1994-1995: Ajax is Milan drie keer de baas

Acht seizoenen geleden won een jong Ajax de Champions League. Tegenstander in de finale was dezelfde opponent als komende woensdag: AC Milan. In dat seizoen wisten de Amsterdammers de Milanese formatie maar liefst drie keer te verslaan. Grote overeenkomst tussen het Ajax van toen en nu is de lage gemiddelde leeftijd, tegenover de schat aan ervaring bij Milan.

Twintig jaar nadat Ajax de Europese Supercup won ten koste van AC Milan, kwamen beide clubs elkaar weer tegen in Europees verband. In 1994 deed Ajax voor het eerst mee aan de nieuw opgezette 'Champions League'. In groep D lootten de Amsterdammers de Associazione Calccio Milan, de club die precies drie maanden ouder is dan Ajax. De Italianen waren zwaar favoriet voor de winst in de eerste wedstrijd in Amsterdam. De Ajacieden achtten zichzelf echter niet kansloos, want de Italianen zouden vermoeid zijn. Daarnaast waren maar liefst vier spelers, Panucci, Massaro, Tassotti en Albertini, geschorst en waren vijf spelers geblesseerd. In het Ajax-kamp was ook niet alles koek en ei, Danny Blind en Frank de Boer hadden huiduitslag, maar waren wel inzetbaar. Bij Milan speelde Ruud Gullit, die in het Olympisch Stadion getrakteerd werd op een enorm fluitconcert dat de hele wedstrijd duurde.

In de eerste helft speelde Ajax voorzichtiger en kreeg slechts Edgar Davids een klein kansje. Na rust echter, kwamen de Amsterdammers als herboren uit de kleedkamer, wierpen alle angst van zich af en speelden met de spreekwoordelijke Amsterdamse bluf. Zes minuten na rust werd die inzet beloond. Ronald de Boer speelde Kluivert aan, die terugkaatste op de middenvelder. De Boer liep door en passeerde doelman Rossi met een prachtige boogbal: 1-0. Een klein kwartier later werd het nog pijnlijker voor Milan. Overmars zette vanaf links voor op Jari Litmanen, die de bal hard en hoog links in het net schoot. Reiziger schakelde Gullit volledig uit, Davids was de motor op het middenveld en Ronald de Boer had zijn directe tegenstander volledig in de zak. Daarvoor kreeg hij een publiekswissel van trainer Louis van Gaal.

De return in november vond niet plaats in Milaan. In een andere poulewedstrijd werd de doelman van Salzburg, tegenstander van Milaan, geraakt door iets wat de Italiaanse tifosi uit het publiek gooiden. De UEFA strafte Milan, waardoor het de return tegen Ajax in een ander stadion moest spelen. Het Nereo Rocco-stadion in Triëst was daarvoor de aangewezen plek. Zo super als Ajax in de eerste wedstrijd speelde, zo explosief openden de Amsterdammers ook nu het duel. Al na twee minuten moest Rossi vissen. Reiziger passte op Ronald de Boer, die gaf een dieptepass op Litmanen die vervolgens Rossi verbouwereerd achterliet.

Milan kwam na die snelle achterstand beter in het spel. Zowel Ajax als Milan kreeg wat kansjes, Lentini wist de grootste voor zijn club niet te benutten. In de 66ste minuut hielp Franco Baresi ongewild zijn tegenstanders. Een voorzet van Finidi George kopte de Italiaanse verdediger in eigen doel. Weer wist Ajax AC Milan met 2-0 te verslaan en nu nog wel in Italië. Hoewel ook de Italianen natuurlijk in Triëst niet helemaal een thuiswedstrijd speelden. Frank Rijkaard was de uitblinker. De Ajacied zou na dat seizoen een punt achter zijn carriere zetten en werd daarom door de Italiaanse fans luid toegezongen. Rijkaard wist toen echter nog niet dat het voor hem niet de laatste ontmoeting tussen 'zijn' twee clubs zou zijn.

Op 24 mei 1995 stonden de twee clubs namelijk weer tegenover elkaar. De finale in de Champions League werd gespeeld in Wenen. Een blessure bij Rijkaard leek te voorkomen dat hij nog eens tegen zijn oude club zou spelen. Hij werd echter gespaard en kon aantreden. Ajax won het competitieduel voor de finale met 5-0 van Feyenoord, Milan verloor van Napoli. Ajax was dus nog steeds in de winning mood. Van Gaal drong zijn team, net als Koeman nu, in de underdog-positie. Milan had tenslotte in de voorgaande zeven jaren maar liefst vijf keer in een Europese finale gestaan. Litmanen, Kluivert en Rijkaard waren nog twijfelgevallen voor het vertrek naar Wenen. In de Oostenrijkse stad aangekomen, trainde Rijkaard de dag voor de finale weer mee.

Naast de Cup met de grote oren, wilde trainer Van Gaal nog een prestigeslag winnen. De trainer van Parma, Scala, had namelijk gezegd dat met zulk mooi en aanvallend voetbal als Ajax speelde, nooit een internationale prijs gewonnen zou kunnen worden. Van Gaal wilde natuurlijk het tegendeel bewijzen en dat kon maar op een manier: AC Milan voor de derde keer verslaan.

Ajax begon slecht aan de wedstrijd en leed teveel balverlies. De spitsen waren nauwelijks aanspeelbaar en het middenveld was zwak. Een ongewoon hoogtepunt kende de eerste helft wel: uit woede over een niet door de scheidsrechter gesignaleerde overtreding van Desailly op Litmanen, stormde van Gaal de dug-out uit en deed langs de lijn de karate-trap van de Fransman na. Later vertelde Van Gaal dat hij dat deed omdat hij vond dat er íets moest gebeuren. Milan had het beste van het spel en dreigde te gaan winnen. Frank Rijkaard hielp zijn coach na rust om wat meer agressie in de Amsterdamse formatie te krijgen. Rijkaard had al eens een finale verloren en wilde koste wat het kost een tweede keer voorkomen. De harde woorden die halverwege in de kleedkamer vielen, misten hun uitwerking niet. Kanu was na rust dicht bij een doelpunt. Twintig minuten voor tijd kwam Kluivert in het veld voor Litmanen. Ajax kreeg daardoor meer grip op de wedstrijd. Vier minuten voor tijd pakte de wissel goed uit. Een afzwaaiende pass van Finidi belandde bij Overmars die de bal meegaf aan Davids. Deze legde breed op Rijkaard. Kluivert liep in, kreeg de bal aangespeeld, sprong over Boban heen en scoorde met zijn linkervoet. De Ajacieden ontploften bijna van vreugde. De laatste minuten leken uren te duren. Rijkaard moest nog redding brengen in het strafschopgebied, Blind had nog een kans op 2-0, maar het bleek allemaal niet meer uit te maken. De vreugde was ongekend groot, Rijkaard had zich geen beter afscheid kunnen voorstellen. Tweehonderdduizend mensen hadden zich de dag erna verzameld in Amsterdam om hun helden binnen te halen. De jonge selectie had gepresteerd wat niemand durfde dromen: het winnen van de Champions League. De dooddoener dat alles in voetbal kan, werd eens te meer bewaarheid.