Co Adriaanse geeft alles voor Ajax

Co Adriaanse vindt trainer-coach van Ajax zijn het hoogst haalbare, de ultieme positie in het Nederlandse voetbal. Op 53-jarige leeftijd heeft de in de Spaarndammerbuurt geboren en getogen Amsterdammer dat bereikt. Aan de hand van elf complementaire steekwoorden compileerde Ajax Life het leven en het werk van Adriaanse. Een verhaal over succes en falen, Muller en Swart en een grote rol King-pepermunt.

Coach ,,Als je een trainer bent die veel golft, heb je voldoende vrije tijd om leuke dingen te doen. Wat ik doe, vraagt veel tijd. Het leven bestaat voor mij alleen uit trainen. Ik heb een zeer eenzijdig leven. Dat kan heel naar zijn als je geen succes hebt. Mijn leven is alleen aangenaam als ik succesvol ben. Ik kan niet tegen falen, ik kan alleen maar tegen succes.

Ajax terug naar de top brengen is mijn moeilijkste taak. Daar ben ik nu aan toe. Ik heb er nu de leeftijd, de ervaring en de kracht voor. En daar geef ik alles voor. Niet alleen voor mezelf, maar ook omdat het Ajax is… Amsterdam, Ajax. Stel dat ik er niet ben, wie moet het dan in de huidige situatie doen? Een ander kan het niet, dat weet ik gewoon. Je moet ongelooflijk veel energie, ervaring, daadkracht en beslissingskracht hebben. En lef. Zonder lef kom je er niet. Dat heb je nodig. Daar ben ik dus bezeten van. Maar dat gaat ten koste van de kwaliteit van mijn leven.

Nu ik zo hard werk en voortdurend negatieve dingen over mij als persoon en over mijn functioneren lees, kan dat demotiverend werken. Maar het demotiveert mij zeker niet. Op mijn functioneren heeft het geen invloed, maar het doet wel pijn. Ik raak er aan gewend. Als je vaak pijn hebt, is dat naar, maar op een gegeven moment leer je ermee leven. Ik zit nu in basiskamp 5 en moet nog even verder om de vlag te planten. Na Ajax is er geen volgende top.''

Competitief ,,Ik weet niet waardoor ik zo bezeten ben van mijn vak. Alles heeft zijn oorsprong in de jeugd, zeggen ze wel eens. Ik kan me geen jeugdtrauma herinneren. Mijn ouders leven nog en zij hebben goed voor mij gezorgd. Mijn vader werkte hard in de glasfabriek als glasslijper. Moeder moest werken, vooral om mij te laten leren. Dat kostte geld.

Gymleraar én profvoetballer wilde ik worden. Toen ik acht of negen jaar was al. Op mijn zeventiende jaar was ik profvoetballer bij de Volewijckers. Op mijn 21ste werd ik gymleraar en stond op de Henri Dunant-school les te geven. Veel later kwam het idee trainer te worden.

Op de lagere school wilde ik altijd hoge cijfers halen. Vijf keer nul fout in taal was een rol King-pepermunt. Ik had een meester, Dick Hartog , die bij HRVC voetbalde. Bij die club ben ik ook gaan spelen. Hij was mijn voorbeeld, een rechtsbuiten.

Voor hem had ik enorm veel bewondering. Een heel aardige man, kon voetballen en vertellen als de beste. Vijf keer een grote nul met 'ft', in het rood geschreven met een grote krul…

Geldingsdrang zat er bij mij vroeg in. Tennissen? Ik kon aardig tennissen. Ik werd lid van de tennisvereniging Neck en met mijn zwager won ik het clubkampioenschap. Hij kon beter tennissen dan ik. Bij het dubbelen stond ik aan het net alles af te maken en hij ving alles achter op. Maar in het enkelspel was ik minder goed. Daarbij heb ik ooit - Neck had ook een korfbalvereniging - met 6-0 van een korfballer verloren. Ik heb nooit meer getennist. Nooit meer.

Als ik zie dat ik niet goed genoeg ben, stop ik ermee. Dat is misschien vluchtgedrag, maar ik vind iets niet leuk als ik het niet goed kan.''

Dit fragment van het artikel over Co Adriaanse is afkomstig uit de Ajax Life van donderdag 7 juni. De krant van de Supportersvereniging en Ajax wordt thuisgestuurd naar de leden van de SVA en ligt vanaf vrijdag in de kiosken voor 3,50 gulden.

Inhoudsopgave Ajax Life nr. 19

  >> Ajax Life