wereld’

Jaap Visser van Kick uitgevers schrijft elke maandag een blog over de geschiedenis van Ajax. Deze week gaan we terug naar 8 juli 1997, de dag waarop het leven van Dick van Dijk (51) na twee weken coma plotseling eindigt in een Zuid-Frans ziekenhuis.

Dick van Dijk, en met hem heel FC Twente, is op de natte zondag 3 november 1968, een plaag voor Ajax, dat in het stampvolle en uitgelaten Stadion Diekman een flink pak slaag krijgt: 5-1. Dick van Dijk maakt er drie en zijn 3-1 is om in te lijsten. Bal aannemen op de borst en vreselijk hard raak volleren. De geboren Gouwenaar zet zichzelf met dit hoogstandje boven aan het wensenlijstje van Rinus Michels.

Hulpeloos
Ajax is drie keer achter elkaar landskampioen geworden, maar moet in 1969, mede door de afgang in Enschede, de titel aan Feyenoord laten. Wel wordt de finale van de Europa Cup gehaald, maar na een kansloze nederlaag tegen AC Milan (4-1) dankt Michels onder anderen aanvaller  Klaas Nuninga af. In zijn plaats komt Van Dijk, voor het recordbedrag van 600.000 gulden.

Ook bij Ajax scoort Dickie makkelijk en vaak, maar in de droomvoorhoede met Swart, Cruijff en Keizer kan hij zijn draai niet echt vinden. Het Amsterdamse aanvalsspel is volledig afgestemd op Cruijff en Van Dijk staat er vaak wat hulpeloos bij, wat hem bij het publiek niet echt geliefd maakt. En bovendien, na zijn eerste seizoen (waarin hij kampioen wordt en nog wel 23 competitietreffers maakt, evenveel als Cruijff) heeft Van Dijk de pech dat Michels van spelsysteem verandert: 4-2-4 wordt 4-3-3 en dat betekent dat er voorin een mannetje minder nodig is. Van Dijk wordt twaalfde man, een pinchhitter die mag opdraven als Cruijff gekwetst is of als het voorin een keertje niet lekker loopt.

Hoewel hij de man is van de glorieuze openingsgoal in de Europa Cup-finale van 1971 op Wembley, tegen Panathinaikos, verpietert Van Dijk op de reservebank, terwijl het gouden Ajax zijn grootste successen viert.

Bacteriële infectie
Tegen interviewer Pim Stoel van Het Parool zegt hij in januari 1972: ‘Ja, daar sta je dan. Naast de beste voetballer ter wereld, want dat is hij. Wat moet je dan, het publiek kijkt en weegt af. En je bent sowieso de verliezer. Ik begrijp dat. Ik zie Johan ook dolgraag spelen. Vanaf de reservebank ben ik daarvoor aardig in de gelegenheid, de laatste tijd.’

Na drie jaar, en toch nog 69 goals in 117 officiële wedstrijden, gaat Van Dijk zijn voetbal- en levensgeluk in Zuid-Europa zoeken. Hij speelt nog wat bij Nice en Murcia, waarna hij zich aan de Côte d’Azur als makelaar vestigt. Het zonnige leven lacht de zakenman Dirk Wouter Johannes van Dijk toe, totdat hij bij een controlebezoek aan een ziekenhuis in Nice een fatale bacteriële infectie aan de hartkleppen oploopt.

[Kick uitgevers is de boekenpartner van Ajax en uitgever van het  Jaarboek dat een nieuwe formule heeft gekregen en zal uitgroeien tot de Ajax-Encyclopedie. Bestel hier deel 1 van de Ajax-Encyclopedie]

Fotobijschrift boven: Dick van Dijk passeert keeper Jaap Poldervaart maar scoort niet. Ajax-Haarlem 4-0, 16 mei 1971.

[Nationaal Archief/Anefo, 924-5602]

Fotobijschrift onder: Finaledoelpuntmaker Dick van Dijk heeft in de paleistuin van Soestdijk op 3 juni 1971, de dag na de Europa Cup-zege in Londen, een onderonsje met koningin Juliana. In het midden Nico Rijnders (met glas) en Horst Blankenburg. Rechts Gerrie Mühren.

[Nationaal Archief/Anefo, 924-6141]