Blind is klaar voor de volgende stap

Danny Blind heeft anderhalf jaar het vlaggenschip van Ajax’ jeugdopleiding, de A1, onder zijn hoede als trainer-coach. Maandag 10 december ontving hij in Zeist het diploma Coach Betaald Voetbal. Zijn voetballoopbaan kenmerkte zich door geleidelijkheid; vanaf zijn wedstrijden voor amateurclub RCS in Souburg tot aan de Wereldbeker-finale met Ajax in Tokio. Het succesverhaal is meer dan een speling van het lot, maar om te stellen dat Danny Blind iedere trede op de carrièreladder heel doelgericht beklimt, is overdreven: ,,Ik ben niet bewust een weg aan het uitstippelen. Zo van: ik moet nu een stapje hoger, want dan kan ik uiteindelijk mooi trainer van Ajax 1 worden.’’

Ten tijde van het emotionele afscheid als Ajax-speler, thuis tegen RKC met collega Jari Litmanen, was bekend dat Danny Blind directeur spelersbeleid zou worden. Maar het gras werd, achteraf gezien, te snel verruild voor het bureau. Vanaf het seizoen 2000-2001 is de Zeeuw jeugdtrainer en voelt weer gras onder zijn schoenen. Blind is gelukkig met die keuze: ,,Waarom ik de A1 ben gaan trainen? Ik wil voetballers kunnen aanspreken op hun eigen inbreng. Met jongens van ongeveer zeventien jaar kan dat. Voor sommigen is voetballen bijna een vak, voor anderen is dat het al. Ik kan met de A1 bijna werken zoals met een eerste elftal. Zowel tactisch, technisch als fysiek. Hier en daar moet ik wat gas terugnemen, het zijn geen kerels van dertig jaar. Maar het gaat heel professioneel. Vaak ben ik kritisch, soms beloon ik waar ze het verdienen, als er uit komt waar we over praten en op trainen.

Ik heb momenteel een enorm voordeel bij de jeugd: zij weten nog steeds wie ik ben. Ze doen een stapje extra. Als ik over tien jaar bij Ajax zou gaan werken, kent bijna niemand Danny Blind meer. Dan moet ik dat verloren gebied weer veroveren. Maar uiteindelijk gaat het erom: wat ik doe of zeg, moet hout snijden.’’

Oefenstof Bijna twintig jaar betaald voetbal, waarvan dertien jaar bij Ajax, en een glimmende erelijst. Voormalig aanvoerder Blind zelf vind die ervaring nuttig, maar niet zaligmakend. Het is geen garantie om als trainer succes te hebben: ,,Ik heb de laatste periode als voetballer ook al een beetje als trainer gefunctioneerd. Ik verzorgde geen trainingen, maar ik gaf aan spelers wel bepaalde dingen aan. Dat wil nog niet zeggen dat je dan een goede trainer wordt.

Een training geven is op zich niet zo moeilijk. Het gaat erom welke vorm ik kies, hoe mijn aanpak is. Wat wil ik als resultaat zien, hoe ga ik om met individuen? Je hebt het werk buiten, op het veld, maar ook het werk binnen: hoe ga ik om met druk en teleurstelling? Hoe houd ik de groep bij elkaar? Die facetten heb ik, op kleinere schaal, al meegemaakt als speler. Ik heb het meest moeten leren op eigenlijk het makkelijkste onderdeel: welke oefenstof hoort bij een bepaald niveau? Nu weet ik hoe dat moet.’’

Het individu Junioren en een eerste elftal. Volgens Danny Blind is er een enorm belangrijk onderscheid: winnen is bij de jeugd niet heilig. Blind: ,,Het grootste verschil is dat in de jeugd het individu voorop staat. Bij het eerste elftal gaat het alléén maar om het teambelang en het resultaat. Mijn keuzes zijn nu gerelateerd aan het beter maken van mijn spelers. Er is geen trainer in de eredivisie die een voetballer opstelt om zijn tekortkomingen bloot te leggen. Af en toe moet ik een opstelling aanpassen in het belang van het individu. Daar is het team niet altijd bij gebaat.

Ik heb bijvoorbeeld een middenvelder centraal voor de verdediging gezet. Daar kreeg hij veel meer te maken met de afwisseling van balbezit en balverlies, het omschakelen. Duidelijker kan het niet. Ik kan het op het bord uitleggen, ik kan de video erbij halen en het tegen zo’n jongen zeggen, maar ondervinden is het allerbeste. We verloren die wedstrijd met 3-2, hij deed twee keer niet wat van hem werd verwacht. Maar ik zette hem juist op die plek neer om daar tegen aan te laten lopen. We verliezen dan, maar het mooie van het vak als jeugdtrainer is dat mijn kop er niet meteen af gaat.’’

Druk en spanning In vergelijking met een hoofdtrainer werkt een jeugdtrainer dus meer in de luwte. De trainerskamer en de dug out zijn niet het glazen huisje waar trainer-coaches van een betaald voetbalclub zich in bevinden. Makkelijker, vind ook Danny Blind, want de ramen worden niet zo snel ingegooid als het even tegen zit: ,,Er is geen echte druk. Als we tegen Feyenoord A1 op Varkenoord met 4-0 verliezen, lacht er niemand bij Ajax, maar het leven gaat gewoon door. Daar zit voor mij dan ook meteen het enige minpuntje: die druk en die spanning mis ik nog wel eens. Nou is druk helemaal niet per se aangenaam, maar ik weet dat ik daar mijn weg in kan vinden.’’

Danny Blind windt er geen doekjes om. ,,In alle bescheidenheid,’’ zoals hij zelf zegt, ,,vind ik dat ik klaar ben om een Betaald Voetbal Organisatie te trainen. In principe is dit mijn laatste jaar al jeugdtrainer. Maar ik ben heel kritisch in het kiezen van een club. Er is een beperkt aantal clubs dat ik interessant vind.’’

Het buitenland is op dit moment niet aan de orde, of, beter gezegd, nog niet. Blind: ,,Ik wil op dit moment alleen in Nederland werken. Ik moet op details in kunnen gaan, wil graag duidelijk zijn. In het buitenland kan dat door de taal niet. De kracht van het woord is voor mij essentieel. In het buitenland kan ik het verschil tussen ‘niet’ en ‘nog niet’ moeilijk uitleggen. Als ik zeg: ‘dat is het niet’ of ik zeg: ‘dat is het nog niet’, maakt een groot verschil. In het eerste geval is het kansloos, in het tweede geval zijn we nog onderweg. Het gaat erom dat je een bepaalde snaar kunt raken bij spelers. Taal is voor mij daarbij onmisbaar.’’

Kroonprins Velen zien in Danny Blind, op lange of op korte termijn, de kroonprins van het koninkrijk Ajax. Het bestijgen van de troon is dan het moment waarop hij trainer-coach wordt van Ajax 1. Maar de mening van anderen telt niet. Danny Blind kijkt liever naar zichzelf, naar wat voor zijn vak als trainer nuttig is: ,,Ik ben niet bewust een weg aan het uitstippelen. Zo van: ik moet nu een stapje hoger, want dan kan ik uiteindelijk mooi trainer van Ajax 1 worden. Op die manier ben ik helemaal niet bezig. Ik relateer alles aan hoe ik werk. Sommige dingen gaan mij nu makkelijk af en dan wil ik dus een stapje hoger.

Iedereen vindt het fantastisch dat jongens als Van ’t Schip, Blind en Mühren bij Ajax werken. Wij krijgen vrij veel voor elkaar. Maar dat heeft alles te maken met hoe wij ons opstellen. Ik probeer altijd in het belang van de club te denken. Ik denk dat ik daar ook bij andere clubs wel goed mee om kan gaan.

Ik bepaalde, toen ik trainer werd, mijn eigen bodem: Ajax A1 is dat. Ik weet dat daar bepaalde faciliteiten, spelers en collega’s bij horen. Bij mijn bodem. Zo kijk ik ook naar de andere clubs én naar Ajax. Nogmaals, ik ben heel selectief in de volgende stap naar het hoofdtrainerschap, omdat ik weet wat ik nu heb. Als er geen clubs komen die ik in mijn hoofd heb, blijf ik lekker zitten.’’

Dit interview is afkomstig uit Ajax Life no. 11.