Arie van Eijden: 'Oud-Ajacieden met talent zijn van groot belang voor Ajax'

Steeds meer Ajacieden vinden na hun actieve voetbalcarrière de weg terug naar Ajax. Als directielid, bestuurslid, trainer, leider of scout hebben ze bewust gekozen voor een tweede voetballeven bij hun eerste voetballiefde. In deze kerstspecial vertellen de oud-spelers over hun carrière van toen en over hun werkzaamheden van nu. Als eerste Arie van Eijden, algemeen directeur.

Arie van Eijden keerde in oktober 2000 als algemeen directeur terug bij Ajax. Van 1977 tot 1986 was Van Eijden al bestuurslid van AFC Ajax en tot 1995 Directeur Algemene Zaken en Commercieel Directeur. Minder bekend zal het feit zijn dat Van Eijden ook tussen 1965 en 1968 contractspeler bij Ajax was. Van Eijden kwam als verdediger twee keer in actie voor het eerste elftal. Zijn debuut was op 10 oktober 1965, thuis tegen Sparta. Ook Van Eijden is de dag van zijn eerste optreden in het roodwit nooit vergeten. ,,Voordat het eerste 's middags speelde, gingen we 's ochtends altijd met jongens uit het tweede elftal onderling voetballen op een grasveld in Amsterdam-West. We hadden de dag ervoor eigenlijk tegen het tweede van ADO moeten spelen, maar die wedstrijd werd afgelast vanwege de hevige regenval. 's Avonds gingen we uit en de volgende morgen zouden we een partijtje gaan voetballen. Wat achteraf heel grappig is, de oom van Barry Hulshoff, met wie ik tegelijkertijd een contract tekende en met wie ik nog altijd heel 'close' ben, deed die ochtend ook mee. Dat was Sjaak Wolfs, die toen nog helemaal niets met Ajax te maken had. Het toenmalige bestuurslid technische zaken kwam me op dat veld opzoeken en vertelde me dat ik 's middags mijn debuut in het eerste moest maken. Ik had er totaal niet op gerekend, maar was natuurlijk vreselijk blij. Ik had alleen wel al een partijtje in mijn benen", lacht Van Eijden.

De algemeen directeur speelde na zijn debuut nog een keer voor het eerste elftal. Op 24 april 1966 won Ajax met Van Eijden met 5-1 van ADO Den Haag. ,,Later ben ik ziek geweest, waardoor ik een jaar niet heb kunnen trainen en spelen. Voor mij was het sowieso moeilijk om echt door te breken. Het eerste elftal bestond uit fantastische spelers, zoals Sjaak Swart en Henk Groot. Dat waren mannen waartegen je als jongetje opkeek. We mochten blij zijn als we de tas van die jongens mochten dragen."

Deze symboliek van de hiërarchie is al jaren verdwenen uit het voetbal. Tegenwoordig draagt elke Ajax-speler zijn eigen tas. Ajax veranderde door de jaren heen. In positieve, maar ook in negatieve zin. Want toen Van Eijden drie jaar geleden terugkwam, heerste bij de buitenwacht de mening dat de Amsterdamse club koud en arrogant was geworden. De club was vervreemd van haar eigen supporters, zo werd gesteld. ,,Ik vond dat er een te groot gat zat tussen de NV en de vereniging Ajax zelf. Dat moest, naar mijn mening, hersteld worden. Het is moelijk uit te leggen hoe je dat doet. Het gaat om veel dingen. Hoe je onderling met elkaar omgaat, bijvoorbeeld. Eerlijk tegen elkaar zijn en betrokkenheid tonen. Ik ben bijvoorbeeld elk weekend op De Toekomst te vinden. Voor mij is dat totaal geen opgave. Ik vind het leuk en belangrijk om bij jeugdteams te gaan kijken", aldus Van Eijden.

Veel van de jeugdspelers op De Toekomst worden begeleid en gescout door oud-Ajacieden. Bryan Roy is bijvoorbeeld trainer van de E3, Arnold Mühren heeft de C2 onder zijn leiding, Sonny Silooy de D3 en Danny Blind is hoofd opleidingen. Ook het rijtje namen met scouts, die oud-speler zijn geweest en gezamenlijk meer dan 1000 wedstrijden speelden, is indrukwekkend: Ton Pronk, Gerrie Mühren, Leo van Veen en Piet Keizer. De algemeen directeur hecht groot waarde aan deze traditie. ,,Mits een oud-Ajacied natuurlijk talent heeft en geschikt is voor de functie. Maar als we een vacature moeten invullen dan kijken we altijd eerst binnen de eigen gelederen naar geschikte kandidaten. Op die manier blijft Ajax de club die het was en op dit moment is."

Hoewel Ajax uit financieel en sportief oogpunt weer op de goede weg is, kende Van Eijden ook tegenslagen. Wanneer hij terugkijkt op het laatste half jaar, denkt hij terug aan het plotselinge afscheid van technisch directeur Leo Beenhakker. ,,Dat was een grote teleurstelling. Je bent samen een weg ingeslagen en die hadden we samen graag afgemaakt. Door persoonlijke omstandigheden kon dat helaas niet. Als ik terugkijk, vind ik dat heel jammer, want ik heb Leo als persoon en als vakman erg hoog zitten." Het karakteriseert Van Eijden wanneer hij eraan toevoegt: ,,Maar ook uit vanuit die teleurstelling moesten we weer positief door. In Louis van Gaal hebben we ook een uitstekende technisch directeur waardoor we de ingeslagen weg kunnen voortzetten. Ik vertouw er dan ook op dat we het komende jaar weer sportief succes zullen behalen. Tezamen met een goede gezondheid voor iedereen, lijkt me dat een mooi doel voor het komende jaar."