Berlijn - Otto - Berlijn Het Endt is zoek

De eerste keer dat ik die man tegen het lijf liep, was ik diep onder de indruk. Het was in de winter van 1968. Meneer Reinders, onze leraar Duits, had voor het schoolelftal een wedstrijd geregeld tegen de A1 van Ajax. De A1 van Ajax! Wanneer je dat voor elkaar kreeg, was je een held. Meneer Reinders was een held want hij regelde het. Het regende pijpenstelen en de kans dat het door zou gaan was heel klein. Maar op het briefje dat we van onze leraar hadden gekregen stond: kom altijd, ook wanneer je denkt dat het niet doorgaat, want Meneer Haarms van Ajax beslist op het laatste moment of er wordt gevoetbald. Meneer Haarms van Ajax. Even, via het papier, was ik heel dicht bij het hart van Ajax. Door die naam Haarms. Hij was trainer van de Ajax-jeugd en hij assisteerde bij de trainingen van het eerste elftal. Haarms, Bob Haarms. Meneer Haarms natuurlijk.

Het bleef regenen, de Middenweg was een glanzende plassenstraat. Maar we waren er allemaal. Stel je voor dat je deze wedstrijd zou missen. Het veld aan de voorkant van het stadion zag er erbarmelijk uit. Modderig, hier en daar een plas; en het bleef maar regenen. Maar Meneer Haarms dacht er niet over het oefenduel af te gelasten. Spelen! En er werd gespeeld. Wij werden van de mat gevoetbald door het hechte team van Ajax. Er was geen houden aan en aan de kant stond Meneer Haarms. Een donkere gestalte tegen het kunstlicht. 'Doorgaan', brulde hij zijn spelers naar voren. Wanneer het 6-0 stond, moest het 7-0 worden. En stond het 7-0, dan moest het 8-0 worden. Geen mededogen met de scholieren, er werd gewerkt!

'Schieten', klonk zijn zware, rauwe stem door de avondlucht. En zijn jongens schoten. 8-0 Werd het, we hadden een lesje geleerd. Na de wedstrijd liep ik langs die Meneer Haarms. Hij zag er een beetje ontevreden uit, nors, ondanks 8-0. Ik durfde hem amper aan te kijken.

Later heb ik hem beter leren kennen. Eerst als mijn eigen trainer. Nog steeds was het respectvol Meneer Haarms, al hadden we het buiten zijn gehoorsveld wel over Bobby. Onze linkermiddenvelder, Paul Lonhard, bij wie ik achterop zijn Mobylette van Amsterdam-West naar Amsterdam-Oost meereed (voeten omhoog houden, in beide armen een voetbaltas geklemd, zo over de Rozengracht, langs het Damrak, Rembrandtplein, naar Oost, naar Oost!) noemde hem tijdens onze gesprekken Oom Bob. Ik bedacht een codewoord, kort. Krachtig, helder: Berlijn - Otto - Berlijn.

Er was ontzag en vervloeking voor Meneer Haarms die op de training alles uit je kneep maar er ook altijd voor je stond wanneer je hem nodig mocht hebben. Hij was er toen ik op de drempel van een contractje stond. Zijn advies telde. Zijn advies was positief. Ik kreeg een contractje!

Nog weer later was ik de oudste van Ajax' zaterdagelftal. Aanvoerder en dus dicht bij de trainer. Ik trachtte zijn wil, zijn stijl in het veld te vertalen. Grimmig, altijd willen winnen, niet genoegen nemen met 6-0 maar 7-0 willen maken¼ afmaken. Wij lagen elkaar en we lagen ook wel eens met elkaar overhoop, want niet altijd waren we het eens.

In de laatste acht jaar werkte ik samen met Bob. Erg dicht bij elkaar. Best wel eens vermoeiend maar vooral heel mooi. Zijn geest is onontkoombaar en bijtend maar stimulerend. Hij zit aan het bureau tegenover mij en op zijn vensterbank ligt een baksteen. Een De Meer-steen. Op mijn vensterbank ligt er ook een. Dat zegt veel. In die steen zit ook een geest, de De Meer-geest.

Volgend seizoen zit Bob (dat mag ik nu zeggen) niet meer tegenover mij. De trainerskamer zonder Bob. Dat is merkwaardig, onecht. Want ook wanneer Bob niet bij Ajax hoefde te zijn, was hij er. Al was het alleen maar om te zien of alles er nog stond, of Ajax er nog was. De gedeelde meningen en de uitbarstingen van verschil van inzicht zullen er niet meer zijn.

Maar hij zal regelmatig langs komen, Bob kan niet zonder zijn Ajax. En ik denk dat iedereen die al die jaren met Bob heeft gewerkt iets van die geest, rustend op grimmige norsheid, onvoorwaardelijke wil om te winnen, de wetenschap dat een onsje mentaliteit belangrijker is dan een kilo talent, zullen uitdragen. Codewoord Berlijn - Otto - Berlijn.