Ajacieden ravotten in het zand

Het idee sluimerde zaterdagavond en zondag besloten de trainers en spelers van Ajax tot een 'teambuildingdag'. De Ajacieden werkten in het zand in plaats van op het trainingsveld aan een goede teamgeest om zo met frisse moed aan de laatste tien wedstrijden te beginnen.

Niet het strand van Noordwijk, maar de overdekte zandbak van The Beach in Aalsmeer was de speelplaats van de selectie. Liepen de mannen exact een jaar geleden in gedachten verzonken aan de Zuidhollandse kust ter voorbereiding op het treffen met Valencia, nu waren ze met het hoofd volledig bij de onderlinge partijen.

In Aalsmeer waren de 21 fitte Ajacieden en voetvolleyspecialist Guido Albers als stand-in in elf teams verdeeld. Voor de indeling was een onafhankelijk persoon gekozen. ,,Want de spelers begonnen zelf al te vragen of ze wel met die of die mochten. Daar waagde ik mij niet aan", sprak teammanager David Endt, die de enige 'begeleider' van het team was. De technische - en medische staf had hun eigen teambuildingdag, afzonderlijk van de spelers.

De teamsamensteller had interessante combinaties uit zijn koker gehaald. Zo speelde de fijnbesnaarde Rafael van der Vaart met 'doordouwer' Anthony Obodai en waren de van griep herstelde Yakubu en Maxwell door het lot verbonden. Van enige zwakte was trouwens bij dit duo niets meer te merken, ze reikten tot de kwartfinales en werden toen pas verslagen door Julien Escudé en Daniël de Ridder. Die kwartfinale was de mooiste wedstrijd van de middag. Het was fantastisch om te zien hoe Yakubu sommige ballen nog terug wist te krijgen, hoe Maxwell met zijn Braziliaanse finesse de bal beroerde en hoe vervolgens Escudé alles weghaalde en Daniël de Ridder met een overdosis effect de genadeslag toebracht.

Die partij was nog in volle gang toen Endt de loting voor de halve finale verrichtte. Daar
bemoeide hij zich dus weer wel mee. Van der Vaart gaf hem nog even één overweging mee: ,,Ik wil niet tegen de winnaar van deze partij", knikte hij richting middelste zandveld. Uiteraard werd het lootje Van der Vaart wél aan hen gekoppeld.

,,Zo'n middag is best fijn", was Johnny Heitinga van mening. ,,Dan kan je je gedachten eens verzetten." Maar of de speler nou op het trainingsveld, in het stadion of zoals vandaag in het zand staat, hij wil maar één ding: winnen!

De een wat meer dan de ander. Deze middag leek op papier een dreamteam geboren: Steven Pienaar en Zlatan Ibrahimovic. Maar de twee bijna herstelde technici bakten er in het zand weinig van. Zelfs de poedelprijs ging nog aan hun neus voorbij, omdat ze te weinig hadden gedaan met hun kwaliteiten. Die was nu voor Yannis Anastasiou en Tom de Mul. ,,Mijn zoontje", grijnsde de Griek teder richting de jonge Belg. ,,Nou, het zou toch bijna kunnen, niet?"

De échte prijzenpakkers waren een bloedfanatieke Tsjech en Belg. Niet Zdenek Grygera, die samen met omhaalkoning Nigel de Jong vroeg werd uitgeschakeld. Nee, de eerste prijs ging naar Tomás Galásek en Wesley Sonck, die in de halve finale het gelegenheidsduo Albers/Boschker uitschakelden. De spits kreeg de lachers regelmatig op de hand als hij na een misser woedend op zichzelf werd. Dat fanatisme gaf in de finale de doorslag. Het Frans-Nederlandse duo moest hun teammakkers Galásek en Sonck toch voorrang verlenen in het Aalsmeerse. Trots hieven de winnaars de Cup.

,,Ik hoop dat we over tien weken ook zo staan", droomde Victor Sikora hardop. Dat dromen ongetwijfeld tienduizenden Ajacieden met hem mee.