Ajax misleidt DDR-spionnen in zijn eerste Europa Cup-duel

Ajax misleidt DDR-spionnen in zijn eerste Europa Cup-duel

Jaap Visser van Kick uitgevers schrijft elke maandag een blog over de geschiedenis van Ajax. Deze week gaan we terug naar 20 november 1957, de woensdagmiddag waarop Ajax achter het IJzeren Gordijn zijn eerste Europa Cup-wedstrijd speelt. En wint, tot afgrijzen van Oost-Duitse voetbalspionnen en sportbonzen.

Het is een hard gelag voor de Oost-Duitse voetbalspionnen die naar Düsseldorf waren afgereisd om Ajax te volgen in een oefenwedstrijd tegen Fortuna. De kampioen van Nederland had in het westen van West-Duitsland met 3-2 het onderspit gedolven en de conclusie van het rapport dat vervolgens in Karl Marx Stadt op de burelen van de sportleiders belandde, luidde: Sportclub Wismut zal van Ajax winnen. Maar zie, het scorebord met de eindstand in het Otto Grotewohl Stadion laat op woensdagmiddag 20 november 1957 aan duidelijkheid niets te wensen over: 1-3.

DDR-sportbonzen
Afgrijzen bij de DDR-sportbonzen, verbazing bij de Amsterdammers. Die hebben hun eerste Europa Cup-wedstrijd gewonnen door vrijwel voortdurend te verdedigen en scherp te counteren. Of zoals het dagblad De Telegraaf in een nogal uitvoerige kop melden zal: ‘SC Wismut sterker in het veld, maar zwaar verdedigend Ajax benutte weinige kansen.’

Ajax heeft in 1957 de eerste editie van de Eredivisie gewonnen en is vrijgeloot voor de eerste ronde van het Europa Cup-toernooi voor landskampioenen. In de achtste finales worden de Amsterdammers gekoppeld aan SC Wismut Aue, dat zich in de eerste ronde langs Gwardia Warschau heeft gewerkt.

Wismut verwijst naar het mijnbouwbedrijf dat in het zuiden van Oost-Duitsland uranium delft voor met name de Sovjet-Russische kernindustrie. De Sportclub geldt als een instituut van het tot Karl Marx Stadt omgedoopte Chemnitz, maar het voetbalveld ligt bij het enkele tientallen kilometers verderop gelegen Aue. Vandaar dat de SC nu eens als Karl Marx Stadt en dan weer als Wismut Aue wordt aangeduid.

Heilsstaat
Het stadion, dat is vernoemd naar de zittende minister-president van de DDR (Otto Grotewohl, een socialist uit het verzet tegen Hitler), is met 26.000 toeschouwers volgepakt, ook al heeft werkelijk niemand in deze geïndustrialiseerde uithoek van de socialistische heilsstaat dan al weet van een Hollandse voetbalclub genaamd Ajax. Maar andersom zeggen ook de namen van de Wismut-spelers geen Amsterdammer iets. Erg druk maken zij zich trouwens ook niet om deze internationale krachtmeting die vooral wordt beschouwd als een spannend uitje: een kijkje achter het IJzeren Gordijn.

Doelman Eddy Pieters Graafland, aanvoerder Ger van Mourik en Wim Feldmann (rechts) verdedigen geconcentreerd op het gladde veld in Aue.
Doelman Eddy Pieters Graafland, aanvoerder Ger van Mourik en Wim Feldmann (rechts) verdedigen geconcentreerd op het gladde veld in Aue.

Vergezeld van welgeteld vier supporters heeft Ajax op maandag 18 november de trein naar Leipzig genomen om op dinsdag in Aue aan te komen. Weer een dag later begint de Nederlandse kampioen voortvarend aan het Cup-karwei op het gladde veld van Wismut. Al na vijf minuten scoort Piet van der Kuil na een combinatie met Wim Bleijenberg, en ruim tien minuten later is het al 0-2 door een flinke poeier van Bleijenberg. Leunend op die ruime voorsprong verdedigt Ajax kalm en geconcentreerd en daar is de landskampioen aardig bedreven in. Het Eredivisie-kampioenschap van 1957 heeft Ajax immers vooral te danken aan zijn hechte afweer die de doorslag heeft gegeven bij een opvallend groot aantal kleine overwinningen.

De Oost-Duitsers lopen massaal storm, maar hun aanvallen zijn gespeend van fantasie en raffinement. Doelman Eddy Pieters Graafland, aanvoerder Ger van Mourik, Piet Ouderland en Wim Anderiesen zetten zich schrap, en Piet van der Kuil is volgens De Telegraaf de beste man van het veld. Na ruim een kwartier in de tweede helft pikt de pingelaar uit de IJmond een dieptepass van de pas negentienjarige Sjaak Swart op, schudt twee belagers af en schiet raak: 0-3.

Sportbonzen
Dat verdediger Bringfried Müller vlak voor tijd nog tegen scoort, kan de Oost-Duitse eer niet redden, want de pret is er bij de sportbonzen in Karl Marx Stadt al van af. Ook zijn eerste Europese thuiswedstrijd, op 27 november in het Olympisch Stadion, zal Ajax winnen (1-0), maar dan wacht een tegenstander van aanmerkelijk zwaarder kaliber: Vasas Boedapest.

Omdat de kampioen van voetbal-topland Hongarije nogal neerkijkt op de nummer één van het nietige Nederland en daardoor laks aan de kwartfinale begint, kan Ajax thuis een 2-0 voorsprong nemen. Maar vervolgens zetten de Hongaren de zaken toch vlotjes recht. In Amsterdam wordt het uiteindelijk 2-2, in Boedapest 4-0. Het zal nog een decennium duren voordat Ajax werkelijk naam in Europa maakt. Het is wachten op Piet Keizer en Johan Cruijff.

[Kick uitgevers is de boekenpartner van Ajax en uitgever van het Jaarboek dat een nieuwe formule heeft gekregen en zal uitgroeien tot de Ajax-Encyclopedie]

Bijschrift kopfoto: Vanaf links vieren Piet Ouderland, (de half zichtbare) Piet van der Kuil, Sjaak Swart, Guus van Ham, Wim Anderiesen, Loek den Edel, Wim Feldmann en Ger van Mourik de counteroverwinning op Wismut en bedanken het Oost-Duitse publiek.

Foto’s: Erfgoed Ajax
DEEL 1 AJAX ENCYCLOPEDIE