'Ajax is een echte vriendenclub'

'Ajax is een echte vriendenclub'

In het seizoen 1956-1957 maakte de nu 76-jarige Sjaak Swart zijn debuut bij Ajax. Hij speelde maar liefst 603 wedstrijden in het Ajax-tenue en is daarmee tot op de dag van vandaag de absolute recordhouder. Wie is de man achter de veelgeprezen Mister Ajax?

Amsterdam
,,Ik was anderhalf jaar toen we van Muiderberg naar Amsterdam verhuisden. We gingen wonen in de Sumatrastraat in de Indische buurt. In de oorlog was dat. Daarna zijn we naar de Reinwardtstraat gegaan. Daar heb ik heel wat jaren gewoond.’’

OVVO
,,Toen ik tien jaar was speelde ik bij OVVO, een amateurclub in Amsterdam. We speelden een wedstrijd tegen Ajax, waarin ik vijf doelpunten maakte. Ajax was dus wel in mij geïnteresseerd en wilde me graag hebben.‘’

Familie
,,Ik was tien jaar en speelde net bij Ajax. Op 3 juli was ik jarig en ik kreeg van mijn moeder een koffertje. Twee dagen later, op 5 juli overleed ze. Heel erg vond ik dat. Mijn opa en oma zijn toen bij ons komen wonen. Ik groeide op met mijn vader, opa, oma en zus.’’

Vis
,,Toen ik een jaar of veertien was hielp ik mijn opa en mijn vader in het visbedrijf. Na school ging ik met ze mee en dan fietsten we met emmers haring en gebakken bokking naar de Kazerne in Oost waar we onze vis verkochten.’’

Bijbaantjes
,,Toen ik zeventien was wilde Ajax me in het eerste elftal. Naast het voetballen zat ik op de Mulo en had ik een baantje bij de Holland-Afrikalijn. Ik werkte op een kantoor was ik allerlei dingen moest rondbrengen. Toen ik daarmee klaar was, dacht ik alleen nog maar aan voetballen.’’

Ondernemerschap
,,Tegenwoordig wordt er veel meer verdiend met voetbal. In mijn tijd was dat nog helemaal niet zo. Ik begon mijn eigen sigarenwinkel. Dat was goed te combineren met voetbal. Als we dan een wedstrijd tegen Feyenoord speelden, dan had ik een hele rij bussen voor mijn deur staan met lui die allemaal kaartjes kochten. Dat was hartstikke leuk. Ik ben altijd wel ondernemend geweest.’’

Liefde
,,Ik leerde Andrea kennen via Co Prins, een ploeggenoot van me. Hij had verkering en ik niet, dus Co vroeg zijn meisje of ze niet nog een aardige vriendin had die meewilde naar de kampioenswedstrijd tegen Feyenoord. Die dag – het was 26 mei 1960 – wonnen we en werden kampioen. Na de wedstrijd zag ik Andrea voor het eerst. Het was een groot feest en ik werd constant weggeroepen door journalisten. Ik kon niet even rustig een praatje met haar maken. Om een uurtje of tien had Andrea er genoeg van en wilde ze naar huis. ‘Je gaat niet weg, je blijft erbij’, zei ik toen tegen haar. Ze is bij me gebleven en nooit meer weggegaan.’’

Opa
,,In 1961 – ik was toen 23 – trouwde ik met Andrea. Samen hebben we twee dochters en vier kleinkinderen. In de tijd dat mijn dochters klein waren was ik veel weg. Bij mijn kleinkinderen is dat nu wel anders. Ik zie ze heel vaak en we trekken veel met elkaar op. Dat vind ik heel belangrijk.’’

Op pad
,,Ik kijk veel wedstrijden en ben dus vaak weg. Ik begeleid een aantal jonge voetballers en ik vind het leuk om ze overal te zien spelen. Maar als ik echt even wil ontspannen dan ga ik lekker naar Noordwijk samen met mijn vrouw en vrienden.’’

Thuiskomen
,,Amsterdam is voor mij thuiskomen. Het heeft zoveel mooie plekken. De mooiste stad die er is als je ’t mij vraagt. Ik ben overal ter wereld wel geweest, maar ik ben altijd blij om thuis te komen. De Amsterdamse sfeer kan je nergens anders vinden. Ik hou ook heel erg van lekker eten. Een balletje gehakt, een lekker kroketje. Dat zijn de dingen die je mist als je een tijdje weg bent geweest en je weer terug bent ik Amsterdam.‘’

Vriendenclub
,,Ik ben blij dat ik nog lekker kan voetballen. Ik ben ook nog steeds een echte supporter en ben nooit bij Ajax weggegaan. Met veel oude spelers ben ik ook nog goed bevriend. Dat is hartstikke mooi. Wat dat betreft is Ajax een echte vriendenclub.’’


Tekst: Ajax.nl/Lisa Hartog
Foto: Louis van de Vuurst