Dagboek Zuid-Afrika (4): Schaduw!

Om de grootste hitte een beetje te ontlopen begon de training donderdagochtend een halfuur eerder dan gepland. De bus die de selectie vervoert reed om half tien van het hotel weg, zodat een halfuur later het veld op Ikamva kon worden betreden. De Ajacieden die gisteren niet of weinig speelden tegen Ajax Cape Town moesten voluit trainen, degenen die het langst in het veld stonden, moesten uitlopen en mochten vervolgens toekijken. In de schaduw.

Het weerbericht voorspelde 30 graden in Cape Town donderdag, en dat het warm zou worden, was al vroeg op de dag merkbaar. Daarom was er zonnebrandcrème meegenomen en werden vooral de nekken van enkele spelers ruim ingesmeerd.

Op het veld van Ajax Cape Town stonden vanochtend twee Ajax-teams te trainen: de Zuid-Afrikaanse selectie én de Amsterdammers moesten de wedstrijd van de avond ervoor uit de benen lopen. Daarom was het veld, eigenlijk zijn het er twee, vrij vol en moesten de fysiotherapeuten goed overleggen wie waar kon traininen met de geblesseerden, Tomás Galásek en Nicolae Mitea. Uiteindelijk vond ieder een goede plek en kon de aandacht worden gericht op het herstel van het tweetal.

De spelers die woensdagavond op het veld stonden waren na de gebruikelijke conditie- en loopoefeningen klaar en hoefden slechts nog een grote ronde uit te lopen. Vervolgens gingen zij voor de dug out in het gras liggen om hun hardwerkende collega's te bekijken.

Hatem Trabelsi zocht echter de schaduw van de dug out op. ,,Neem een voorbeeld aan hem, hij doet het niet voor niets", sprak René Wormhoudt het zonnende groepje toe. Van de zon verbrand je niet alleen, maar je wordt er ook sloom van en dat is niet de bedoeling tijdens een trainingskamp. Dus luisterden de Ajacieden braaf naar de conditietrainer en zochten zij met zijn allen een plekje naast de Tunesiër op de bank.

De tien Ajacieden en de keepers die niet mochten bijkomen, moesten korte en felle partijtjes spelen. Soms vijf tegen vijf, soms vier tegen vier, als Daniël de Ridder en John O'Brien even mochten rusten in de andere dug-out.

Af en toe werd er prachtig gescoord maar veel ballen gingen naast en over. Ook dat hoort bij de voorbereiding, de scherpte moet langzaam komen na een vakantieperiode. Dat bleek ook bij de afsluitende penaltyserie, waar maar een aantal Ajacieden raak schoot.

Steven Pienaar was ondertussen met iets heel anders bezig. Hij behoorde tot het groepje van de uitlopers, maar hij was niet in de dug-out te vinden. Voor zijn oude club had hij de taak op zich genomen een shirt te laten signeren voor zijn landgenoten. Zijn collega's in de dug out hadden allemaal hun krabbel al gezet, en toen was het wachten op de spelers die nog op het veld stonden.

Nauwkeurig hield hij in de gaten wie al had gesigneerd en wie niet. Toen Vermeer en Emanuelson hun handtekening als laatsten hadden gezet, bracht Pienaar tevreden het shirt aan de mensen van Cape Town. Onder veel 'Thank you's' haastte de Ajacied zich vervolgens naar de bus, die nog op hem stond te wachten.