Ajax en de beker: van Pelser tot Galásek

Ajax en de beker: van Pelser tot Galásek

Zestien keer won Ajax de nationale voetbalbeker. Aanvoerder Joop Pelser was in 1917 de eerste Ajacied die de beker in ontvangst nam. Tomás Galásek trad afgelopen seizoen in de voetsporen van Pelser.

Ajax-doelman Gerrit Keizer in actie tijdens de tweede NVB Bekerfinale die Ajax winnend afsloot. Op 27 juni 1943 werd DFC verslagen: 3-1. De bekerfinale werd gespeeld in het Olympisch Stadion. Ajax-doelman Gerrit Keizer in actie tijdens de tweede NVB Bekerfinale die Ajax winnend afsloot. Op 27 juni 1943 werd DFC verslagen: 3-1. De bekerfinale werd gespeeld in het Olympisch Stadion.

De Tsjech ontving de nationale beker na de gewonnen finale tegen PSV.

De bekeroverwinning in 1917 smaakte duidelijk naar meer.Op 27 mei 1917 kon Ajax zijn eerste hoofdprijs in de prijzenkast bijzetten. De Amsterdamse tweedeklasser ontving de toenmalige Holdertbeker (of NVB Beker) na een riante zege op derdeklasser VSV. In de hoofdstad won de ploeg van trainer Jack Reynolds met 5-0. Rinus Lucas (2), Jan van Dort, Jan de Natris en Theo Brokmann verzorgden de doelpunten.

Een jaar na de eerste hoofdprijs en de promotie naar de eerste klasse, vierden de Amsterdammers opnieuw feest. In 1918 werd de eerste landstitel behaald. In de negentig jaar na het veiligstellen van de eerste serieuze prijs voetbalden de Amsterdammers een prachtige erelijst bij elkaar. Naast de zestien nationale bekers, liet de club zich 29 keer tot kampioen kronen. Oer-Ajacied Pelser had, eind mei 1917, geen moment kunnen bedenken wat allemaal zou volgen op de eerste bekeroverwinning.

Het bekertoernooi heeft een bijzondere plaats in de Nederlandse voetbalhistorie. Het is een, zo kan rustig worden gesteld, haat-liefde verhouding. De vraag of sprake is van een troost- of een hoofdprijs, lijkt zelfs anno 2007 nog actueel. Wie de (soms) angstig lege stadions aanschouwt tijdens voorrondewedstrijden is wellicht geneigd het KNVB Bekertoernooi niet helemaal serieus te nemen.

Dat veel clubs tot 1960 weinig trek hadden om deel te nemen aan het bekertoernooi, is wat dat betreft veelzeggend. Sinds er een Europees ticket is verbonden aan een bekerzege - wat sinds begin jaren zestig het geval is - is de animo om deel te nemen in elk geval groter geworden. Toch gingen er in de voorbije eeuw verschillende seizoenen voorbij zonder bekerkampioen. Een gebrek aan interesse vanuit de clubs (en dus geen toernooi) had hier in de meeste gevallen alles mee van doen.

In het ‘bekervoetballand’ Engeland vinden de clubs het al veel langer wél een eer om mee te strijden om de FA Cup. In een poging zo’n traditie ook in Nederland op te bouwen, zette de KNVB al verschillende stappen vooruit. De keuze voor een vaste speellocatie is wat dat betreft duidelijk en herkenbaar. Andere pogingen hadden minder effect en zijn inmiddels teruggedraaid. Zo werd het toernooi een periode districtsgewijs gespeeld, terwijl ooit ook vanaf de kwartfinales werd gestreden in een heen- en terugwedstrijd. Het schonk het bekertoernooi niet het aanzien dat werd gewenst.

Na de finale tegen DFC (1943) ontvangt aanvoerder Gerrit Keizer de NVB Beker uit handen van bondsvoorzitter Karel Lotsy. De keepende Ajacied trok voor deze gelegenheid wel even snel een jasje over zijn keeperstrui. Keizer heeft de pet die hij in de finale droeg, afgezet. Na de finale tegen DFC (1943) ontvangt aanvoerder Gerrit Keizer de NVB Beker uit handen van bondsvoorzitter Karel Lotsy. De keepende Ajacied trok voor deze gelegenheid wel even snel een jasje over zijn keeperstrui. Keizer heeft de pet die hij in de finale droeg, afgezet.

Toch is de beker een onvervalste hoofdprijs. De beker geeft een club prestige plus een zeker aanzien. De zestien bekers op de erelijst van Ajax geven de prijzenlijst extra cachet. Wie de beker wint, is bovendien verzekerd van Europees voetbal. Een bekerzege is bovendien een mooi middel om een verloren (competitie)seizoen toch nog wat glans te geven. Zo besloot Ajax het seizoen 1985-1986 met een ruime achterstand op kampioen PSV. De teleurstelling werd (iets) draaglijker gemaakt door de glansrijk gewonnen bekerfinale tegen RBC. Ajax kon daarmee zijn tiende nationale beker bijzetten in de Amsterdamse prijzenkast.

In 1970, 1971 en 1972 wonnen de Ajacieden de KNVB Beker drie keer op rij; een unicum in de clubhistorie. Met hun successen in het cuptoernooi onderstreepten de Ajacieden hun pure voetbalklasse. In 1970 en 1972 deed Ajax bovendien ook al een succesvolle greep naar de landstitel. In 1972 voegden de Amsterdammers bovendien ook nog eens de Europa Cup en de Wereld Beker aan hun palmares toe. Ajax won dat jaar, kortom, alle prijzen die er in het clubvoetbal maar zijn te winnen.

Van een echt voetbal- en Ajax-feest was sprake op 20 mei 1993. De bekerfinale tussen Ajax en sc Heerenveen trok een volle Kuip, sinds 1989 hét vaste podium voor de finale. Ajax en Heerenveen maakten onvervalste reclame voor het voetbal. Na een heerlijke wedstrijd stapten de mannen van trainer Louis van Gaal als bekerwinnaars van de Rotterdamse mat. Ook op de tribunes was en bleef het feest. De supporters van beide bekerfinalisten vierden ook samen een mooi feestje.

Ook afgelopen jaar was sprake van een feestelijke finale. Ajax besloot de onderhoudende eindstrijd met een zege op PSV (2-1). Klaas Jan Huntelaar loodste zijn ploeggenoten hoogstpersoonlijk voorbij de Eindhovenaren. De enige PSV’er die het net wist te vinden was oud-Ajacied Michael Lamey.

Tot welk moois een bekerzege kan leiden, bewees de bekeroverwinning op RBC in 1986. Met de beker ontving de Amsterdamse club ook een toegangsbewijs voor deelname aan het Europacup II-toernooi (inmiddels opgegaan in het UEFA Cuptoernooi). Een jaar na de, in het oude Ajax-stadion de Meer, gespeelde bekerfinale won Ajax de Europa Cup voor bekerwinnaars met een 1-0 overwinning op Lokomotive Leipzig. Matchwinnaar werd Marco van Basten.