‘Ajax speelt deze avond iedere mooie stijl die er bestaat’

‘Ajax speelt deze avond iedere mooie stijl die er bestaat’

Jaap Visser van Kick uitgevers schrijft elke maandag een blog over de geschiedenis van Ajax. Deze week gaan we terug naar 16 januari 1974 wanneer het grote Ajax van de jaren zeventig zonder Johan Cruijff nog één keer krachtig van zich doet spreken en AC Milan ongenadig over de knie legt in de return van de strijd om de Europese Supercup.

‘Vernederd!’, roepen de Italiaanse kranten bijna eensluidend in hun koppen uit nadat Ajax zich op woensdag 16 januari 1974 op niet mis te verstane wijze heeft gerevancheerd voor die nogal kansloze 4-1-nederlaag in de Europa Cup-finale van ruim vierenhalf jaar eerder.

In de return van het tweeluik om de Europese Supercup doet Ajax zowaar weer aan dat onweerstaanbare elftal denken dat, geïnspireerd en aangevoerd door Piet Keizer en Johan Cruijff, het internationale clubvoetbal naar zijn hand zette. Cruijff mag dan inmiddels de wijk naar Barcelona hebben genomen, in een door slagregens geteisterd Olympisch Stadion neemt captain Keizer zijn mannen als nimmer tevoren bij de hand: Ajax-AC Milan 6-0.

'Eén van de lelijkste uitslagen die Italië ooit heeft moeten verduren’, oordeelt La Stampa. De krant voegt er bewonderend aan toe: ‘Ajax heeft deze avond iedere mooie stijl vertoond die er bestaat.’

Revanche
De Italiaanse lof voor de in het ongerede geraakte kampioen van Europa is terecht. Een week eerder, in Milaan, was Ajax al beduidend beter dan de ploeg die in 1973 in Thessaloniki nogal fortuinlijk (opzichtig geholpen door de Griekse scheidsrechter Christos Michas) en ten koste van Leeds United beslag had weten te leggen op de Europa Cup voor bekerwinnaars. De Amsterdammers lieten de thuisploeg alle hoeken van het San Siro zien, maar verloren wel met 1-0.

Die scheve verhouding willen zij hoe dan ook recht zetten in het Olympisch Stadion. Daar, in die zo vertrouwde omgeving, heeft Ajax op 13 januari ook nog eens de eerste competitienederlaag van het seizoen geleden (tegen FC Amsterdam, 1-0). Het motiveert de kwakkelende kampioen tot op het bot en prompt blijkt het elftal ook zonder zijn grootste vedette tot veel in staat.

Milans spelbepaler Gianni Rivera was in de Europa Cup-finale van 28 mei 1969 nog een van de uitblinkers in een vrolijk counterend AC Milan geweest. Maar bij de hernieuwde kennismaking met Ajax, destijds nog naïef en onervaren, oogt hij nogal treurig: stroef en traag. Rivera is op zijn dertigste duidelijk over zijn top en dat geldt eigenlijk voor heel Milan, een wereldploeg op zijn retour.

Jan Mulder kogelt de bal langs Milan-aanvoerder Gianni Rivera en zet Ajax op 1-0
Jan Mulder kogelt de bal langs Milan-aanvoerder Gianni Rivera en zet Ajax op 1-0

Ook bij Ajax lijkt het beste er na drie Europese triomfen van af. Geld, roem en avontuur hebben Cruijff naar Catalonië gevoerd waarna Ajax in de Europa Cup ten val is gekomen, in Sofia, tegen CSKA nota bene dat een jaar eerder op eigen veld nog was weggespeeld door een Ajax mét Cruijff.

Maar twee maanden na die roemloze aftocht in het toernooi van de landskampioenen blijkt met het vertrek van Cruijff toch niet al het vernuft en fijnzinnigheid uit Ajax verdwenen. Jan Mulder kogelt in de 26e minuut raak en nadat Piet Keizer de ruststand op 2-0 heeft gebracht, beslist Neeskens de eenzijdige wedstrijd. Vervolgens maken Johnny Rep, Gerrie Mühren en Arie Haan het feest in de zeer matig gevulde betonnen bak in Amsterdam-Zuid compleet. Na in de eerste editie van de Europese Supercup (een spuuglelijke bokaal van monsterachtige afmetingen) eenvoudig te hebben afgerekend met Glasgow Rangers, is Ajax ook in de tweede krachtmeting tussen de winnaars van de Europa Cup 1 en 2 superieur gebleken.

Bewondering
De Italiaanse kranten berichten bewonderend over het Ajax van de uitblinkers Keizer, Mulder, Neeskens en Mühren, en hebben er geen flauw benul van dat de vernedering van Milan voorlopig het laatste Amsterdamse kunstje in Europa zal zijn. De Nederlandse dagbladen hebben dat evenmin. Zo juicht het NRC Handelsblad: ‘Ajax toonde gisteravond aan, dat voetbal zelfs zonder medewerking van de tegenstander nog steeds een aantrekkelijk schouwspel kan opleveren. Ajax toonde bovendien aan, dat nu ook zonder Cruijff gaten gevonden kunnen worden in een zich met handen en voeten verwerend kordon van zeven, acht, ja zelfs negen verdedigers.’

Na de 6-0 wordt het een vrolijke bende in het Olympisch Stadion, volgens de NRC volkomen terecht: ‘Ondanks de door windkracht zeven opgezwiepte regenflarden maakten ongeveer 20.000 toeschouwers er gisteravond in het Olympisch Stadion een mooi feestje van. Terwijl Ajax over de soppige grasmat rondzeulde met de Supercup (de schenkers letten een jaar geleden helaas slechts op de kwantiteit: 45 kilo), werd de ploeg vanaf de tribunes uitbundig en langdurig toegezongen, als gold het de zoveelste verovering van de Europese beker voor landskampioenen. Ajax verdiende die warme bijval ten volle, want met 6-0 winnen van het eertijds zo gerenommeerde AC Milan is nog altijd geen klusje voor een zwoele achternamiddag.’

Kick uitgevers is de boekenpartner van Ajax en uitgever van het Jaarboek dat een nieuwe formule heeft gekregen en zal uitgroeien tot de Ajax-Encyclopedie.

Hoofdfoto: Nationaal Archief/Anefo, collectie CC-BY, 926-9466
Onderste foto: Bert Verhoeff, Nationaal Archief/Anefo, collectie CC-BY, 926-9461
KOOP DE AJAX ENCYCLOPEDIE