Cees van Zuilen clubdichter van Ajax

Cees van Zuilen clubdichter van Ajax

Amsterdam heeft zijn stadsdichter, Ajax beschikt over een clubdichter. Als Huisdichter Cornelis dicht de Amstelvener Cees van Zuilen over zijn club, maar hij richt zich ook op uiteenlopende andere sporten.

Tijdens de nieuwjaarsreceptie van 2007 maakte Van Zuilen als kersvers Ajax-lid zijn debuut als clubdichter. Voorzitter John Jaakke besloot zijn traditionele nieuwjaarstoespraak met een gedicht over Dennis Bergkamp, de Amsterdammer die zijn voetbalcarrière het jaar ervoor had afgesloten met een erewedstrijd tegen Ajax.

Londen

Volle pub
Het regent
Vrouw alleen
Die leest
Mannen
Drinken bier
Ze zijn naar
Arsenal geweest

Schemer
Ogen glanzen
Vochtig
In de lamp
Op hun netvlies
Nog het dansen
Van Dennis
Bergkamp


Een jaar na het geslaagde debuut is Huisdichter Cornelis vaste medewerker van Ajax Clubnieuws, het officiële clubblad van AFC Ajax. Tweemaandelijks schrijft de 57-jarige Amstelvener een Ajax-gedicht. Vrolijke en minder vrolijke clubvoorvallen worden vertaald naar verzen.
In een van zijn laatste bijdragen is een hoofdrol weggelegd voor Urby Emanuelson. Dit keer werd poëtische inspiratie geput uit de competitiewedstrijd tussen Ajax en FC Utrecht. De stilist werd per brancard van het ArenA-veld gedragen. De door sommige collega-supporters al wekenlang hardop geuite kritiek op het spel van de Ajacied, en het wrange beeld van de aftocht hielden de dichter tot ver na het eindsignaal in hun greep. In twee nachtelijke uren kwam Van Zuilen tot een eerste opzet voor zijn sportgedicht ‘Urby’. Een handvol dagen en enkele kleine aanpassingen later werd het gedicht afgerond.

Urby

Gedragen door klappende handen
Zijn dreadlocks opgebaard
Tussen dijen van groen gele broeders
Kijkt hij omhoog en hij staart

Naar al die klappende handen
Neer dalend op de brancard en zijn pijn
Op weg ja op weg waar naar toe
Vliegtickets.nl kleurt langs de lijn

Als uit geklapte handen van hen
Die de spring in ‘t veld en zijn dartele dans
Nog gisteren verketterden
Zich vouwen voor een nieuwe kans


‘Londen’ en ‘Urby’. Bergkamp en Emanuelson. Het afscheid van een fantastische voetballer en de aftocht van een Ajacied die botweg uit een wedstrijd is geschopt. Huisdichter Cornelis kijkt, slaat alles op en vertaalt. Van Zuilen dicht vanuit het perspectief van de meelevende toeschouwer. Toekijkend vanaf welke tribune ook. Naast de gedichten over Ajax is Van Zuilen van meer sportmarkten thuis. De Ajacied is een sportieve veelvraat, die even gemakkelijk dicht over sporten als Formule 1, schaatsen of wielrennen. Iedere sport zijn eigen sportpoëzie.
,,Ik kom al sinds het seizoen 1963-1964 bij Ajax", vertelt Van Zuilen in zijn café de Prins in de Jordaan in hartje Amsterdam. ,,Eigenlijk vanaf mijn tiende. Aan de hand van vader naar het stadion, het klassieke verhaal. In het Olympisch Stadion werden toen nog 'dubbele wedstrijden' gespeeld. Na Blauw Wit - Feyenoord speelden dan bijvoorbeeld Ajax en DWS dezelfde middag nóg een wedstrijd. Leuk om enkele spelers van toen, zoals bijvoorbeeld Ger van Mourik of Piet Keizer, nu weer terug te zien op de tribunes in de ArenA. Met mijn gedichten voor Clubnieuws kan ik bovendien iets terug doen voor de club."

,,Ik heb trouwens nog met Sjoerd Ruiter gespeeld", vertelt Van Zuilen plots over zijn oude voetbalvriend. Achter de naam van Ruiter schuilt een sportief drama. Ooit werd Ruiter beschouwd als dé opvolger van Johan Cruijff. De Amstelvener kon de torenhoge verwachtingen nooit waarmaken en ging ten onder aan druk en stress. ,,Sjoerd werd door Ajax uitgenodigd voor een proefwedstrijd en ik ging samen met zijn broer mee om te kijken." Het was niet het eerste bezoek dat de vrienden aan de Meer brachten. Maar Van Zuilen zal de proefwedstrijd nooit meer vergeten. ,,Al snel zag je een aantal mensen bij elkaar komen staan. Die nummer 8, Sjoerd dus, speelde wel erg goed. Later heeft Sjoerd hier nog gewerkt, in de Prins."
Een van de vroegste herinneringen aan Ajax is een weinig vrolijke. Van Zuilen schakelt snel over op een prettigere herinnering. ,,Sjoerd, zijn broer en ik waren vroeger enorme fans van Piet Keizer. We vonden het echt erg als hij niet speelde. Waarom fan van Keizer en bijvoorbeeld niet van Johan Cruijff? Dat is lastig te verklaren. Piet kon gewoon geniaal zijn als voetballer. Hij had daarbij een onaantastbare uitstraling. Een speler met een geniale schijnbeweging."

Een ander sportief drama bracht Van Zuilen in 2001 tot ‘Ajax’. Van Zuilen goot zijn onvrede over het vertrek van Shota Arveladze en andere beslissingen van de toenmalige Ajax-directie in tien dichtregels. ‘Ajax’ was het eerste gedicht van zijn hand dat in de Volkskrant verscheen. Twee jaar lang plaatste sportredacteur Bert Wagendorp wekelijks een nieuwe bijdrage van zijn Huisdichter Cornelis. ,,Met 'Ajax' is het begonnen", vertelt de dichter over het gedicht dat hij eind 2001 teruglas in de Volkskrant. Van Zuilen leerde direct hoeveel interpretaties lezers kunnen geven aan een gedicht. ,,Het gaat over Shota, maar meer ook over Leo Beenhakker en Arie van Eijden. Omdat het over geld gaat, denken sommige mensen wel dat het over Arie van Os gaat. Maar dat is niet zo. Dat de Volkskrant mijn gedichten twee jaar lang zou publiceren, had ik trouwens niet verwacht."

Ajax

Shota is weg
De poen is gevangen
Maar Leo en Arie
Gehaald met bombarie
Zijn niet te verkopen
Gewoon laten lopen
Bij eb op het wad
De vloed komt
En golven
Makkelijk zat


Het sportdichterschap dat hij sinds 2001 naast zijn horecawerkzaamheden bekleedt heeft zijn leven veranderd, vindt hij zelf. Net als het Ajax-lidmaatschap dat Van Zuilen in 2006 verwierf. Mannen als Van Mourik en Keizer heeft hij bij de club leren kennen. Keizer nam zelfs het eerste exemplaar van Garage West, de laatst verschenen bundel van Huisdichter Cornelis in ontvangst. ,,Als ik vroeger Jan Wouters op mijn terras zag zitten, keek ik daar van op. Ik voelde me dan toch een beetje ongemakkelijk. Nu is dat anders. Dat ongemakkelijke is wel een beetje verdwenen. Best grappig eigenlijk."

Cees van Zuilen publiceerde in november 2001 zijn eerste gedicht (‘Ajax’) in de sportrubriek Het Schavot van Bert Wagendorp van de Volkskrant. De Amstelvener stuurde zijn eerste sportgedichten naar de krant van Wagendorp, die de sportpoëzie direct publicabel vond. De columnist geldt daarmee als de ‘ontdekker’ van Huisdichter Cornelis.
,,Wat me aansprak was de oprechte en onvoorwaardelijke liefde voor de sport in de gedichten van Cees", vertelt Wagendorp. ,,Hij relativeert niet, hij is gewoon een fanatiekeling die bijna alle sport prachtig vindt en hij schaamt zich daar niet voor. Zijn gedichten worden ook steeds beter. Hij komt steeds dichter bij de ziel van de sporter. Wat hij heeft, die ongeremde passie voor sport, is bijna Engels. Die vind je niet zoveel in Nederland. Hier mag je sport eigenlijk niet heel erg belangrijk vinden. Daar heeft Cees dus geen last van. Hij kan heel goed bewonderen, en dat vind ik in hem te prijzen. Veel mannen van zijn leeftijd zijn toch een beetje klagerig en zuur geworden en vinden dat alles vroeger beter was. Cees kan ook goed kankeren, zijn eerste gedicht in de Volkskrant was geschreven uit woede over een of ander besluit van het Ajax-bestuur, maar dat gebeurt omdat hij het gevoel heeft dat bobo’s de sport kapotmaken. Ik verbaas me wel eens over fanatisme. Ik krijg vaak smsjes van hem, en dan zit hij weer bij een wedstrijd van Ajax in Praag, bij de Formule I in Barcelona of het basketbal in Groningen. Hij kent zoals ik al zei totaal geen schaamte. Als hij een sporter bewondert, en hij bewondert zo ongeveer elke sporter, dan stapt hij erop af en slaat zijn arm om hun schouders, overhandigt ze een dichtbundel of gaat met ze op de foto. Eigenlijk is Cees door de sport altijd een jongetje van vijftien jaar gebleven. Dat lees je in zijn gedichten. Ik ben daar erg jaloers op, want het is de beste remedie tegen oud worden. Cees wordt ook nooit oud. Hij heeft me er afgelopen zomer op een klein rotbergje in Frankrijk nog genadeloos vanaf gereden. Daar loopt hij dan nog weken over op te scheppen. Dat is wel een klein naar trekje van hem. Maar goed, zolang hij er maar geen gedicht over schrijft met mijn naam erin is het oké."

Foto's: Sander Nieuwenhuys