Dagboek Stirling (10): De mannen van het materiaal

Dagboek Stirling (10): De mannen van het materiaal

Roël Kisoor en Randy Ruyzenaars zorgen ervoor dat de Ajacieden er ook in Schotland pico bello bijlopen. De materiaalmannen vertellen over de immense berg kleding en voetbalspullen die vanuit Amsterdam zijn meegebracht.

Waar de spelers deze dagen zijn, daar zijn ook Kisoor en Ruyzenaars. De materiaalmannen zijn onderdeel van de omvangrijke staf die de Ajacieden bijstaat. Buschauffeur Gerard tekent - vanzelfsprekend - voor het transport van spelers en materialen. Twee fysiotherapeuten en de clubarts houden het fysieke wel en wee van de Ajacieden in het oog. Vier trainers maken de selectiespelers beter. Ieder zijn specifieke taak en werkgebied. ,,Uiteindelijk zijn we één groep’’, vat Ruyzenaars de verbondenheid treffend samen.

De twee ‘ facilitair medewerkers accommodatiebeheer betaald voetbal’, zoals hun officiële werktitel luidt, zijn op hun beurt weer onderdeel van een groep van in totaal zeven Ajax-werknemers die zich bekommeren om de materialen. Bij iedere buitenlandse trip, eigenlijk bij elke uitwedstrijd, van de selectie reizen twee ‘materiaalmannen’ mee. Of, bij deze trainingstrip naar Schotland, vooruit. Spelers en technische staf namen het vliegtuig. Ruyzenaars en Kisoor namen, met Gerard aan het stuur, de spelersbus.

,,Normaal nemen we ook het vliegtuig’’, legt Kisoor uit. ,,Maar dit keer liep het, zo kort na het trainingskamp in De Lutte, anders. De 24 kisten met materiaal zijn dus meegegaan op de boot. Een dag na de wedstrijd tegen Falkirk reizen we met de boot terug naar Nederland.’’

Randy Ruyzenaars zorgt dat het de spelers op kledinggebied aan niets ontbreekt. Randy Ruyzenaars zorgt dat het de spelers op kledinggebied aan niets ontbreekt.

Wie al over 24, vaak zware, metalen kisten met materiaal spreekt, beseft dat twee fulltime materiaalmannen hard nodig zijn. Sommige materialen gaan in honderdvoud mee. Alles wordt zorgvuldig gesorteerd, gewassen, waar nodig gestreken en opnieuw uitgedeeld. Het is een dagelijks terugkerende, omvangrijke operatie. Net als in het veld, mag ook daarbuiten eigenlijk niets misgaan.

,,Voor elke speler hebben we vier setjes trainingskleding meegebracht’’, vervolgt Kisoor. ,,Daarbij komen onder meer honderd trainingspakken voor de trainers en de spelers bij. Van elke speler hebben we drie wedstrjdshirts. Voor iedere training leggen we voor elke speler een setje met trainingskleding klaar. Zo’n set bestaat uit een trainingspak, een trainingsshirt, -short en kousen. De spelers kunnen zelf kiezen of ze in lange of korte broek willen trainen. Voor wie dat wil, leggen we ook een extra ondershirt klaar. Een genummerde onderbroek plus handdoek mogen niet ontbreken.’’

Roël Kisoor sleept de ballenzakken de heuvels over. Roël Kisoor sleept de ballenzakken de heuvels over.

Genummerde onderbroek? De Haarlemmer toont een wit exemplaar met daarop in duidelijke rode letters het nummer 10 gedrukt. Onderbroeknummer blijkt te correspondeert met rugnummer. De boxershort is van Wesley Sneijder. ,,Sommige spelers hebben speciale wensen’’, vervolgt Ruyzenaars. ,,Edgar Davids wil bijvoorbeeld altijd in een regenjack trainen. Gabri en George Ogararu dragen tijdens de trainingen altijd een afgeknipte, voetloze voetbalsok. De wensen van de spelers kennen we inmiddels wel uit ons hoofd.’’ Kisoor: ,,Als een speler dan nog extra wensen heeft, weet hij ons te vinden.’’

Tijdens de wedstrijden blijven de materiaalmannen altijd in de buurt van de kleedkamer. Niet alleen om de kostbare clubmaterialen te bewaken. Ook de persoonlijke eigendommen van de spelers blijven in het zicht. Kisoor: ,,Vaak zien we niets van de wedstrijd. Als dan bijvoorbeeld een speler of fysiotherapeut als eerste binnen komt, vragen we snel hoeveel het is geworden.’’ Ruyzenaars: ,,Soms, als het erg druk is, zie je de samenvatting of herhaling later pas. Als je weer thuis bent. In de kleedkamer moeten de spelers eigenlijk niet eens merken dat we er zijn. Wat dat betreft houden we ons stil, zonderen we ons een beetje af.’’