Ajax: van Humenberger tot De Boer

Ajax: van Humenberger tot De Boer

Het betaald voetbal in Nederland bestaat dit seizoen zestig jaar. In deze serie belichten we wekelijks een Ajax-onderwerp dat bij dit jubileum aansluit. In aflevering 6 een verhaal over de Ajax-trainers in 60 jaar betaald voetbal. Van Karl Humenberger in 1954 tot en met Frank de Boer.

Humenberger blijft aan Ajax verbonden tot 1959. Onder andere Sjaak Swart debuteert onder de Oostenrijkse coach, die in 1998 op 92-jarige leeftijd overlijdt. ,,Hij was mijn eerste trainer bij het eerste elftal’, beaamt Mister Ajax. ‘Hij was een verdedigend ingestelde trainer, die je liet bikkelen. Volgens mij werden we onder hem kampioen door zestienmaal met 1-0 te winnen. Tegen mij zei hij ooit: Sjaak, je moet tegen een boom lopen. Daarmee bedoelde hij dat ik harder moest worden.’’
Ook na het vertrek van Humenberger gaat Ajax jarenlang in zee met buitenlandse trainers, onder wie de Engelsman Vic Buckingham. Na diens verzoek – tijdens zijn tweede termijn als coach van Ajax - terug te keren naar eigen land neemt Rinus Michels de honneurs waar.

Onder leiding van Michels groeit Ajax uit tot een topclub van formaat en wint het viermaal de landstitel en drie keer de KNVB Beker. Het meest in het oog springend is echter de zegetocht door Europa. Nadat Ajax in de Europa Cup 1-finale van 1969 nog niet is opgewassen tegen AC Milan (4-1-verlies), wordt de ‘Cup met de Grote Oren’ twee jaar later alsnog veroverd na een 2-0-zege op het Griekse Panathinaikos. Voor Michels het ideale moment om te verkassen naar FC Barcelona.
Stefan Kovács bouwt vervolgens het succes van zijn voorganger uit en wint met Ajax twee keer op rij de Europa Cup 1 met zeges op Internazionale (2-0) en Juventus (1-0). Daarnaast verovert hij met Ajax in 1972 ten koste van het Argentijnse Independiente de Wereldbeker voor clubteams.

Na het vertrek van Kovács in 1973 breken magere jaren aan voor Ajax. Onder meer door het uiteenvallen van het glorieuze team dat furore maakte in Europa. Pas als de Kroaat Tomislav Ivic in 1976 aantreedt, keert de glans weer een beetje terug. Alhoewel ook hij kritiek krijgt op zijn ietwat verdedigende tactiek. ,,Ivic was veel moderner’’, wuift Swart de vergelijking met Humenberger weg. ,,Hij speelde met een snelle voorhoede een soort ‘omschakelingsvoetbal’. Daar was hij heel sterk in.’’ Het levert Ajax in 1977 het kampioenschap op. Bovendien wordt de ploeg een jaar later pas in de kwartfinale van de Europa Cup 1 uitgeschakeld door Juventus. De Italianen winnen na strafschoppen.

Rinus Michels en Johan Cruijff behoren tot de Ajacieden die hun club dienden als trainer én speler. Rinus Michels en Johan Cruijff behoren tot de Ajacieden die hun club dienden als trainer én speler.

Het eerste echte Europese succes na de gloriejaren boekt Ajax in het seizoen 1986 – 1987, als onder Johan Cruijff de Europa Cup 2 wordt veroverd. De stervoetballer van weleer treedt in 1985 aan, maar stapt halverwege de jaargang 1987 - 1988 op. Ondanks dat Ajax tot tweemaal toe de landstitel moet laten aan het kapitaalkrachtigere PSV, wordt het Amsterdamse publiek in die periode geregeld verwend op ultra-aanvallend en attractief voetbal.

Trainer Leo Beenhakker wint in 1990 wel de kampioensschaal, maar kan ruim een jaar later de lokroep van zijn voormalige club Real Madrid niet weerstaan. Zijn assistent Louis van Gaal volgt hem op. Een nieuwe succesvolle periode breekt aan. Na een moeizaam begin wint de Amsterdammer al in zijn eerste jaar de UEFA Cup, drie jaar later gevolgd door de UEFA Champions League na een 1-0-overwinning op AC Milan. Uiteindelijk legt Van Gaal met Ajax tussen 1991 en 1997 beslag op elf hoofdprijzen.

Als ook hij in navolging van Michels en Cruijff Ajax verruilt voor FC Barcelona wordt Morten Olsen benoemd tot zijn opvolger. De Deen verovert meteen de dubbel, maar verdwijnt een halfjaar later van het toneel. Hoewel Ronald Koeman tussendoor nog tweemaal de titel wint, breekt pas onder Frank de Boer een langduriger nieuw en succesvol tijdperk aan.

De huidige coach van Ajax nam precies vier jaar geleden het stokje over van de zelf opgestapte Martin Jol. Inmiddels heeft de voormalige international vier opeenvolgende landstitels achter zijn naam staan en is hij met zijn ploeg nog volop in de race voor een vijfde kampioenschap, wat een Nederlands record zou zijn.

Tussen 1954 en 2014 zijn er bij Ajax 34 trainers aan het bewind geweest, waarbij de een succesvoller was dan de ander. Hoewel de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ook de minder geslaagden na Ajax vaak een prima loopbaan wisten op te bouwen.

Tekst: Ajax.nl/Coen Heil
Foto’s: Ajax.nl/Erfgoed Ajax