Column Blind: Niets komt vanzelf

Column Blind: Niets komt vanzelf

Iedere week schrijft een speler of speelster van Ajax een column voor de Ajax Nieuwsbrief. De internationals Jasper Cillessen, Daley Blind, Daphne Koster en Anouk Hoogendijk wisselen elkaar telkens af. Deze week is het de beurt aan Daley Blind.

Het jaar 2013 was voor mij persoonlijk een jaar van uitersten. Het begon sportief gezien met een aantal dalen, maar daarna heb ik de stijgende lijn ingezet. Sinds die tijd is het eigenlijk alleen maar voorspoedig gegaan. Het is daardoor een fraai en gedenkwaardig jaar geworden.

Wat er voor mij dit kalenderjaar met name uitsprong waren de wedstrijden in de UEFA Champions League. Ik denk dan vooral terug aan de overwinning op FC Barcelona in onze eigen ArenA. Net als in de voorgaande jaren zaten we opnieuw in een heel sterke poule. En opnieuw hebben we tot de laatste seconde kans gehouden om de volgende ronde te bereiken. Dat we het dit jaar opnieuw niet hebben gehaald, blijft natuurlijk zuur. Toch denk ik dat clubs in Europa niet blij zijn als ze ons loten. Dat is toch wel een winstpunt van de afgelopen seizoenen. We hebben als team een ontwikkeling doorgemaakt en de naam Ajax ook internationaal weer op de kaart gezet. Als ik de zes wedstrijden in de Champions League voor mezelf samenvat komen er veel mooie herinneringen naar boven. Daarnaast hebben we veel leermomenten gekend. Dat is mooi en nuttig - je wordt er immers sterker van - maar uiteindelijk wil je ook wel een keer oogsten in de Champions League. Tegen Milan was hét moment om overwintering veilig te stellen. Jammer genoeg hebben we het daar net laten liggen.

Maar zowel tijdens de eerste als tweede helft van het jaar maakte ik een aantal bijzondere momenten mee. Eerst was daar in mei de uitverkiezing tot Ajacied van het Jaar. Een hele eer vond ik dat. Het gaf het derde kampioenschap op rij extra glans. Het bijbehorende beeldje heeft een mooie plaats in mijn huis gekregen. Het staat op een plek waar ik het meerdere keren per week zie. Vaak gaan de herinneringen dan terug naar de huldiging op het ArenA Park en het succesvolle seizoen dat we met elkaar hebben beleefd.

Dit seizoen waren er twee speciale momenten. Allereerst mijn ‘nieuwe’ positie op het middenveld. Sinds de uitwedstrijd tegen FC Twente ben ik daar vrijwel iedere wedstrijd blijven staan. Het scheelt enorm dat de achterhoede en mijn teamgenoten op het middenveld net als ik in een goede vorm staken. Daardoor was het voor mij een stuk makkelijker om langzaam in mijn nieuwe rol te groeien. Helemaal nieuw was die rol trouwens niet, want ik heb vroeger in de jeugd ook vaak op ‘6’ gespeeld. Ten tweede vond ik het heel bijzonder dat ik laatst in de uitwedstrijd tegen ADO Den Haag de aanvoerdersband mocht dragen. Daar droom je als kleine jongen van.

Als ik alles zo op een rijtje zet, lijken veel dingen samen te zijn gekomen in 2013. Ik steek goed in mijn vel en verkeer al langere tijd in een goede vorm. Gelukkig heb ik geen terugval gehad. Ik doe mijn best om dat goede gevoel zo lang mogelijk te koesteren. Natuurlijk, als het goed gaat kom je af en toe op een wolk terecht. Ik probeer echter gewoon mezelf te blijven en met beide benen op de grond te blijven staan. Mijn teamgenoten, familie én de supporters helpen me daarbij. Zij houden me scherp en nuchter. De trofee ‘Ajacied van het Jaar 2012-2013’ heeft min of meer eenzelfde uitwerking op mij. Telkens als ik daar naar kijk, realiseer ik me hoe hard ik voor die titel heb gewerkt. Dan besef ik telkens weer dat niets vanzelf komt.

Eerdere columns