Alternatieve training in het Amsterdamse Bos

Even voor tienen dinsdagochtend vertrokken vier volle auto's van het ArenA-dek. Alle Ajacieden die aanwezig waren, togen met de trainersstaf richting het Amsterdamse Bos. Op die plek werd, voor de verandering, een conditietraining afgewerkt. Iets dat jaren geleden een traditie was, werd zo een beetje in ere hersteld.

Het zat de Ajacieden mee: de zon scheen, het was niet koud en er stond nauwelijks wind. Door de regen die de avond ervoor was gevallen, was de ondergrond zacht. ,,Wat hebben ze weer een mazzel he'', lachte Tonny Bruins Slot. Terwijl de assistent-trainer met fysiotherapeut Ricardo de Sanders koffie ging drinken, ging de rest aan de slag.

De 'rest' bestond uit Sander Boschker, Victor Sikora, Steven Pienaar, Maxwell, Wamberto, Yakubu, Julien Escudé, Ronald Koeman en Wil Coort. Anthony Obodai was maandag van het trainingsveld afgegaan met een blessure en was nog niet voldoende hersteld. Ruud Krol reed op een fiets naast de groep. Het eerste 'rondje trimbaan' diende ter warming-up. Zo'n elf minuten later waren de Ajacieden weer terug bij het vertrekpunt. En toen kwam het. Het tweede rondje zou veertig minuten in beslag nemen, volgens conditietrainer René Wormhoudt. Makkie? Nee hoor, de Ajacieden moesten er echt aan geloven. Bij elke hindernis werd gestopt voor oefeningen.

Ronald Koeman deed zoveel mogelijk mee. ,,Ja, zo blijf je wel fit'', dacht Ruud Krol. ,,Jij hebt je beweging voor het komende half jaar wel zo'n beetje gehad'', voegde hij er lachend aan toe. Koeman pufte nog even na en zei toen tegen de keeperstrainer: ,,Zou je ook eens moeten doen, Wil!'' Voordat Wil Coort kon antwoorden dirigeerde Wormhoudt de groep naar de volgende hindernis.

Tegen het einde van het parcours mochten de Ajacieden even gaan zitten op iets wat verdacht veel leek op een volgende hindernis. Hijgend gingen de voetballers zitten, maar het was maar voor zolang Wormhoudt nodig had om inderdaad de volgende oefening uit te leggen.

Krol bekeek het gezelschap eens goed. ,,Dan had je maar international moeten worden, he. Dan had je dit allemaal niet hoeven doen.'' Pienaar en Yakubu, twee internationals voor wie geen interlands zijn deze periode, glimlachten flauwtjes. Hadden ze in Afrika nu ook maar kwalificatiewedstrijden, zullen ze ongetwijfeld gedacht hebben.

Na die tweede, lange ronde werd er een korte drinkpauze ingelast. De achterklep van de auto van Sikora ging open en daar kwamen de bidonnen Gatorade als geschenken uit de hemel te voorschijn.

Wornhoudt had nog één rondje voor de spelers in petto. Zonder hindernissen deze keer, maar wel zo snel mogelijk. De conditietrainer liep nu niet mee, maar bleef achter om de tijd bij te houden. Een dikke acht minuten zou de snelste nodig hebben, was zijn schatting. Samen met Bruins Slot bedacht hij wie als eerste over de denkbeeldige finish zou komen. Toen de eerste in aantocht was, waren de leden van de staf verrast. Het was niet Pienaar of Sikora die als eerste over de streep kwam, maar Julien Escudé. En in een tijd die een minuut sneller was dan bedacht.

Kort daarna kwam de rest binnen. Escudé, die alweer enigszins hersteld was, bekommerde zich over zijn teamgenoten. Een voor een liep hij bij ze langs om ze een bemoedigende hand toe te steken. Na een laatste slok drinken, werd alles en iedereen weer in de auto geladen voor de terugreis naar de ArenA.