Afscheid van een ambassadeur

Onder grote belangstelling is dinsdagochtend op De Toekomst afscheid genomen van Jany van der Veen. De voormalig speler, jeugdtrainer en scout van Ajax overleed vorig jaar op 28 december. Van der Veen werd 84 jaar. Hij werd lid van Ajax op 1 augustus 1934. Hij was 53 jaar lid van Ajax, de club die in hem “een ambassadeur van en voor Ajax” verloor.

Ze waren er zo goed als allemaal. Ruim 200 Ajacieden maakten dinsdag van de gelegenheid gebruik afscheid te nemen van Adrianus W.H. van der Veen, van Jany van der Veen, van Meneer Van der Veen. De nagedachtenis aan Van der Veen, die zijn lichaam aan de medische wetenschap beschikbaar wilde stellen, werd vooral belichaamd in een indrukwekkend zwart-wit portret van de ‘superscout’.

En voor het bewijzen van de laatste eer was kennelijk geen afstand te ver. Edgar Davids was speciaal vanuit Italië naar De Toekomst gekomen. Vrijaf gekregen van Juventus met de belofte om meteen weer terug te vliegen.

Maar ook Rinus Michels, Louis van Gaal, Sjaak Swart, Piet Keizer, Cor van der Hart, Ton Pronk en vele, zeer vele oud-Ajax-strijders, fier en koen. 'Een echte Ajacied is niet meer', had op de rouwkaart gestaan en precies zo dachten de aanwezigen erover.

Het was een sobere bijeenkomst. Precies op het moment dat de training van Ajax onder leiding van Ronald Koeman van start ging, startte 200 meter verder de gedenkbijeenkomst voor Jany van der Veen. Hij zou het zelf waarschijnlijk als een eerbetoon hebben opgevat. ,,Jany van der Veen was voetbal, voetbal was Ajax, dus Jany van der Veen was Ajax," zoals de familie het in een toespraak uitdrukte.

Ze repten ook van de kleine aantekeningenbriefjes die altijd door huize Van der Veen slingerenden. Kleine 10-bij-10 kladjes met opstellingen, namen van opvallende spelers en andere dingen die Jany van der Veen niet aan zijn aandacht mochten ontglippen. Hoe moeilijk waren dan ook zijn laatste jaren in het Slotervaart Verpleeghuis, waar zijn oog voor detail vervaagde in zijn verloren strijd met de ziekte van Alzheimer.

Juist in die briefjes, zo hield de familie de aanwezigen voor, klonk het wezen van Jany van der Veen door. Een neusje ('Zeg maar gerust een Neus', volgens Ajax-directeur Arie van Eijden) voor talent. Het briefje van de laatste pagina van het plakboek van Jany van der Veen was in dat kader heel veelzeggend.

Met hun veelal amateurverenigingen keurig vermeld, had Jany van der Veen de talenten om in het oog te houden op 10-bij-10 centimeter genoteerd: J. Bosman, M. Vink, gebroeders Witschge, A. Winter, S. Menzo, H. Meijer, E. Regtop, E. Davids.

Toen hoefde niemand meer te vragen waarom Davids zijn gezicht op De Toekomst liet zien. Davids herinnerde zich dat Van der Veen na afloop van een wedstrijd tussen SDW en Ajax naar hem toekwam om zijn gegevens te noteren. Dat Van der Veen een katalysator voor zijn carrière was, vulde Davids aan met: ,,Jany van der Veen èn mevrouw Kluivert. Die heeft mij ook altijd heel erg gestimuleerd. Ik herinner me nog dat Jany van der Veen en zijn vrouw later toen ik bij Ajax speelde altijd naar mij toekwamen. Meneer Van der Veen vroeg dan altijd of alles goed ging en of ik het wel naar mijn zin had bij Ajax."

Arie van Eijden speelde onder Jany van der Veen, die zelf 116 keer voor Ajax 1 uitkwam, en kwam in zijn toespraak uitvoerig terug op het roemruchte juniorenseizoen 1964-1965.

Johan Cruijff, hoogstpersoonlijk door Jany van der Veen bij Ajax gelanceerd, Rolf Grootenboer, Barry Hulshoff, hij en andere sterke jeugdspelers werden in dat jaar kampioen. Maar op Van Eijdens netvlies staat gegrift hoe Jany van der Veen invulling gaf aan het begrip teambuilding. Van Eijden: ,,Dan moesten we op vrijdagavond naar de Hogeweg. Werden we keurig langs de wanden opgesteld en dan gingen de schuifdeuren dicht. De dochters van Jany mochten niets horen. Alleen zijn vrouw Loes mocht binnen om nog wat frisdrank te schenken. En dan kregen we er van langs. Maar hij gaf ons ook de gelegenheid om te zeggen: 'Maar meneer Van der Veen, wij zien dat toch zus of zo'. Ook daarvoor stond hij open. Zo was hij ook weer."

Van der Veen bracht zijn spelers respect bij. Van Eijden: ,,Altijd drie stapeltje: sokken, shirtjes, broekjes. En er mocht na de wedstrijd geen halve sok weg zijn, want dan moest er net zo lang worden gezocht tot die halve sok boven water kwam. Met ballen hetzelfde. Uren moesten we soms na de training blijven om te zoeken naar die ene bal die we richting de Middenweg hadden getrapt."

Discipline bij Jany van der Veen, dat was afspraak-is-afspraak. Van Eijden herinnerde zich in zijn toespraak een trainingskamp waar tien uur thuis ook tien uur thuis betekende en geen minuut later. Toen Gerrie Splinter de eerste avond met een geleende gouden Ajax-speld bij de bel voor de laatste ronde toch nog een meisje aan de haak sloeg en zich dus te laat in het hotel meldde, kreeg de voltallige selectie het voor elkaar Van der Veen te bewegen Splinter niet naar huis te sturen.

Maar toen Arie van Eijden en Johan Cruijff een dag later na het eten van een patatje de kleine wijzer richting de tien en de grote wijzer richting de twaalf zagen kruipen, wisten beiden dat hun laatste uur had geslagen. Van Eijden: ,,Ik zei tegen Cruijff: ‘Dit gaan we niet meer redden, vriend.’ Johan en ik hebben toen onze laatste spaarcenten op een hoop geveegd en een taxi genomen. Buiten stond de hele selectie juichend op ons te wachten. Toen de klok tien sloeg, stapten wij uit de taxi. En Jany van der Veen juichte om het hardst mee."

Van Eijden wees de aanwezigen er dan ook op dat niet alleen de Ajacieden als speler veel aan Jany van der Veen te danken hadden, maar ook als mens. Co Meijer, die namens de spelers sprak, kon dat alleen maar onderstrepen. Meijer: ,,Hij kon je zo motiveren. Had je net een wedstrijd gespeeld, ging je naar huis en dan had je het gevoel dat je nog wel vijf wedstrijden kon spelen."

Soms, zo herinnerde Meijer (die bij De Volewijckers furore maakte) zich voor de camera van AT5, had Van der Veen een truc nodig om te motiveren. Waar het team van Meijer bij een 1-0 achterstand in de rust ooit een donderspeech verwachtte, daar tracteerde Van der Veen zijn spelers op thee die vreemd smaakte. En je ging er nog vreemd van transpireren ook. Meijer: ,,Van der Veen had een fles vieux door de thee gegoten."

Rinus Michels benadrukte vooral de eenvoud van Jany van der Veen. Michels: ,,Ik maakte hem voor het eerst mee op een trip naar IJsland. Dat was mijn eerste buitenlandse trip (in juli 1949, red.). Daar heb ik heel veel aan hem gehad. Hij was goudeerlijk. Een man waar je altijd op kon bouwen. Waarin Jany voor Ajax belangrijk is geweest? Ajax is een enorme club met veel verschillende groepen van taken. Hij heeft van alles gedaan en hij is in al die groepen belangrijk geweest. Hij stond gewoon altijd in dienst van Ajax."

Maar de beste herinnering bewaart Rinus Michels aan die ene avond die hij ooit met zijn vrouw in huize Van der Veen doorbracht. ,,Eigenlijk helemaal niks bijzonders. Het was gezellig, sober, simpel. Maar op die momenten buiten het voetbal leer je iemand pas echt kennen. Daarom bewaar ik daar de beste herinneringen aan."