Ajax 110: Exotisch Ajax

Ajax 110: Exotisch Ajax

Ajax is een wereldclub; niet alleen in overdrachtelijke zin, maar ook letterlijk; een club van de wereld met divers internationaal bloed binnen zijn selectie. De eerste buitenlandse debutant in het betaald voetbal was de Joegoslaaf Bozo Broketa in september 1958; de laatste was onlangs de Uruguyaan Nicolás Lodeiro in februari 2010. Tussendoor maakten nog 118 andere buitenlandse spelers hun opwachting het roodwit van Ajax. Van de United States of America tot aan Down Under Australië.

Het debuut van Hyun Jun Suk op 3 februari van dit jaar was het eerste optreden van een Aziaat in Ajax 1. Verder waren alle werelddelen al vertegenwoordigd. Met onder andere de Amerikaan John O'Brien, de Zuid-Amerikaan Marcio Santos, de Oceaniër Michael Petersen en de Afrikaan Finidi George als pioniers voor hun werelddeel.

In het jubileumnummer van Ajax Magazine tijdens het honderdjarig bestaan schrijft columnist Klaas Vos nog: 'De hoop honderd buitenlandse selectiespelers te kunnen tellen bleek ijdel. We zijn net over de helft: 55.' Tien jaar later zijn we de honderd Ajacieden wel ruimschoots gepasseerd. Onze teller, gerekend vanaf de oprichting van de Eredivisie in 1956, staat op 120, maar dan hebben we ook bijvoorbeeld Nourdin Boukhari, bezitter van twee nationaliteiten, meegerekend.

Bozo Broketa; de eerste buitenlandse prof bij Ajax. Bozo Broketa; de eerste buitenlandse prof bij Ajax.

De komst van buitenlandse spelers was vroeger haast geen haalbare kaart. In de Kroniek van het Ajax Nieuws van juli/augustus 1958 lezen we: 'De prijs van vraag en aanbod lag zo hoog, dat zelfs 'de kneusjes' niet te betalen waren. Ook buitenlanders, waarbij van achtenswaardige leeftijd, vroegen een handgeldje, waarvoor een riante bungalow aan een lekker viswatertje te kopen valt... ons bestuur zag er echt geen been in, zodat de benen van onze eigen mannen het ook dit seizoen weer moeten doen.'

Toch stond een maand later 'opeens' Bozo Broketa in het veld. De 36-jarige Joegoslaaf was de eerste buitenlander die een profcontract bij Ajax tekende. Na zijn debuut in september 1958 zou hij nog drie keer in Ajax 1 spelen, waarna hij in december van hetzelfde jaar weer vertrok. De volgende buitenlander die Ajax 1 haalde, was eigenlijk zo Nederlands als wat: Werner Schaaphok, maar omdat hij een Duitse vader had en alleen over de Duitse nationaliteit beschikte, moeten we hem in deze rij ook opvoeren. Al die jaren die hij in Ajax 1 actief was, was Schaaphok de enige buitenlander van dienst. Pas in het seizoen na zijn afscheid, in 1966, diende de volgende zich aan. En wat voor één: Velibor Vasovic.

Velibor Vasovic met de EC 1 in 1971. Velibor Vasovic met de EC 1 in 1971.

In de laatste officiële Ajax-wedstrijd in het kalenderjaar 1966 maakte Vasco, zoals iedereen hem noemde, een Ajax-debuut om nooit te vergeten. In stadion de Meer werd Elinkwijk met maar liefst 8-0 vermorzeld. Na 203 officiële wedstrijden zwaaide Vasco af. Absoluut hoogtepunt in die reeks was de gewonnen finale tegen Panathinaikos. Het maakte van captain Vasovic op 2 juni 1971 de eerste Ajacied die de Europa Cup in ontvangst nam. Vier dagen na de in Londen gewonnen finale zwaaide de verdediger het Amsterdamse publiek vaarwel. In Deventer wist Go Ahead de Europees kampioen te verslaan: 4-1.

Tussen zijn debuut en afscheid als Ajacied speelde Vasovic nog een (verloren) Europa Cupfinale. Ook in de met 4-1 verloren finale van 1969 nam de verdediger de enige treffer van de verliezers voor zijn rekening. In Madrid versloeg AC Milan Ajax.

Soren Lerby; de buitenlander met de meeste duels in Ajax 1. Soren Lerby; de buitenlander met de meeste duels in Ajax 1.

Behalve een handvol Joegoslaven of voormalig Joegoslaven, zoals Pantelic en Sulejmani, kende de Ajax-selectie door de jaren heen uiteraard veel meer nationaliteiten. Vooral de Denen waren (en zijn) in trek. Momenteel heeft Ajax met Rommedahl, Eriksen en jeugdspeler Boilesen ook drie spelers uit Denemarken onder contract staan. In totaal trokken tot dusver negentien Denen het befaamde witte met rode tricot over de schouders. Tom Sondergaard opende in 1969 de lange rij, maar zijn inbreng bleef nog beperkt tot tien duels. Na hem volgde Frank Arnesen en Soren Lerby; laatstgenoemde speelde van alle buitenlanders in Ajax-dienst de meeste duels; 209. De laatste Deen stroomde begin 2010 in; Christian Eriksen. Van alle Denen is hij misschien wel de meest talentrijke, maar de net 18-jarige moet zijn waarde voor de club nog bewijzen en zoveel duels als Lerby zal hij in deze huidige (voetbal)tijd hoogstwaarschijnlijk nooit spelen.

Marcio Santos; de eerste Zuid-Amerikaan. Marcio Santos; de eerste Zuid-Amerikaan.

Eind jaren tachtig keek Ajax voor het eerst over de Europese grenzen en vond in Michael Petersen de eerste niet-Europeaan die in wedstrijdverband voor Ajax uitkwam. Petersen kwam echter niet verder dan een invalbeurt van een kwartier in de uitwedstrijd tegen Fortuna Sittard, in april 1987. Daarna zou het zes jaar duren voordat er een nieuwe niet-Europeen de Ajax-kleuren verdedigde. Tarik Oulida was behalve de zoon van Marokkaanse ouders een geboren Amsterdammer, dus eigenlijk telt hij in dit overzicht niet echt mee, waardoor we bij Finidi George uitkomen. In de zomer waarin de terugkeer van Frank Rijkaard werd bejubeld, kwam de eerste Afrikaan binnen de Amsterdamse krijtlijnen. Althans, het was in Utrecht waar Finidi door trainer Van Gaal voor het eerst werd opgesteld. Finidi, dat 'stralende toekomst' betekent werd snel een publiekslieveling en zag een half jaar na zijn entree zijn landgenoot Nwankwo Kanu debuteren. Met de Afrikaanse invloeden beleefde Ajax zijn succesvolste periode in de jaren negentig. De club won alles wat er op clubniveau te winnen viel. Uiteraard was in die jaren ook de inbreng van Jari Litmanen, na Petri Tiainen de tweede Ajax-Fin, van groot belang. Met Litmanen noemen we direct een van de populairste Ajacieden aller tijden.

Stefan Pettersson. Stefan Pettersson.

De laatste tien jaar kende het aantal buitenlandse Ajacieden een grote vlucht. Vonden in de twintigste eeuw 58 Ajacieden - met Amerikaan John O'Brien in september 1999 als een van de laatste - van buiten Nederland de weg naar Ajax 1, in het eerste decennium van de 21ste eeuw verdubbelde dat aantal naar 120. Abubakari Yakubu was op 19 april 2000 de eerste buitenlander die in de 21e eeuw debuteerde in Ajax 1. Het jaar 2003 gaat de boeken in als kalenderjaar waarin de meeste vreemdelingen een weg naar het eerste team vonden: acht. De Amsterdamse zaterdagamateur Jamal Akachar, Marokkaanse wortels, debuteerde op 5 april 2003 in Ajax 1. De Belgen Wesley Sonck en Tom Soetaers volgden in augstus, net als de enige Fransman ooit in Ajax-dienst uitkwam; Julien Escudé. De Roemeen Nicolae Mitea, Ghanees Anthony Obodai en Australiër Jason Culina maakten het achttal buitenlandse debutanten in 2003 compleet.

Buitengewoon populair: Jari Litmanen. Buitengewoon populair: Jari Litmanen.

In de laatste vijf jaar spreken vooral de prestaties van de eerste Urugyaanse Ajacied tot de verbeelding. Sinds de komst van Luis Suarez in 2007 scoorde hij al 87 keer (exclusief PSV) voor Ajax 1, in competitie-, beker- en Europese duels.

Bovendien werd er begin 2010 geschiedenis geschreven door Hyun Jun Suk, die als eerste Aziaat opgesteld werd in Ajax 1. Kort daarna debuteerde ook de Urugyaan Lodeiro, waarmee het aantal buitenlandse Ajacieden in de Eredivisie op 120 kwam.

Foto's en tekst: Ajax.nl

Nicolás Lodeiro was de laatste buitenlandse debutant in Ajax 1. Nicolás Lodeiro was de laatste buitenlandse debutant in Ajax 1.