'Bij gastgezin leef je als een prof'

Toen een paar duizend jaar geleden een Godenzoon onderdak behoefde, belandde hij in een stal. Tegenwoordig is de opvang van jonge voetballers uit verre landen beter geregeld. José Valencia, speler van Jong Ajax en afkomstig uit Ecuador, vertelt over zijn ervaringen bij het gastgezin dat hem liefdevol in de familie opnam.

José Valencia, nu 21 jaar oud, kwam op zeventienjarige leeftijd naar Ajax. ,,Ik was door Ajax gescout in Ecuador en ben naar Amsterdam gekomen om een stage van drie weken af te werken. Ik had een gesprek gehad met meneer Westerhof, die toen directeur jeugdopleiding was. Na die stage kreeg ik een contract voor vijf jaar aangeboden. Dat was in mei. Ik ben toen weer teruggegaan naar Ecuador en vanaf juli 1999 begon ik als speler van Ajax'', aldus Valencia.

Na een maand bij een familie in huis geweest te zijn, ging de verdediger vanaf augustus 1999 naar het pleeggezin waar hij tot 2002 zou blijven wonen, de familie Telkamp. ,,Zij hebben mij fantastisch opgevangen. In het begin zat ik op Nederlandse les en later moest ik vooral huiswerk maken'', vertelt Valencia. ,,Ik begreep er niets van en zij hebben mij toen geholpen. Het leven is niet makkelijk als je de taal niet spreekt. Ik moest elke keer naar boven rennen om een woord op te zoeken. Na zes maanden kon ik Nederlands verstaan en daarna ging ik het ook spreken.''

,,Toen ik hier net was kon ik elke dag wel huilen'', herinnert de sympathieke Zuid-Amerikaan zich. ,,Je bent jong en voor de eerste keer zo ver weg van je familie en vrienden. In Ecuador is het altijd groen. Hier vallen in de herfst de bladeren van de bomen en regent of hagelt het heel veel. Ik wist niet eens dat dat kon. Als je dan een keer slecht speelt en je bent alleen, wil je terug naar huis.''

,,Wat je dan overeind houdt, is de steun van je pleegouders. Ik vind het beter om als jonge buitenlandse speler eerst in een gastgezin te komen dan dat je meteen alleen gaat wonen. Je kent de cultuur en de stad niet. Misschien kom je de verkeerde personen tegen. Bij een gastgezin leef je als een prof. Zij zorgen dat je een regelmatig leven leidt en dat je discipline opbrengt. Je moet goed trainen en spelen want je wordt gehaald voor het voetbal. Natuurlijk mag je ook best een sociaal leven hebben, maar voetbal komt op de eerste plaats'', vindt Valencia.

,,In het begin was het een beetje aftasten'', vertelt Jan-Willem Telkamp, de pleegvader van Valencia. ,,Zo'n jongen moet toch in een wildvreemd gezin gaan meedraaien. Toen José besefte dat wij niet in dienst van Ajax waren, maar dat het allemaal liefdewerk-oud papier was, groeide de vertrouwensband en is hij echt deel van ons gezin gaan uitmaken.''

De familie Telkamp waren fanatieke Ajax-liefhebbers en het worden van gastgezin leek hen een leuke manier om ook bij de club te horen. ,,Wij hebben een zoon en het zag er niet naar uit dat we een tweede kind zouden krijgen'', vertelt Telkamp. ,,Toch vonden we het belangrijk om wel zo'n situatie te creëren. Onze zoon voetbalt en wil ook profvoetballer worden. Dus het was leuk en leerzaam voor hem om er een soort broer bij te krijgen. En dat is ook gebeurd.''

,,Mijn pleegvader is een fanatiek sporter en hij zei altijd tegen me wat er nog beter kon aan mijn spel. Aanvankelijk had ik daar wel moeite mee, als het slecht gaat wil je even niet praten. Maar hij herinnerde mij eraan dat ik er beter van kon worden. Hij blijft kritisch en we praten nog steeds over mijn spel, hoewel ik nu op mezelf woon. Hij ziet de positieve en de negatieve kanten en hij ziet progressie in mijn spel. Dat is fijn om te horen.''

,,José is mentaal enorm gegroeid en dat heeft geleid tot betere prestaties'', vindt Jan-Willem Telkamp. ,,Ik heb zelf ook vrij hoog gespeeld, dus hebben we regelmatig samen getraind. Het is leuk om in het veld terug te zien dat hij enkele van mijn aanwijzingen heeft opgepikt. Bij mijn vrouw kon hij altijd met gevoelige onderwerpen terecht, bij mij met voetbalzaken.''

Sinds enige tijd heeft José Valencia, die nu heel goed Nederlands spreekt, het pleegouderlijk huis verlaten. ,,Ik deel een huis met Anthony Obodai. Hij is een rustige jongen en we kunnen het goed vinden.'' Valencia ziet zijn pleeggezin nog regelmatig. ,,We hebben een of twee keer in de week contact'', vertelt pleegvader Telkamp. ,,José heeft echt een plaats in ons hart. Ik hoop dat we altijd contact zullen houden, ook als hij later wellicht niet meer in Amsterdam speelt.''

Minder vaak ziet José Valencia zijn familie en vrienden in Ecuador. Tijdens de winterstop gaat hij dan ook graag terug naar huis. Voor het Ecuadoriaanse voetbalelftal onder 23 jaar hoeft hij echter niet meer in actie te komen. ,,Ik sta blijkbaar niet meer op het lijstje van de bondscoach. Vreemd, want ik heb er alles voor gedaan. In de zomer had ik geen vakantie omdat ik met die ploeg moest spelen en uiteindelijk word ik dan op deze manier terugbetaald. Ik heb heel weinig bij mijn familie kunnen zijn, en dan doen ze zoiets. In de zomer zei de trainer nog 'kom je erbij?' en later sta ik niet meer op zijn lijst. Bij Ecuador onder 20 was het hetzelfde liedje. In dit soort landen telt kwaliteit niet. Het is allemaal vriendjespolitiek. Voor mij is het een nadeel dat ik niet daar speel en woon. Allerlei makelaars pushen daar hun spelers bij de coaches. En aan mij kunnen ze niets verdienen, dat is zeker een van de redenen dat ik niet meer bij die ploeg zit. Want ik had wel verwacht er bij te zitten. Hier speel ik op een hoger niveau en heb me ontwikkeld. In Ecuador staat de tijd stil. Als je in Europa voetbalt, kunnen ze je echt wel gebruiken'', is Valencia stellig. ,,Maar goed, nu kan ik een paar weken terug naar huis en kan ik tijd doorbrengen met mijn ouders, familie en vrienden.''