Ajax superieur met Morten Olsens 'overlappingen'

Ajax superieur met Morten Olsens 'overlappingen'

Jaap Visser van Kick uitgevers schrijft elke maandag een blog over de geschiedenis van Ajax. Deze week gaan we terug naar 19 april 1998 wanneer Ajax zijn superioriteit in de Eredivisie onderstreept met een wel heel vroeg kampioenschap.

Er zijn nog vier competitierondes te gaan, maar het ongenaakbare elftal van Morten Olsen is al niet meer in te halen door zijn achtervolgers PSV, Vitesse en Feyenoord. Het is feest in het Oosterpark van Groningen, waar Ajax met 4-2 wint, in de bus op de terugweg naar Amsterdam en in de Watergraafsmeer, waar de op de nog kale plek van het oude stadion de 27ste landstitel uitbundig wordt gevierd.

In de hoofden van te veel spelers in het feesten al begonnen
Uit bij FC Groningen komt Ajax soepel op 0-4 en ebt de concentratie weg. In de hoofden van te veel spelers is het feesten al begonnen. Ajax verslapt, laat de thuisploeg nog twee keer scoren en zal ook de resterende vier competitiewedstrijden (waarvan er twee worden verloren) niet geheel en al bij de les meer zijn. Daardoor zullen de eindcijfers van het seizoen nog 'slechts' zeer goed in plaats van uitmuntend zijn.

Er zijn twijfels in de zomer van 1997 na het vertrek van Louis van Gaal. Na vijf topjaren onder de ambitieuze dwingeland draaide Ajax een minder seizoen. Het Van Gaal-effect (jonge, leergierige en gretige voetballers stevig bij de hand nemen) was uitgewerkt en velen uit de succesploeg van Louis hadden de wijk naar het buitenland genomen.

Edwin van der Sar draagt Jari Litmanen met de kampioenschaal tijdens het uitbundige feest met de supporters in de Watergraafsmeer.
Edwin van der Sar draagt Jari Litmanen met de kampioenschaal tijdens het uitbundige feest met de supporters in de Watergraafsmeer.

Kwalitatief uitspringen
Maar Morten Olsen, de Deen met het grote voetballersverleden (meer dan honderd interlands), weet de waardevolle achterblijvers (Edwin van der Sar, Danny Blind, Frank en Ronald de Boer en Jari Litmanen) probleemloos te verbinden met een grote groep nieuwkomers van wie Sunday Oliseh, Ole Tobiasen, Shota Arveladze en Michael Laudrup er kwalitatief uitspringen.

Ajax begint de competitie in vliegende vaart en wint de eerste elf wedstrijden (doelcijfers: 24-3). Wanneer op 19 april Groningen-uit al de kampioenswedstrijd is, heeft de bijna niet te passeren Van der Sar niet minder dan negentien keer de nul gehouden. Van de 29 Eredivisie-wedstrijden heeft Ajax er 26 gewonnen en maar één verloren, thuis tegen PSV. Maar die wat ongelukkige nederlaag zal worden gewroken met een daverende 5-0-overwinning in de bekerfinale.

Het elftal weerspiegelt de voetballer die de trainer ooit bij vooral Anderlecht was: een slimme, ijverige, op aanvallen ingestelde libero

Het Ajax van Morten Olsen is een fitte, zeer aanvallende ploeg, met toch ook een ijzersterke verdediging. Het elftal weerspiegelt de voetballer die de trainer ooit bij vooral Anderlecht was: een slimme, ijverige, op aanvallen ingestelde libero.

Sleutelwoord onder Olsen: overlappingen. De rechtsback speelt de rechtshalf aan en rent hem voorbij. Of de rechtshalf passt op de rechtsbuiten en dendert over hem heen. Overlappingen, de spelers horen er hun trainer met Vlaams-Deense tongval steeds weer over beginnen.

Het Olsen-voetbal doet Ajax flonkerend herleven en 112 competitiedoelpunten maken, waarvan één door Van der Sar, uit bij De Graafschap uit een strafschop.

[Kick uitgevers is de boekenpartner van Ajax en uitgever van het Jaarboek dat een nieuwe formule heeft gekregen en zal uitgroeien tot de Ajax Encyclopedie. Bestel via onderstaande button én met korting het Ajax Jaarboek 2015-2016]

Ajax Encyclopedie

Fotobijschrift: Ajax kampioen in Groningen. Achter vanaf links: Morten Olsen, Heini Otto, Gerald Sibon, Sunday  Oliseh, Edwin van der Sar, Mario Melchiot, Fred Grim, Dani, Peter Hoekstra, Benni McCarthy, Danny Blind, Michael Laudrup, Eddy de Vink, Pim van Dord, Bobby Haarms, Sjaak Wolfs en achter hem clubarts Piet Bon.
Voor: Dean Gorré, Jari Litmanen, Frank de Boer, Ronald de Boer, Tijjani Babangia, Shota Arveladze, voor hem Andrei Demtsjenko, Andrzej Rudy, Tom Sier, Ole Toabiassen.

Foto’s: Ajax.nl/Louis van de Vuurst