Afscheid van een integere beursbengel

Op 30 november van dit jaar nam Arie van Os afscheid als lid van de Raad van Commissarissen van Ajax. Dertien jaar lang was hij verantwoordelijk voor de financiën bij de club die hem zeer dierbaar is. ABN AMRO als hoofdsponsor, de Arena en de beursgang van Ajax; het waren pieken in zijn woelige bestaan als bestuurder. Van Os zag de schittering van het gouden speldje bij het erelidmaatschap, maar ook het diepste zwart van de vrijheidsberoving: ,,Ik kan niet tegen opsluiting, ik ben een vrij mens.

,,Ik ben geboren Amsterdammer en voetballiefhebber, verhaalt Arie van Os, terugdenkend aan de tijd voordat hij gevraagd werd als bestuurslid. ,,Ajax was mijn club. Als jongetje stond ik op Stadszijde, wat later had ik met mijn vader seizoenkaarten op de Reynolds-tribune. Toen ik eenmaal bij Van der Moolen werkte, kocht ik businesskaarten. Ook reisde de hoekman aan de beurs mee met Europese uitwedstrijden van de rood-witte schare. Toenmalig bestuurslid Jan Neefjes, tevens werkzaam op de beurs, was het eerste contact tussen Van Os en de vereniging. ,,We bespraken altijd op maandag hoe het Ajax was vergaan. Tijdens mijn afscheid bij Van der Moolen kwam de vraag of ik iets bij Ajax wilde gaan doen.

In 1986 werd door de ledenraad, onder leiding van de commissie Gianotten, een nieuw bestuur voorgedragen. Van Os, Ajax-liefhebber in hart en nieren en gerespecteerd zakenman, werd voorgedragen. ,,Ik heb uitgelegd hoe ik tegen voetbal aankeek en hoe ik de toekomst van Ajax zag. Men wilde mij graag hebben. Ik heb het eerst thuis met mijn vrouw besproken, want het leventje in de schaduw zou als bestuurslid afgelopen zijn: veel media-aandacht, het ging veel tijd kosten. Mijn belangrijkste voorwaarde was dat ik wilde weten met wie ik zou gaan besturen. Het bleek al snel dat er met Van Praag, Coronel, Henrichs en Kraan capabele mensen waren gevraagd.

Ajax-hart

Hoe staat Ajax er voor? Dat was de eerste vraag van de nieuwe penningmeester ,,Als het er goed voor stond, prachtig. Zo niet, dan was er heel veel werk te verrichten. Maar dat deed mij niets, voor mij was het een mooie uitdaging. Van dichtbij is niets volmaakt. Ajax had eind jaren tachtig als voetbalclub een geweldige uitstraling, maar tegelijkertijd was de club krap bij kas en de FIOD stond voor het eerst bij de poorten van het stadion, na problemen met de belastingen. ,,Ik vatte het op als een job, ging er honderd procent tegenaan, herinnert van Os zich. ,,De doelstelling was, voor bestuur en ledenraad, de club in vijf jaar terug te brengen aan de Europese top. Ajax was niet meer wat het hoorde te zijn. Dat was een zware uitdaging. Hoe? Door Ajax als een bedrijf te gaan leiden. De slogan was: intern Ajax als bedrijf leiden, extern Ajax als club afficheren. Een gezellige club, waar intern keihard wordt gewerkt.

Arie van Os was in die tijd bijna vijf dagen per week op het stadion. Contracten doornemen, het jaarverslag schrijven, plannen maken. Er moest schoon schip worden gemaakt. ,,De medewerkers voelden dat we het vanuit ons Ajax-hart deden. Onszelf profileren in de bestuurskamer, dat vonden wij niet interessant. De mensen achter de schermen wilden graag meedoen. Het gevoel was goed: we gingen er met z’n allen iets leuks en goeds van maken.
Professionalisering, dat was dus de eerste stap. De periode van liefdewerk, oud papier was over. Om financieel een bodem te creëren, ging Van Os gesprekken aan met de bank. ,,Schoorvoetend ging de bank met ons mee. Ik benadrukte steeds dat zij vertrouwen in Ajax moesten hebben. Ik had geen harde bewijzen. ABN was nog geen sponsor, maar was toch bereid mee te denken. Maandelijks moest ik met Van Eijden bij de bank te biecht. De boeken gingen open, wij vertelden wat ons beleid was. Het vertrouwen tussen Ajax en ABN groeide. Met de transfer van Richard Witschge naar Barcelona, Van Os’ eerste huzarenstukje op transfergebied, was de kogel door de kerk: ,,We konden aan de bank bewijzen dat ons beleid goed was. Ajax was gered. Met het vertrek van TDK als shirtsponsor hebben we er alles aan gedaan om ABN (later ABN AMRO) als hoofdsponsor te krijgen. Toen dat uiteindelijk lukte, konden we echt gaan bouwen.