Cas Harms: 'Ajax was mijn leven'

Cas Harms: 'Ajax was mijn leven'

In de kamer van de scouting liggen de vellen papier met de spelersindeling voor de jeugdelftallen 2007/2008 al opgestapeld klaar. Cas Harms heeft er dit jaar voor het laatst een steentje aan kunnen bijdragen.

De scout en voormalig elftalleider van de A1 neemt dit jaar afscheid van Ajax. Hoewel hij zichzelf nooit zo zou omschrijven, is Cas Harms een begrip op de Toekomst. Sinds 1952 heeft hij zijn ziel en zaligheid aan Ajax gegeven. ,,Ajax was mijn leven”, concludeert hij aan het einde van het interview, waarin alle grote namen uit de voetbalwereld voorbij komen. Zo speelden Dennis Bergkamp en Patrick Kluivert onder hem als leider van het vlaggenschip van de jeugdopleiding. Hij werkte aan de zijde van trainers als Louis van Gaal en Co Adriaanse en aan het einde van zijn carrière werd hij scout onder Tonnie Pronk. De namen spreken tot de verbeelding; de warmte en inzet waarmee hij hen begeleidde boekdelen.

In 1952 kwam Harms als welp naar Ajax en doorliep daarna alle jeugdelftallen. Op 17-jarige leeftijd werd hij ernstig ziek. Door de Aziatische griep, die Nederland in 1967 trof, kwam hij anderhalf jaar niet aan voetballen toe. Na zijn herstel bleek hij het echte talent om de top te bereiken niet in zich te hebben. ,,Ik ben toen in de senioren van Ajax gaan spelen en in 1975 vroeg Bobby Harms me om leider te worden van de D1. Na de C3 en de C1 kwam ik bij de A1 terecht waar ik 18 jaar leider van ben geweest. Dat hadden er twintig kunnen zijn, maar toen mijn zoon twee jaar in de A1 speelde, ben ik even gestopt. Dat vond ik wel zo gepast”, vertelt Harms. Voor Harms betekende het leiderschap meer dan een wedstrijdformulier invullen. Hij was vrijwel altijd aanwezig bij de trainingen van het vlaggenschip en probeerde een intensief contact met de ouders op te bouwen. De A2 en de B1 hadden voor hem ook geen geheimen. De spelers in die elftallen waren potentiële spelers voor de A1 en dus wilde Harms weten wat hij het jaar erop kon verwachten. ,,Het leiderschap ging voor mij verder dan alleen aanwezig zijn op wedstrijddagen. Ik heb altijd geprobeerd om de jongens open en oprecht te benaderen. Elke speler heeft een andere benadering nodig en daarbij speelt de achtergrond van zo’n jongen een belangrijke rol. Daarom sprak ik de ouders van de spelers ook minimaal drie keer per week bij trainingen en wedstrijden. Ik wilde weten wat er thuis speelde. Waren er, bijvoorbeeld, bepaalde problemen waar Ajax mee kon helpen? Dat soort zaken besprak ik met de trainer”, vertelt Harms.

Zijn grootste succes behaalde Harms gek genoeg met het A1-elftal van Herman Borman, waarvan slechts een speler doorbrak in het eerste elftal. Met slechts een verliespunt werd het vlaggenschip in 1998 kampioen. ,,Dat was de lichting van Andy van der Meyde, Brutil Hose, Pascal Heye, Daryll Douglas en Kevin Bobson. We wonnen in dat jaar met 11-3 bij Feyenoord en met 8-0 bij PSV. In dat elftal zaten geen echte uitblinkers, maar het was een echt team met jongens die voor elkaar wilden vechten. Daarvan heeft alleen Andy van der Meyde het gered.”

Helder voor de geest staat hem ook nog de lichting 'De Boertjes'. Harms: ,,Negen spelers uit de B1 sloegen een jaar over en gingen meteen naar de A1. Je moet dan denken aan Richard Witschge, Ronald en Frank de Boer, Danny Muller, Marciano Vink, Bryan Roy. Dat was een team waarbij je bij het fluitsignaal rustig achterover kon gaan zitten, omdat ze toch wel wonnen. Wat veel mensen niet weten is dat Dennis Bergkamp daar in eerste instantie helemaal niet bijzat. Hij kwam er later pas bij vanuit de A2.”

Naast de successen kende Harms ook tegenslagen bij Ajax. ,,Bij de A1 heb ik meegemaakt dat de spelers onder een trainer, van wie ik de naam niet noem, weigerden verder te spelen. Het jaar ervoor had deze groep veel succes gehad, maar de nieuwe trainer zette ze op andere posities in het elftal neer. Daardoor liep het totaal niet meer. We hebben de situatie toen besproken met het bestuur van Ajax en dat heeft toen ingegrepen door de trainer weg te sturen. Zo’n crisissituatie gaat gepaard met spanningen en dat is heel vervelend.”

Harms heeft in de 18 jaar dat hij leider was van de A1 veel goede spelers voorbij zien komen. De uitzonderlijke spelers onder hen haalden het eerste elftal. Maar er waren ook spelers bij waarvan iedereen dacht dat ze absoluut in het eerste zouden komen en het niet haalden. Harms denkt met gemengde gevoelens terug aan die spelers: ,,Echte voetbalkwaliteit is niet aan te leren. Dat heeft een speler in zich of niet. Maar er zijn spelers geweest, die enorm veel kwaliteit en talent hadden, maar het toch niet haalden. Deze jongens gingen vaak naast hun schoenen lopen, dachten dat ze er al waren. Erik Regtop was bijvoorbeeld zo’n speler, maar er zijn er meer geweest. Ik wees ze daar wel op, maar ze luisterden gewoon niet. Ze vertikten het bijvoorbeeld om de tas met spullen te dragen of kwamen te laat. Dat soort dingen. Ik kom ze nog wel eens tegen en dan zeggen ze vaak, ‘had ik toen maar naar je geluisterd’."

Via Danny Blind en Ton Pronk kwam Harms bij de scouting terecht. De jarenlange ervaring die hij had opgedaan met de jeugd kwam daar uitstekend van pas. De scouting werd tevens het eindstation van Cas Harms bij Ajax. ,,Eigenlijk kwam ik daarmee terug bij mijn begintijd. Vroeger ging ik in mijn vrije tijd namelijk ook kijken bij elftallen naar jeudspelers. De cirkel is dus eigenlijk rond. Het was mijn leven. Het meest zal ik het contact op de Toekomst missen met de mensen. Maar ik zal gerust nog af en toe langskomen, want Ajax zit in mijn hart.”