Ajax en Leo Beenhakker: ‘Rammelen aan de Europese poort’

Bijna een jaar is Leo Beenhakker nu in dienst als technisch directeur. Een helder technisch beleid voor de lange termijn wordt door hem vormgegeven. Op zijn harde schijf staat dan ook de blauwdruk die van Ajax weer een club met Europese perspectieven moet maken. De print van die blauwdruk ligt echter nog in de onderste la bij hem thuis. De conclusie vooraf: ‘Ajax staat - wederom! - nog maar aan het begin.’

Het eerste jaar van herstructurering zit erop. Ajax eindigde als derde in de competitie. Waar het kortetermijnresultaat uiteindelijk goed was voor plaatsing in de voorronde van de Champions League, daar werd achter de schermen voorbij de waan van alledag gekeken.

Leo Beenhakker (september 2000) en Arie van Eijden (oktober 2000) kwamen begin vorig seizoen om continuïteit in de beleidslijnen van Ajax aan te brengen. Daarbij bewaakt Van Eijden de toekomst van Ajax in al zijn facetten en is Leo Beenhakker specifiek belast met het ontwikkelen van en het vasthouden aan een technische visie.

Wie het centrale kantorenblok in de Ajax-organisatie aan een nadere beschouwing onderwerpt, constateert al snel dat de rust in de boezem van de club is weergekeerd. Zo heet dat dan: de lijnen zijn helder uitgezet. En zich vasthoudend aan die toekomstpolitiek werkt Ajax gestaag aan een terugkeer op het niveau waar de club thuishoort. Het contrast met nog maar kort geleden is evident.

Beenhakker: ‘Laat ik er dit van zeggen: het heeft Ajax de laatste jaren door weinig of geen continuïteit in de leiding aan een duidelijke lijn ontbroken.’

Die constatering is een cruciale. De hoofdingang van de Arena bestaat niet voor niets uit een draaideur. En die kreeg sinds de winst in de Champions League in 1995 meerdere keren een stevige slinger.

Het ontbreken van een duidelijke visie voor de lange termijn is een typisch kenmerk van een organisatie die onder ‘professionalisme’ slechts de tegenstelling tussen betalen en niet-betalen verstaat.

Maar professionalisme heeft meerdere betekenissen en raakvlakken. Professionalisme is vooral ook een manier van denken, een manier van werken. Beenhakker: ‘Bij Ajax is de laatste jaren door omstandigheden heel veel ad hoc beleid gevoerd.’ Professionalisme gaat verder. ‘Er moet een visie achter zitten.’

Een gedachte over hoe Ajax verder moet, heeft Leo Beenhakker. Noem het zijn blauwdruk voor een kampioen in wording. ‘Die blauwdruk staat op mijn harde schijf. En ik heb een print. Thuis. In het onderste laatje van mijn bureau.’

Leo Beenhakker zit op een cruciale post bij Ajax en is dus een cruciale man in de organisatie. Zijn staat van dienst is een pré. Hij brengt de rust en ervaring mee van iemand die het klappen van de zweep kent. Die aan den lijve heeft ondervonden hoe de tandwielen van het internationale voetbal in elkaar happen. Die de denkbeelden die ten grondslag liggen aan de blauwdruk voor Ajax in de praktijk uitvoerig heeft kunnen testen: van Volendam tot Vitesse en van Mexico tot aan Madrid.

Beenhakker: ‘Ik heb lang genoeg aan de top meegelopen om te weten wat topvoetbal is. Elke week heb ik lasogen van het tv kijken. Hoe speelt Engeland? Hoe speelt Italië? Wat doen de Spaanse toppers?’ Voortdurend observeren, voortdurend toetsen.

Neem de in rap tempo veranderende eisen die aan topspelers worden gesteld. Beenhakker: ‘Die eisen zijn krankzinnig hoog. De inspanning is gigantisch, ook in mentaal opzicht. De verantwoordelijkheid is groot, want het gaat om heel veel geld.’

Dit fragment is afkomstig uit het eerste Ajax Magazine van dit nieuwe seizoen, de presentatiegids.