Borman blijft ogen open houden voor Ajax

Borman blijft ogen open houden voor Ajax

Ajax-scout Herman Borman gaat deze zomer na 25 prachtige voetbaljaren met pensioen. De 66-jarige Amsterdammer blijft wel betrokken bij de club. In wat voor functie? Als scout natuurlijk.

De naam Herman Borman verdwijnt per 1 juli van de loonlijst van Ajax, maar hij verdwijnt niet helemaal van het Ajax-toneel. Vreemd? Nee, natuurlijk niet. Borman is 25 jaar in dienst geweest. De eerste zestien jaar als trainer, de laatste negen jaar als scout. Al de kennis en ervaring die in die kwarteeuw zijn opgebouwd laat je natuurlijk niet zomaar uit handen glippen. ,,Ik blijf net als Cas Harms (de andere vertrekkende jeugdscout, red.) toch het één en ander doen voor de club”, zegt Borman. ,,Af en toe wedstrijden bekijken, spelers bekijken. We kennen iedereen in de voetbalwereld. Bij alle clubs zijn we welkom. Het zou zonde zijn dat niet af en toe te gebruiken.”

De scouting wordt dus niet helemaal vaarwel gezegd, maar het werkende leven gaat wel op een lager pitje. Bang voor een zwart gat is hij niet. Hij heeft genoeg plannen met de vrije uurtjes die er aan zitten te komen. ,,Ik ga eerst mijn huis opknappen. Daar is de laatste jaren niet veel meer aan gebeurd”, zegt de Amsterdammer. ,,En dan is waarschijnlijk het huis van mijn zoon aan de beurt. Daarnaast verwacht ik ook dat ik veel op de fiets te vinden zal zijn. Wielrennen is naast voetbal mijn grote hobby.”

Borman kwam in 1982 bij Ajax binnen. ,,Ik was negen jaar hoofdtrainer bij verschillende clubs in het amateurvoetbal: Oriënt, Madjoe, KBV. Op een gegeven moment kwam er een plek vrij bij de C-junioren van Ajax en werd ik gepolst. Ik dacht: ‘dat moet ik dan maar een jaartje proberen’. En dat jaartje werd uiteindelijk zestien jaar.”

Meteen in zijn eerste jaren bij Ajax kreeg hij prachtig materiaal in handen: Dennis Bergkamp, Bryan Roy. Later volgden andere toppers zoals Clarence Seedorf, Mario Melchiot, Kiki Musampa en Andy van der Meyde. ,,Ik heb als trainer alle jeugdelftallen doorlopen”, blikt Borman terug. ,,De laatste vier jaar had ik de A1 onder mijn hoede. We werden vier keer op rij kampioen. De laatste keer zelfs ongeslagen. We speelden toen alleen de laatste wedstrijd van het seizoen gelijk tegen Feyenoord. Dat waren mooie momenten uit mijn trainerscarrière. Zeker. Maar het echte hoogtepunt beleefde ik een paar jaar eerder. In 1992 werden we met de B2 kampioen van Nederland. Met allemaal eerstejaars B-junioren waren we te sterk voor PSV B1.” Prachtige prijzen, maar Borman zal zichzelf niet snel op de borst kloppen. ,,Die kampioenschappen zijn het werk van de hele jeugdopleiding: de scouts en alle trainers. Onderin zit echt verreweg het meeste werk. Daar leren de spelers het meest.”

In 1998, na de vier titels met de A1, maakte Borman de overstap naar de scouting van Ajax. Als jeugdtrainer bekeek hij al heel veel spelers, maar hij moest toch even flink omschakelen toen hij fulltime als scout aan de slag ging. ,,Met name het bureauwerk was wennen”, zegt Borman. ,,Dat kende ik niet als trainer. Het is echt heel veel papierwerk. Je leest en verwerkt rapporten. Je moet afspraken maken, spelers uitnodigen, clubs op de hoogte houden, externe scouts aansturen. Dat is een onderdeel van het vak dat bijna nooit aan het licht komt.” Maar in combinatie met het ‘echte’ veldwerk beviel zijn nieuwe baan hem uitstekend. ,,Het is prachtig als je van je hobby je beroep kunt maken. Ik ging overal naartoe om spelers te bekijken. Soms was ik zeven dagen per week van huis. Op zaterdag vloog ik van club naar club, om zoveel mogelijk voetballertjes aan het werk te zien.”

Met negen jaar ervaring weet Borman wat er nodig is om een goede Ajax-scout te worden. Hij stelt voorop dat binnen het scoutingapparaat van Ajax samenwerking het belangrijkste is. ,,Je kan nooit zeggen: die speler heb ik ontdekt. Voetballers worden altijd meerdere keren bekeken. Vaak krijgen we tips van externe scouts, soms zie je een keer zelf een goede voetballer. Maar alles gebeurt op basis van samenwerking.”

Maar de individuele kwaliteiten van een scout zijn natuurlijk ook van belang. ,,Ten eerste moet je met je hart werken: met een hart voor Ajax. Je moet bereid zijn meer te doen dan in je contract staat. Een scout ben je meer dan veertig uur per week. Daarnaast heb je natuurlijk voetbalinzicht nodig. Goede spelers scouten is niet moeilijk, dat kan iedereen. Het is de kunst om de voetballers eruit te pikken die misschien niet meteen opvallen, maar die wel de juiste kwaliteiten hebben om bij Ajax te slagen. Waar we specifiek naar kijken? Niet alleen naar de techniek, maar ook naar de mentaliteit. Tot slot heb je geduld nodig. Van sommige spelers zie je niet meteen de kwaliteiten. Die moet je misschien meerdere keren bekijken. Spelers kunnen groeien. Maar andersom kan het ook. Iemand die een hele goede eerste indruk maakt, kan uiteindelijk tegenvallen. Voordat je iemand naar Ajax haalt, en zijn leven overhoop haalt, moet je er echt van overtuigd zijn dat diegene van extra waarde is voor de club. We willen niemand beschadigen.”

De jonge voetballers in bescherming nemen is volgens Borman dus ook een taak van de scout. Hij vindt het dan ook geen goede zaak dat het tegenwoordig in het voetbal steeds minder om het spelletje zelf gaat. ,,De invloed van het geld wordt steeds groter. Sommige spelers hebben al vanaf hun twaalfde een zaakwaarnemer. Dat is niet goed, vooral niet voor die spelers zelf. Maar voor de trainers wordt het zo ook steeds moeilijker werken. Soms moet je streng zijn, soms moet een speler even op de bank worden gezet. Dat hoort erbij en dat is alleen maar goed voor de ontwikkeling voor een voetballer. Maar als de speler dat niet bevalt, wordt tegenwoordig meteen de zaakwaarnemer erbij gehaald.”

Alle minder leuke ontwikkelingen ten spijt, Borman heeft tot de laatste dag genoten van zijn werk bij Ajax. Hij is, zo zegt hij zelf, geen man van grote afscheidsrecepties. Toch werd hij onlangs samen met Cas Harms door de club in het zonnetje gezet: een etentje, mooie cadeau’s. En dat vond hij toch wel speciaal. ,,Ik wil iedereen bij Ajax hartelijk bedanken voor het warme afscheid dat Cas en ik hebben gekregen. Dat was echt heel erg mooi.”