Aissati terug in de schijnwerpers

Aissati terug in de schijnwerpers

Dat hij het grootste deel van dit seizoen in de rangen van Jong Ajax doorbracht, had ook zijn positieve kanten, glimlacht Ismaïl Aissati. Hij kon er in alle rust en anonimiteit voetballen, slechts in het schijnsel van de lichtmasten, maar buiten het licht van de schijnwerpers. De sierlijke curve waarmee de Marokkaan een paar weken terug PSV-doelman Tyton verraste, bracht hem terug op de plaats die hij eigenlijk verafschuwt: het middelpunt van de belangstelling.

De ochtend loopt op zijn einde op sportpark de Toekomst en spelers en staf van Ajax 1 slenteren via hun vaste route van het trainingsveld naar de douches en de lunchtafel. Iedereen, behalve eentje. Die opent even verderop een deur tussen het afgeschermde trainingsdomein van het eerste elftal en het naastgelegen kunstgrasveld, waar op dat moment de B1 van Ajax Cape Town een training afwerkt. Ismaïl Aissati kijkt even wat voor vlees hij in de kuip heeft, veegt dan met zijn hand de stoeptegels schoon en gaat er eens rustig voor zitten. ,,Dit doe ik wel vaker hoor. Lekker een jeugdtraining bekijken, zien hoe die jongens plezier maken. Dat is toch het mooiste wat er is? Dit is het pure voetballen, zonder al het gedoe en de hysterie eromheen.”

Het is een bijzondere route die Aissati de laatste jaren aflegde binnen Ajax, de club die hem op voorspraak van de toenmalige trainer Marco van Basten van Eindhoven naar Amsterdam haalde. Bewandelde hij bij zijn nieuwe werkgever eerst nog een weg vol kronkels, obstakels en zijsprongen, de eerste maanden van dit seizoen leek de middenvelder in Jong Ajax op een doodlopend paadje beland. Zo leek een roemloos einde te komen aan zijn vierjarige contract, na een eerste seizoen dat getekend werd door een langdurige meniscusblessure, een tweede waarin trainer Martin Jol het niet in hem zag zitten en een derde waarin hij als huurling in het vreemdelingenlegioen van Vitesse diende.

Ismaïl Aissati loopt juichend naar de bank na zijn fraaie goal tegen PSV. Ismaïl Aissati loopt juichend naar de bank na zijn fraaie goal tegen PSV.

De club uit Arnhem had na de overname door de Georgiër Merab Jordania weliswaar grootse plannen, in Aissati’s periode kwam daarvan nog weinig terecht. Een bonte verzameling van voetballers uit alle windstreken wilde maar geen eenheid worden, ook al omdat trainer Albert Ferrer niet helemaal op zijn taak berekend leek. De gebeurtenissen bij Vitesse, dat uiteindelijk de nacompetitie slechts ternauwernood wist te ontlopen, hadden alles weg van een soap. ,,Het was wel een beetje zoals bij Ajax”, zegt Aissati, met een knipoog.

Hij had er nu nog kunnen spelen, bij Vitesse, was vorige zomer ook dicht bij een akkoord met die club, maar koos uiteindelijk toch voor het uitdienen van zijn contract bij Ajax. Consequentie van die late koerswijziging was wel dat Aissati in Amsterdam moest aansluiten bij een spelersgroep die al behoorlijk compleet was en in een team dat stond, dat een paar maanden eerder kampioen van Nederland was geworden. Al snel kreeg de middenvelder van trainer Frank de Boer te horen dat er geen ruimte voor hem was bij de A-selectie en dat hij het seizoen zou afmaken bij de Beloften.
Noem het een domper, een klap in het gezicht, inmiddels zijn de kansen gekeerd en mede daarom kan Aissati relativerend en met de nodige distantie terugkijken op zijn periode bij Jong Ajax.

Achteraf bezien zaten er ook positieve kanten aan het verhaal, legt hij uit. Weg uit de hectiek rond het eerste elftal was er tijd en ruimte voor bezinning, voor zelfreflectie ook. ,,Het was fijn om in die tijd aan mezelf te kunnen werken, als persoon en als voetballer. Wat dat betreft had ik in Gery Vink ook echt een fantastische trainer. Hoe raar het misschien ook klinkt, het was ergens ook wel een fijne periode. Omdat we zo puur met voetballen bezig waren. Veel meer gericht op ontwikkeling van het individu en minder op resultaten, zoals bij het eerste elftal. Een beetje zoals deze jongens”, zegt hij, wijzend naar de Zuid-Afrikaanse jeugdspelers die zich even verderop in het zweet werken.

Zijn ‘verbanning’ heeft hem mentaal gesterkt, zegt Aissati. ,,Na de eerste week waarin ik het er heel moeilijk mee had, is het me gelukt de knop om te zetten. Natuurlijk is het niet leuk, als je gewend bent aan voetbal op het hoogste niveau. Maar uiteindelijk zijn er wel ergere dingen in de wereld, dus wie ben ik dan om te zeuren over zoiets onbelangrijks? Het was weliswaar niet meer bij het eerste elftal, maar ik mocht nog steeds elke dag op een voetbalveld staan. Hoe slecht heb je het dan, vergeleken met heel veel andere mensen in de wereld? Ik heb me voorgenomen om er ook echt op die manier naar te kijken en te genieten waar mogelijk. En anderzijds heel hard te knokken, zodat niemand mij achteraf verwijten zou kunnen maken, ook ikzelf niet.”

Nog altijd is Ismaïl Aissati pas 23 jaar. Hij heeft nog een heel voetballeven voor zich. Soms kan hij dromen als een kleine jongen. Over het WK van 2014 in Brazilië bijvoorbeeld, waar hij hoopt te schitteren met Marokko, het land van zijn ouders. Bij welke club hij volgend seizoen speelt? God mag het weten. Aissati wil er pas over nadenken als dit seizoen tot een goed einde is gebracht. Als Ajax wederom de kampioensschaal aan zijn fans kan tonen.

Tekst: Ajax Kick Off/Maarten Dekker
Foto's: Ajax.nl/Louis van de Vuurst