'Alles paste in 1994-1995 in elkaar'

'Alles paste in 1994-1995 in elkaar'

Het Gouden Ajax uit 1994-1995 was zowel binnen als buiten het veld een uitgebalanceerd collectief. Naast de spelers was ook de trainersstaf op elkaar ingespeeld. De wisselwerking tussen hoofdtrainer Louis van Gaal en assistent-trainer Gerard van der Lem fundeerde het succes. Van der Lem blikt 20 jaar later terug op een droomseizoen.

Van der Lem kan zich het moment waarop het toekomstige succes zich aftekende, nog goed herinneren. Het was het moment, ergens weggestopt tijdens een doorsnee training in de Meer, waarop de assistent en de hoofdtrainer beseften: we kunnen écht oogsten in zowel de Eredivisie als Champions League.

,,We speelden, ergens in het seizoen ’94-’95, een positiespel acht-tegen-acht", herinnert Van der Lem de bewuste training. De inmiddels 62-jarige Amsterdammer voelt nog de tinteling van het moment. Het tafereel bevestigde de wereldklasse van de A-selectie van dat moment. ,,Op een bepaald moment keken Louis en ik elkaar aan. Wat een hoog niveau wordt hier gehaald, zeiden we tegen elkaar. Ongelooflijk. En vooral Louis staat niet snel verbaasd, zoals je weet. Iedere bal in dat positiespel was goed. Echt ie-de-re bal. We waren toen al ver gekomen in de Champions League. Maar dat was het moment waarop we écht beseften dat deze groep moeilijk afgestopt kon worden. Door het hoge niveau bleef iedereen, ook de iets mindere spelers, zich door ontwikkelen. Spelers waren gretig, wilden nóg sterker worden.’’

Het begon voor Van der Lem allemaal vijf jaar eerder met een telefoontje van toenmalig hoofdtrainer Leo Beenhakker. Of Van der Lem als jeugdtrainer wilde terugkeren bij de club waar hij een deel van zijn jeugdjaren had doorgebracht. De Amsterdammer werd als aanstormend talent als te lastig bestempeld. Uitgerekend Bobby Haarms – met wie hij in succesvolle latere jaren zou samenwerken als assistent-trainer – zette hem uit de Ajax-jeugdopleiding. Het telefoontje van Beenhakker bood Van der Lem een uitgelezen kans op een rentree bij een oude liefde.

,,Dat was speciaal, gezien mijn verleden’’, vertelt Van der Lem, die als prof het shirt droeg van onder meer Feyenoord, AZ, FC Utrecht en Haarlem. ,,Ik kreeg de A1 en B1; elftallen bomvol talent. Daar zaten toen alle spelers die later ook het eerste bereikten. In de B1 had ik Clarence Seedorf, Martijn Reuser en Patrick Kluivert lopen. In de A1 speelden Edgar Davids en Michael Reiziger. Zo wist je precies wat eraan kwam.’’

De Reünie Oud Ajax 1 2014 bood ook voor Gerard van der Lem een weerzien met enkele Ajacieden uit het succesjaar 1994-1995. De voormalige assistent-trainer liep onder meer Edwin van der Sar, Michael Reizger en Tarik Oulida tegen het lijf. De Reünie Oud Ajax 1 2014 bood ook voor Gerard van der Lem een weerzien met enkele Ajacieden uit het succesjaar 1994-1995. De voormalige assistent-trainer liep onder meer Edwin van der Sar, Michael Reizger en Tarik Oulida tegen het lijf.

De opstandigheid uit zijn jeugd (‘Ik had problemen met gezagsverhoudingen’) kwam hem later uitermate van pas als trainer. ‘Lastige jongens heb je altijd, vaak zijn het de besten’, liet Van der Lem in 1990, kort na zijn start als jeugdtrainer in de Meer optekenen in Ajax Magazine. ‘Dus je moet er mee omgaan, dat ligt me wel.’ Van der Lem staat nog steeds achter die uitspraak. Volmondig. De Amsterdammer herinnert zich onder meer mooie voetbaldiscussies met de jeugdige toptalenten Davids en Seedorf. Jongens die hij later ook bij het eerste trof en uiteindelijk uitgroeiden tot wereldvoetballers. De quote uit 1990 verdient wel enige nuance, oordeelt Van der Lem: ,,Er is natuurlijk een grens. Maar die ligt voor iedereen anders. Vroeger was alles zo zwartwit; er viel nergens over te praten. Dan werd het meteen afgekapt. Je kunt heel zwartwit zeggen: ik heb gezegd dat het zó moet. Louis is zwartwit. Ik ben dat helemaal niet. Het contrast kon eigenlijk niet groter zijn.’’

Juist die persoonlijke benadering maakte de samenwerking met Van Gaal tot een succesvolle. Ajax, en dan vooral de spelersgroep plukte er de vruchten van. Van der Lem: ,,Louis wist heel goed waar zijn kracht lag. En waar juist niet. Het ontbrekende gedeelte vulde ik in. Ik had kennis van zaken, alleen mijn karakter was heel anders. Ik liep de hele dag te lachen en maakte grapjes met de spelers. Louis was streng en gedisciplineerd. Voor spelers was dat wel een drempel op hem af te stappen. Hij wist dat heel goed. Zodoende hoorde ik veel van spelers. Ik speelde vervolgens weer naar Louis door wat ik dacht dat belangrijk was. De onderlinge verhoudingen waren prima.
Louis bleef natuurlijk de grote spin in het web. Een vakman eerste klas’’

Van Gaal en Van der Lem waren ooit teamgenoten bij Sparta. De Amsterdammers droegen bovendien allebei als talent het Ajax-shirt. De trainerscursus Coach Betaald Voetbal bracht de Amsterdammers opnieuw samen. De kiem voor een succesvolle samenwerking als trainer werd in Zeist gelegd. ,,Toen we samen de trainerscursus volgden zei Louis al eens: ‘Gerard, ik denk dat wij samen Ajax helemaal gaan veranderen.’ Hij had mij dus al gezien toen ik helemaal nog niet bij Ajax zat. Ik zat nog bij HFC Haarlem, was nog helemaal niet mee bezig met de toekomst. Ik dacht: wat lult hij nou?’’

Het voortijdige vertrek van Beenhakker naar Real Madrid bracht Van der Lem en Van Gaal samen in de technische staf van Ajax 1. De Amsterdammers besloten hun eerste seizoen samen (1991 – 1992) met winst van de UEFA Cup. Drie jaar later was Ajax ’s werelds beste clubteam.
‘De kracht van Ajax is het zoveel mogelijk uitsluiten van de factor toeval’, typeerde Van der Lem kort na de winst van de Wereldbeker de kracht en macht van het toenmalige Ajax uit ’94-’95. ,,Ik zeg bewust ‘zoveel mogelijk’ uitsluiten’’, verduidelijkt Van der Lem de uitspraak uit januari 1996. ,,Je hebt ook geluk en toeval nodig. Dat kun je door je manier van spelen een beetje afdwingen. Het gaat om perfectioneren en dominant willen zijn: veel balbezit en op de helft van de tegenstander spelen.’’

Van der Lem is niet het type dat van nature terugblikt uit voorbije voetbaltijden. De fysieke herinnering is goud waard. Zelfs bij ongekend succces. ,,Direct na de gewonnen Champions League-finale was er een minuut euforie. We vierden het met de staf. Alle spelers renden door elkaar over het veld. Aan die ene minuut had ik eigenlijk voldoende. Na die ene minuut zat ik alweer in de dug-out. Stak ik een sigaartje op. Beetje om me heen kijken. Toen besefte ik: we hebben het gedaan, maar moeten ook door. Eigenlijk is het niet leuk, want de spelers genoten er veel meer van dan ik. Bij terugkomst in Amsterdam merkte ik pas echt hoeveel alles had losgemaakt bij mensen.’’

Twintig jaar na de grootste successen stipt Van der Lem de succesfactor aan. Alles klopte. Zowel binnen als buiten de lijnen. ,,Alle schakels waren belangrijk. Van Sjakie Wolfs uit het materiaalhok, tot aan Pim de fysiotherapeut. En van de technische staf en spelers tot het bestuur. Iedereen deed het goed. De juiste keuzes werden gemaakt. De romantiek is dat zoveel dingen samenkwamen en pasten. Alles viel in 1994-1995 in elkaar. Het is het mooiste jaar uit mijn carrière. Zonder meer.’’

Tekst: Ajax.nl/Ronald Jonges
Foto's: Ajax.nl/Louis van de Vuurst en Gerard van Hees (foto reünie)

Twee karakters treffend in beeld gebracht. De ontspannen assistent-trainer Gerard van der Lem vulde de serieuze hoofdtrainer Louis van Gaal perfect aan. Op de achtergrond houdt toenmalig clubarts Piet Bon een oogje in het zeil. Twee karakters treffend in beeld gebracht. De ontspannen assistent-trainer Gerard van der Lem vulde de serieuze hoofdtrainer Louis van Gaal perfect aan. Op de achtergrond houdt toenmalig clubarts Piet Bon een oogje in het zeil.

Ajax 94-95 afl 1: Jonkies Ajax verslaan titelhouder Milan

Ajax 94-95 afl 2: Ronald de Boer zag Ajax groeien

Ajax 94-95 afl 3: Kreek wilde geen feest in clubkostuum

Ajax 94-95 afl 4: Erfgoed vol schatten gouden seizoen

Ajax 94-95 afl 5: Historische Ajax-zege in neutraal Triëst

Ajax 94-95 afl 6: Oulida : De man van Ajax - AEK