Aanstelling Van Gaal deel II

Op nationaal niveau was Ajax onder Van Gaal jarenlang ongenaakbaar. In 1993 wonnen de Amsterdammers de beker. Vervolgens werd in 1993, 1994 en 1995 zowel de landstitel als de nationale Supercup in de wacht gesleept.

Louis van Gaal werd in 1995 in alle grote nationale en internationale verkiezingen uitgeroepen tot Coach van het Jaar. Bij zijn afscheid van Ajax in 1997 ontving hij voor zijn verdiensten niet alleen de Zilveren Sportmedaille van de Stad Amsterdam, maar werd hij tevens Koninklijk onderscheiden en gedecoreerd als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Arie van Eijden: “Met Louis van Gaal krijgt Ajax een technisch directeur met een indrukwekkende staat van dienst. Iemand met zo’n erelijst heeft recht van spreken.”

Louis van Gaal kwam als voetballer uit voor De Meer, Ajax, FC Antwerp, Telstar, Sparta en AZ. In de seizoenen 1971-1972 en 1972-1973 speelde hij in Ajax 2. In totaal speelde hij 333 competitiewedstrijden op het hoogste niveau. In die 333 duels maakte hij 34 doelpunten.

Louis van Gaal trad in het seizoen 1987-1988 als trainer van Ajax 2 en de A1 in dienst bij Ajax. Vlak na het begin van het seizoen 1988-1989 volgde hij samen met Spitz Kohn Kurt Linder op bij Ajax 1. Kohn en Van Gaal finishten met Ajax als tweede in de competitie.

Na ruim een jaar als assistent van Leo Beenhakker te hebben gefungeerd, werd Van Gaal op 28 september 1991 benoemd tot technisch directeur. Vanuit die functie volgde hij Leo Beenhakker op als trainer van het eerste elftal van Ajax. In 1992 veranderde zijn titel in directeur betaald voetbal.

In de zomer van 1997 vertrok Louis van Gaal bij Ajax om drie seizoenen lang FC Barcelona onder zijn hoede te nemen. Met de Catalaanse trots won hij in 1998 en 1999 de landstitel, in 1998 de Spaanse beker en in hetzelfde jaar de Europese Supercup.

Na Barcelona volgden veertien wedstrijden als bondscoach van het Nederlands elftal. Louis van Gaal debuteerde op 2 september 2000 tijdens het WK-kwalificatieduel tegen Ierland (2-2) en zat voor het laatst als bondscoach op de bank op 10 november 2001 tijdens een vriendschappelijke ontmoeting met Denemarken (1-1). Ondanks dat Van Gaal in 14 interlands 8 zeges, 4 gelijkespelen en slechts 2 nederlagen boekte, slaagde Oranje er onder zijn leiding niet in zich te kwalificeren voor het WK 2002 in Korea en Japan.

Medio 2002 kreeg Louis van Gaal andermaal de leiding over FC Barcelona. In de UEFA Champions League won hij met Barcelona 10 keer op rij. Op 28 januari 2003 kwam er een einde aan Van Gaals tweede dienstverband bij de Spaanse club.

Zijn periode met Spitz Kohn meegeteld, coachte Louis van Gaal Ajax in 227 competitieduels. Daarin boekte hij 156 zeges en 42 gelijkespelen. Slechts 29 duels werden verloren. In de competitiewedstrijden werd 558 keer gescoord. Ajax kreeg 184 doelpunten tegen. Ook in bekerduels is de staat van dienst van Van Gaal bij Ajax indrukwekkend: 22 wedstrijden met 16 zeges, 6 nederlagen, 72 doelpunten voor en 28 tegen.

In Europese bekercompetities won Van Gaal met Ajax 38 wedstrijden en speelde hij 8 keer gelijk. In 60 wedstrijden leed Ajax slechts 14 keer een nederlaag. De Europese balans onder Van Gaal slaat bovendien met 106 doelpunten voor en 39 tegen ver door in Amsterdams voordeel.

In het tijdperk Van Gaal won Ajax ook nog 58 vriendschappelijke wedstrijden en speelde 6 keer gelijk in oefenduels. Er werd 24 keer vriendschappelijk verloren met een totaaldoelsaldo van 362 doelpunten voor en 112 tegen.

Louis van Gaal is bij Ajax houder van een aantal indrukwekkende records. Samen met Stefán Kovács deelt hij met 19 wedstrijden het record van meeste zeges op rij in de Eredivisie. Daarnaast bleef Van Gaal in 1995 met Ajax 42 officiële wedstrijden op rij ongeslagen. In de Eredivisie leed Ajax onder Louis van Gaal van 28 augustus 1994 tot en met 24 december 1995 geen enkele nederlaag: een serie van 52 wedstrijden!

Foto's: www.proshots.nl