Dagboek trainingskamp Portugal (4): Nummer 27 zijn heeft ook voordelen

Het kan oneerbiedig overkomen als je als 27ste speler aan de selectie voor het trainingskamp wordt toegevoegd. Maar het feit dat het een oneven cijfer is en dat je de laatste speler bent die erbij komt, heeft een levensgroot voordeel. Althans, vindt Rafael van der Vaart. Hij heeft nu immers een kamer voor zichzelf. ,,Ik denk eigenlijk dat iedereen dat wel wil...'', aldus de geblesseerde middenvelder.

Van der Vaart ging er eigenlijk niet vanuit dat hij mee zou gaan, want ook andere geblesseerden als Sikora en O’Brien reisden niet naar Portugal. ,,Tot de trainer tegen mij zei ‘ga maar mee’”, vertelde Van der Vaart in ’t Portugese zonnetje. ,,En dat vond ik wel lekker. Het weer is hier wel zo goed.”

Dat hij alleen op een kamer ligt, vindt hij niet erg. ,,Dat vind ik heerlijk. Ik heb geen vaste kamergenoot, dat verschilt per keer. Maar ik lag een keer met Yakubu op een kamer en dat was geen pretje. Wat kan hij snurken, zeg. Eenzaam is het niet hoor, ik ben toch bijna nooit op mijn kamer. En als ik er ben, dan bel ik veel.” ‘s Middags en ’s avonds wordt Van der Vaart behandeld voor de spierblessure in zijn rechterbovenbeen, die hem van trainen afhoudt.

Ook zijn ‘concurrent’ voor de linkshalfpositie Wesley Sneijder liet de training van vier uur schieten. Tijdens zijn debuut tegen Wolfsburg kreeg hij een trap tegen zijn kuit waardoor hij het vandaag rustiger aan mocht doen. ,,Ik heb gisteren wel lekker gespeeld, ben tevreden”, vond Sneijder ook na een nacht slaap. ,,En wat voor een slaap. Ik was helemaal weg. Heb zelfs de sms'jes die ik nog kreeg gisteravond niet meer gehoord. Vanmiddag heb ik de wedstrijd helemaal gezien op televisie en zag ik dat ik wel aardige momenten had. Maar ik let meer op mijn fouten hoor. Daar leer ik van. Op het moment kort na de verkeerde keuze, weet ik al dat het fout was en op televisie zie je het dan beter. Als ik zoiets zie, zal ik het de volgende keer waarschijnlijk beter doen.”

Voor Sneijder is het zijn eerste trainingskamp met Ajax 1. ,,Het mooiste vind ik de wedstrijden. Je speelt tegen internationaal goede ploegen en allemaal eerste elftallen. Dat heb ik nog niet meegemaakt. De wedstrijd van gisteravond vond ik zwaar. Maar nu ben ik niet heel moe, ik voel me eigenlijk heel erg lekker.”

Sneijder zat de hele middag rustig op het bankje of op het randje in het zonnetje om zijn ploeggenoten te zien zweten. Vooral de keepers werden stevig onder handen genomen door Wil Coort. Van de keepers blonk Joey Didulica uit in technisch voetbal. Met schitterende schoten op doel, een ‘panna’ door de benen van Lobont en een schot waarmee hij een andere bal zo uit het gezichtsveld van Lobont mikte, liet de Australiër de toeschouwers genieten.

Ook na de training was Didulica nog niet uitgetruct. De op zijn fiets stappende Mido werd tegengehouden met de mededeling dat hij Didulica’s fiets meenam. Gedwee stapte de spits af, nog wel even vragend of Joey echt net als hij een groene fiets had. Na instemmend geknik van keepers-kant overhandigde Mido het stalen ros aan zijn collega. Vervolgens was het zoeken geblazen naar zijn tweewieler. Maar waar hij ook keek, geen fiets met nummer 11. Toen bijna iedereen vertrokken was, stond er nog een fiets. Een paarse, met nummer 21. ,,21? Wie heeft dat nummer bij ons?”, vroeg Mido retorisch aan omstanders. De drager laat zich raden. Die stond al juichend op de hoek van de straat. Zijn truc was geslaagd.