Dagboek van een trainingskamp (1) ''Qatar is om te werken''

13 januari 2001 - Op vrijdagochtend 12 januari, nog in de Amsterdam Arena, start het trainingskamp van Ajax eigenlijk al. Om half tien verlaat de selectie de kleedkamers om te gaan trainen. Een tegenvaller: de terreinmensen hadden de veldverwarming niet aangezet en de ondergrond naast het stadion is ongeschikt om op te trainen…

Door Erol Erdogan. Foto's Louis van de Vuurst

De vrieskou was onverwacht snel ingetreden. De hele groep gaat rechtsomkeert om dan maar in de zaal te trainen. Bij een spelletje, een soort tikkertje, gaat het erom wie het eerst een touwtje, de muur of een voetbal raakt. Als Co Adriaanse roept: 'De oudste speler!' hangt een groot aantal jonge Ajacieden om de nek van Aron Winter. In een hoekje vermaakt Fred Grim zich kostelijk. Aron vindt het minder.

Met de bus vertrekt het hele gezelschap naar Schiphol, waar vlucht KL 439 de Ajacieden naar Qatar zal brengen. Een onverwachte naam is op het laatste moment aan de lijst toegevoegd: Joe Didulica. De Australische keeper gaat mee omdat reserve-goalie Bogan Lobont een schouderblessure heeft. John O'Brien en Ferdi Vierklau blijven geblesseerd achter in Nederland om een eigen herstelprogramma af te werken.

Amsterdam-Daman-Doha. Dat is in grote lijnen de route. Op de tussentop in Daman worden alle koelkasten in het vliegtuig verzegeld; alcohol is ten strengste verboden in deze contreien. Om ongeveer 23.00 uur arriveert Ajax in het oliestaatje Qatar.

Cristian Chivu stapt als laatste uit het vliegtuig; hij mist een van zijn schoenen. Met een bedrukt gezicht loopt hij tierend de aankomsthal binnen. Deze voetbalhumor is aan hem niet besteed. In een hal, waar de verlichting zo hel is als in een operatiekamer, wachten de spelers achter de douane tot alle formaliteiten klaar zijn. Joe Didulica kijkt wat mistroostig. Doordat hij laat bij de groep is gevoegd, heeft hij geen visum. 'Ik geloof dat we allemaal op mij moeten wachten,' zegt hij. Een official van de Qatarse voetbalbond maakt de papieren in orde, Cristian heeft zijn schoen terug en het team kan door de douane.

Nadat iedereen heeft staan toekijken, nemen Petri Pasanen en Shota Arveladze het wat serieuzer tegen elkaar op.

De volgende dag staat in de Engelstalige krant van de regio, 'The Peninsula', een foto van de selectie, in de bus naar het hotel. Fotograaf Salim Matrakot is brutaal de bus ingestapt. 'Ajax Amsterdam arrives in Doha' staat er boven, met een aankondiging van het vriendschappelijke duel tegen de nationale ploeg van Qatar op 19 januari.

Ook boven de entree van het luxueuze Sheraton-hotel prijkt een welkomstbord met 'Sheraton Doha Hotel & Resort welcomes the Ajax Amsterdam team.' Op zaterdagochtend loopt de selectie na het ontbijt in omgekeerde richting onder het bord door.

In opperbeste stemming wandelen de Ajacieden langs de zonovergoten baai, direct naast het hotel. Het weer, weinig wind en een temperatuur van rond de twintig graden, is een weldaad voor de gisteren nog verkleumde botten. Het is opvallend rustig op de boulevards en straten.

Een vrouw in traditionele kledij (van top tot teen in het zwart, met een masker voor) brengt Shota Arveladze op een interland in en tegen Iran. 'Volgens mij zijn ze hier nog niet eens zo streng Islamitisch. Na een wedstrijd met Georgië tegen Iran moesten we wachten in de hotellobby. We besloten een kaartje te gaan leggen. Volledig in paniek kwam een medewerker naar ons toe. "Niet doen! Gokken is hier verboden!" Hier zijn ze toch wel meer moderner, geloof ik.'

Na de korte wandeling en een lunch rijdt de selectie in een bus naar het Khalifa-stadion, op een kwartier afstand van het hotel. De grasmat ligt er prachtig bij, omzoomd oor een goede sintelbaan. Onder het toeziend oog van Emir Hamad bin Khalifa al Thani, die samen met zijn zoon en kroonprins, vanaf een groot geschilderd bord op het stadion neerkijken, start Laszlo Jambor met een looptraining.

De bondscoach van Qatar, de Bosniër Dzemal Hadziabdic en zijn assistent trachten vanaf de tribune scoutingswerk te verrichten. Na een paar rondootjes gaat Wil Coort apart met de drie keepers Grim, Lobont en Didulica verder. De overigen spelen, geel tegen wit, een grote partij.

Twee keer raken, de vrije man zoeken en scoren tussen kleine pionnetjes. Het gaat heel scherp, getuige de verschillende korte woordenwisselingen tussen Winter en Witschge en Arveladze en Machlas; alles moet nauwkeurig, op een hoog tempo, goed in de voeten.

Adriaanse wijst, doceert en is scheidsrechter: 'Shota, vrije trap mee omdat je in de rug werd geduwd, geel omdat je vervolgens de bal wegtrapt!' De vonken spatten af en toe van het partijtje af.

Typerend voor de dadendrang van de Ajacieden is de galmende botsing tussen Chivu en Yakubu. Beiden gaan schreeuwend tegen het gras en iedereen kijkt verschrikt hun kant op. Zelfs de atleten van de nationale Qatarse atletiekploeg onderbreken even hun rondje op de sintelbaan. Na de helpende hand van Pim van Dord kunnen beide spelers gelukkig weer verder. Wim Suurbier, rechtsback in het gouden Ajax van de jaren zeventig en René Meulensteen kijken geïnteresseerd toe.

Meulensteen is trainer van het plaatselijke Al Sadd, Suurbier is zijn assistent. Ze zien dat Ajax in de milde lucht, onder prima omstandigheden, zich voorbereidt op de tweede competitiehelft. Op de vraag of het leuk is om in Qatar te werken als trainer, antwoordt Suurbier: 'Amsterdam is leuk, Qatar is om te werken.' En zo is het ook.

De Ajacieden gaan moe maar tevreden door de verrichte arbeid terug naar het Sheraton-hotel. Morgen staan er twee trainingen in het Khalifa-stadion op het programma. Dagboek Qatar: 18/01 Dag zes: Leo in de spits 17/01 Dag vijf: Tikkertje en een banaan op het water 16/01 Dag vier: De parelvissers uit Amsterdam 15/01 Dag drie: Een jarige job in het woestijnzand 14/01 Dag twee: Mohammed Winter en zijn grote blije familie 13/01 Dag één: 'Qatar is om te werken'