Ajax vierde in 1969 feest in Parijs

Ajax vierde in 1969 feest in Parijs

Ajax speelt dinsdag voor het eerst sinds 5 maart 1969 weer een officieel duel in Parijs. Destijds was niet Paris Saint-Germain of een andere Franse club de tegenstander, maar het Portugese Benfica. De beslissingswedstrijd was het gevolg van een gelijke stand over twee wedstrijden in de kwartfinale van de Europacup I. Ajax won die strijd, waardoor er in de Franse hoofdstad een waar Ajax-feest plaatshad en beleefde de club beleefde daarmee de definitieve doorbraak als Europese topclub.

Nadat Ajax in de tweede ronde van de Europacup I had afgerekend met het Turkse Fenerbahce, werd het in de kwartfinale gekoppeld aan Benfica. Ajax’ belangrijkste wapenfeit in Europa was tot dat moment een kwartfinaleplaats tegen Dukla Praag in maart 1967, waarin het over twee wedstrijden werd uitgeschakeld.

Benfica was toen al een absolute topclub. In het begin van de jaren ’60 wonnen ze tweemaal de
Europacup I, en daarna stonden ze gemiddeld eens in de twee jaar in de finale. Er was weliswaar veel respect voor het Benfica van Eusebio en consorten, maar Ajax achtte zich kansrijk in een koud en besneeuwd Olympisch Stadion. De Portugezen waren dergelijke temperaturen immers niet gewend. Voor ruim 55.000 toeschouwers verliep de wedstrijd echter iets anders dan gehoopt: Benfica won vrij gemakkelijk met 1-3, en het vertrouwen in de return was tot een nulpunt gedaald.

De Ajax-supporters die een week later eens lekker voor de tv wilden gaan zitten voor een spannende pot voetbal kwamen bedrogen uit: de wedstrijd werd niet uitgezonden. De kijkers waren aangewezen op een Engelse detective-serie, maar werden door de tussenstand boven in het scherm wel op de hoogte gehouden van de gebeurtenissen in Lissabon. 9e minuut, 0-1 door Inge Daniëlsson. 11e minuut, 0-2 door Johan Cruijff. Uiteindelijk werd het 1-3 en was de stand over twee wedstrijden exact gelijk: een beslissingswedstrijd moest uitkomst brengen. De datum en tijd werden vastgesteld op woensdagmiddag 5 maart, 15.00 uur. Exact twee weken na de overwinning in Lissabon.

Voor de neutrale locatie was het Stade de Colombes in Parijs gekozen, op berijdbare afstand van Amsterdam maar in een stad waar veel Portugezen woonden. Direct na de bekendmaking van Parijs als speelstad brak er een ongekende Ajax-gekte los. Er kwamen maar liefst 38.000 aanvragen voor kaarten, al kreeg Ajax er in eerste instantie ‘slechts’ 29.000. Twee dagen lang stond er van ’s ochtends 4.00 uur tot ‘s middags 17.00 uur een eindeloze rij supporters bij het stadion om kaarten te kunnen bemachtigen. Later kwamen er nog duizenden kaarten extra bij waardoor tussen de 35.000 en 40.000 Ajacieden de wedstrijd konden bijwonen.

Inge Danielsson juicht bij de 0-2. Inge Danielsson juicht bij de 0-2.

De Ajax-hysterie nam alleen maar toe naarmate de wedstrijd dichterbij kwam. Bedrijven sloten
hun deuren dankzij de massaal opgenomen snipperdagen van hun werknemers en bouwvakkers
begonnen ’s ochtends om 5.00 uur met hun werk om later die dag voor de tv te kunnen zitten.
Intussen gingen extra treinen, vliegtuigen en ruim 800 bussen met Ajax-supporters richting Parijs
voor het toen al historische duel.

Het Ajax-team dat destijds in Parijs aantrad, was gemiddeld een stuk ouder dan de Ajacieden die dinsdagavond het tweede officiële duel op Parijse grond zullen spelen. Johan Cruijff was met zijn 21 jaar de jongste, terwijl 9 van de 12 Ajacieden die destijds in actie kwamen ouder waren dan 25.

De wedstrijd zelf werd gespeeld alsof het een Europese finale betrof. Beide ploegen gaven elkaar
geen duimbreed toe en de spanning was om te snijden. Na 90 minuten stond het 0-0 en ging men
over op een allesbeslissende verlenging. De verlenging speelde Ajax in de kaart; het had een betere
conditie en was in staat een hoger tempo te spelen dan Benfica. Binnen drie minuten scoorde Johan
Cruijff de 0-1, en ruim tien minuten later haalde Inge Daniëlsson definitief de trekker over tegen de aangeslagen Portugezen: 0-2. Diezelfde Daniëlsson scoorde even later de 0-3 en bracht daarmee de tienduizenden Ajax-supporters op de tribune in vervoering.

In de Franse sportkrant l’Equipe oogsten de Ajax-supporters bewondering: ,,De fanatieke Batavieren, die een paar uur lang een sonore achtergrond vormden van hartstocht en enthousiasme zonder agressiviteit, zwaar klinkend gezang”. Samen met het Ajax-leger vierden de spelers het behalen van de halve finales. Daarin was het Tsjechoslowaakse Spartak Trnava de tegenstander.

Nadat Trnava over twee wedstrijden werd verslagen behaalde Ajax voor het eerst in de geschiedenis een Europese finale. Hierin was AC Milan nog een maatje te groot, maar in de jaren daarna ging Ajax echt heersen in Europa. In 1971, 1972 en 1973 wist het beslag te leggen op de Europacup I, en in dat laatste jaar werd het bijna als 'normaal' gevonden dat Ajax de beste voetbalclub van Europa was.

Nu mag dat helaas niet meer zo zijn, maar de herinneringen aan vroeger blijven zoet. In 1969 was Ajax nog nooit de beste van Europa geweest, maar beleefde het mede dankzij de steun van tienduizenden Ajacieden in Parijs de definitieve doorbraak als wereldclub. De rest is geschiedenis.

Tekst: Ajax.nl/Thijs Nabben
Foto's: Beeldarchief Ajax