Cillessen staat altijd paraat

Cillessen staat altijd paraat

Doordeweeks beleeft hij meer plezier dan op wedstrijddagen. Maar dat geldt niet voor zondag, als Ajax het opneemt tegen PSV. Dan krijgt reservedoelman Jasper Cillessen eindelijk waar hij op ‘loert’: een basisplaats.

Of een reservedoelman specifieke eigenschappen moet hebben? Jasper Cillessen schudt zijn hoofd. ,,Nee’’, is in eerste instantie zijn antwoord. Maar als de tweede sluitpost van Ajax er langer over nadenkt, kan hij er toch een bedenken. ,,Geduld. Je moet veel geduld hebben. Alleen het probleem is: ik heb geen geduld.’’

Het is vrijdag, twee dagen voordat Cillessen op de plek staat die gewoonlijk wordt ingenomen door Kenneth Vermeer. Maar laatstgenoemde is door zijn rode kaart tegen Heracles geschorst. Daarom is er zondag, in de belangrijke uitwedstrijd tegen PSV, een basisplek ingeruimd voor diens stand-in: Cillessen. Terwijl enkele van zijn medespelers hun traptechniek polijsten na de training, neemt de reservedoelman tijd voor innerlijke bespiegelingen.

De situatie waarin hij zit, is inderdaad niet ideaal. Dat geeft hij volmondig toe. Jonge, gedreven doelmannen zoals hij willen spelen. ,,Je wil druk voelen, in grote stadions spelen.’’ Maar dat zit er dit seizoen bijna niet in. Kenneth Vermeer staat voor hem in de pikorde, waardoor de geboren Groesbeker het moet doen met sporadische invalbeurten en vijf wedstrijden in de KNVB Beker. ,,Maar moet ik dan gefrustreerd gaan rondlopen? Nee, daar heeft niemand wat aan. Ikzelf al helemaal niet.’’

Jasper Cillessen keept zondag tegen PSV zijn zestiende officiële duel voor Ajax. Jasper Cillessen keept zondag tegen PSV zijn zestiende officiële duel voor Ajax.

Dus pakt de van NEC overgekomen doelman het anders aan. Keihard werken, dat is zijn devies. ,,Zo hou ik Kenneth scherp’’, zegt hij. Doordat Cillessen als het ware in zijn nek hijgt, kan Vermeer niet verzaken. Bovendien: ,,Als hij niet keihard zou trainen, zou hij niet zo goed presteren als hij nu doet. Want wie minder druk voelt, wordt gemakzuchtig. Dat heeft iedereen.’’ Mede door het fanatisme waarmee hij concurreert, wordt de reservedoelman bewierookt door zijn trainer. Frank de Boer noemt hem een op-en-top prof. ,,Maar in mijn beleving is het ook normaal, dat je alles geeft. Je traint ook hard om zelf beter te worden.’’

Anderzijds heeft hij weinig keuze. Want mag niet van elke werknemer worden verwacht dat hij zijn werk met volle overgave doet? ,,Ja, maar ik vind werken een vies woord voor een voetballer. Ik noem het altijd hobbyen. Als je voetbal als werk gaat beschouwen, wordt het al snel niet meer leuk. Voor zover ik weet zijn er weinig mensen die elke dag met een glimlach naar hun werk gaan.’’

Cillessen wel. ,,Al heb ik ook mijn mindere dagen. Meestal zijn die in het weekend. Dan speel ik niet.’’ Maar speelminuten of niet, niemand die hem kan betrappen op een ongeïnteresseerde houding op de wedstrijddag. ,,Ik bereid me voor op de wedstrijd zoals elke andere speler. Je loert op een kans, al gebruik ik het woord loeren liever niet. Dan is het net alsof ik hoop dat Kenneth geblesseerd raakt. Maar ik zorg ervoor dat ik altijd klaar ben voor dat moment. Dat kan in de warming-up zijn of al na vijf minuten. Dan moet ik er staan. En tot nu toe stond ik er dan ook.’’

Een goed voorbeeld was de thuiswedstrijd tegen Steaua Boekarest, waarin hij Vermeer verving in de rust. Cillessen maakte een messcherpe indruk tijdens zijn invalbeurt. Met enkele katachtige reddingen hield hij zijn ploeg overeind. Zoals hij zelf zegt: ,,Ik sta altijd in de startblokken wanneer het nodig is. Als Kenneth iets langer ligt dan gebruikelijk, sta ik al paraat. Je hebt als doelman haast geen tijd om warm te lopen, dus je moet alle tijd gebruiken op zo’n moment. Elke seconde telt.’’

,,Wat er op zo’n moment door me heen gaat? Gretigheid. Dan denk ik: ik mag weer. Dan ben ik net een kind dat thuiskomt van school en zijn spullen in de hoek gooit. Zo is het op de bank ook. Alles uit en gaan.’’ Dergelijke momenten, daar doet hij het voor. Maar zijn voldoening haalt hij vooral uit de trainingen. ,,Hard werken, beter worden. Genieten van het spelletje. Elke dag als ik hier ben, geniet ik. En ik merk dat ik beter word. Logisch ook, als je anderhalf jaar op topniveau traint. Alleen wil je het ook laten zien in de duels waarom het gaat. Niet bij het tweede elftal. Dat niveau is best hoog, maar minder.’’

De vraag is hoe zijn toekomst eruitziet. Eerder gaf Cillessen, wiens contract loopt tot 2016, te kennen dat hij er weinig voor voelt om nog een jaar op de bank te zitten. ,,Maar ik durf het je niet te zeggen. Ik ben er ook niet mee bezig. Alleen zondag telt nu. Hopelijk pakken we daarna de titel.’’ En na het seizoen? ,,Lekker op vakantie. Dan meld ik me weer fris en fruitig op de club en bekijk ik de mogelijkheden.’’

Tekst: Ajax.nl/Fabian van der Poll
Foto's: Ajax.nl/Louis van de Vuurst (boven) en Pro Shots