Andersen: Meer minuten, meer leren

Andersen: Meer minuten, meer leren

In amper vier dagen tijd trad hij uit de anonimiteit voor het oog van duizenden toeschouwers. Eerst tegen Twente, toen tegen Celtic. Is dit zijn definitieve doorbraak? Ja, gelooft Ajacied Lucas Andersen, talent van Deense makelij.

Of hij het Nederlandse nieuws volgt? Lucas Andersen schudt zijn hoofd na de vrijdagtraining. Nee, dat doet hij niet. Wel dat uit Denemarken. Zodoende stuitte hij onlangs op een bericht dat hem deed glunderen van genoegen. Op de website van een Deense krant las hij dat zijn trainer Frank de Boer hem beschouwt als een voetballer die over twee jaar een leidende rol kan vervullen bij Ajax. ,,Toen ik dat las, kon ik alleen maar blij zijn’’, zegt de 19-jarige Andersen in een mix van Engels en Nederlands. ,,Hij heeft me al wel laten weten dat ik de potentie heb om Christian Eriksen op te volgen, maar deze woorden waren nieuw voor me. Het geeft aan dat hij veel vertrouwen in me heeft. Dat doet me goed.’’

De uitspraken van De Boer waren lang niet het enige wat de jonge Scandinaviër heeft verblijd de afgelopen dagen. Wat te denken van zijn eerste basisplaats in de hoofdmacht, uit in de topper tegen FC Twente. En drie dagen later meteen de volgende, in het Champions League-duel met Celtic, in een kolkend stadion gevuld met ruim 60.000 uitzinnige Schotten. Alsof hij hoofdpersoon is in een sprookjesverhaal, bekent Andersen. ,,Ik kan bijna niet geloven hoe snel het gaat. Ik heb hier altijd van gedroomd, maar heb nooit gerealiseerd wat er met je gebeurt wanneer je daadwerkelijk in de basis mag beginnen. Pas dan besef je wat het betekent om speler van Ajax te zijn.’’ Volgens hem overtreft zijn huidige situatie de bekendheid die hij in Denemarken genoot nadat hij op 16-jarige leeftijd had gedebuteerd bij Aalborg.

Illustrerend is het einde van de vrijdagtraining, de laatste in de aanloop naar het duel met RKC van zaterdagavond. Voorheen kon hij ongestoord zijn weg vervolgen naar de kleedkamer, maar tegenwoordig heeft hij er een taak bij: handtekeningen uitdelen. Dan wordt duidelijk dat de anonimiteit van opleidingscentrum de Toekomst is vervlogen en heeft plaatsgemaakt voor de schijnwerpers rondom Ajax 1, die nimmer ophouden met schijnen.

,,Het is bizar’’, zegt Andersen. ,,De ene dag kent niemand je, de andere ben je ineens bekend. Ik heb vorig jaar wel eens mogen invallen, maar voor de buitenwereld bleef ik toch een onbekende. Alleen de meest fanatieke fans wisten wie ik was. Maar nu word ik nageroepen door kleine jongetjes, en soms zelfs door leeftijdsgenoten, van wie sommigen met me op de foto willen. Heel bijzonder.’’


Woensdagavond had zijn telefoon roodgloeiend gestaan na afloop van de nederlaag op Celtic Park. Natuurlijk, ook hij baalde van het resultaat, maar naderhand probeerde hij toch ook te genieten van zijn Europese debuut in de basis. ,,Door al die felicitaties dacht ik even niet aan het verlies. De berichten stroomden binnen. Ook van jeugdvrienden, met wie ik vroeger op straat heb gevoetbald. Voor hen moet het apart zijn om mij op tv in actie te zien.’’

Andersen praat gedurende het gesprek met twinkelende ogen. Hij, een nuchtere en fijnbesnaarde middenvelder, geniet met volle teugen van zijn onverwachte basisplaatsen. ,,Het ging goed bij Jong Ajax en op de training, maar ik had niet verwacht dat ik nu al direct de kans zou krijgen. Ik hoop op meer, al ben ik allang blij als ik twintig of dertig minuten mag invallen. Zolang ik maar bij het team zit en mezelf kan optrekken aan het hoge niveau.’’

Zijn sterke punten: dribbelen, spelinzicht en wendbaarheid. Die maken Andersen tot de vaardige spelmaker die eveneens uit de voeten kan in de voerhoede, zoals het geval was tegen Twente en Celtic. Wel is hij enigszins fragiel, zoals trainer Frank de Boer onlangs opmerkte. Andersen doet daarom tweemaal per week aan krachttraining, maar niet met als doel om net zo’n imposante borstkas te ontwikkelen als die van collega Danzell Gravenberch. Hij lacht om de vergelijking en vertelt vervolgens dat hij zich meer op explosiviteit richt in plaats van pure kracht. ,,Ik kan veel sterker willen worden, door enorme gewichten te heffen, maar dat heeft niet alleen voordelen. Daardoor word ik minder snel en wendbaar, terwijl ik het juist daarvan moet hebben.’’

Beschouwt hij de afgelopen week als zijn definitieve doorbraak in de hoofdmacht van Ajax? ,,Ja, dat zou je zo kunnen zien. Maar ik ben er nog lang niet. Des te meer wedstrijden ik speel, des te meer hoop ik te groeien. Daarbij ben ik ook afhankelijk van de resultaten. Als we als team beter gaan spelen, kan ik meer leren.’’

Tekst: Ajax.nl/Fabian van der Poll
Foto's: Ajax.nl/Louis van de Vuurst