David Endt's liefde voor Ajax en Inter

Kan iemand van zowel Picasso als van Rembrandt houden? Niemand zal die vraag ontkennend beantwoorden. want twee meesters, zo verschillend in opvatting stijl en uitvoering, kunnen één persoon aanspreken. Het bewonderen van zowel Picasso als Rembrandt (om maar een voor de hand liggend voorbeeld te geven) hanteer ik met redelijk succes wanneer mensen mij vragen (en dat gebeurt regelmatig) naar hoe het kan, hoe het in vredesnaam kán, dat ik zowel Ajax als Inter een warm hart toedraag.

Ajax en Inter. In alles zo anders. Er schijnt zo'n divers licht op deze
clubs. Helder rood en wit, klaar voor de witwas: Ajax. Donker stemmig zwart
en blauw, rijp voor een potje blues. De één vernieuwend, met jeugdige
allure. De ander conservatief, vasthoudend aan ervaring. Ajax vrolijk
offensief, Inter angstvallig defensief. En zo kunnen we nog wel een beetje
doorgaan met metaforen en vergelijkingen. Eén zaak is duidelijk, het is als
dag en nacht, in alle opzichten.

Maar wie houdt alleen van de dag en vergeet de nacht? En wie koestert zich in de donkerte van de nacht zonder te hopen op een glimp van zonsopgang? Het kan samen, want beide kunsten bezitten hun schoonheid. Je moet het vooral wíllen zien. Je moet het ook kunnen horen en vooral, willen vóelen! Twee scholen die je niet moet willen veranderen. Gooi geen catenaccio om Ajax, tracht Inter niet zijn ziel te laten verliezen. Zo is het mooi.

Toen ik een jongetje was, echt een klein jongetje, bestond het verre voetbal uit een paar keer per jaar een rechtstreekse uitzending na trompetgeschal van de eurovisie. Dichterbij ging je naar Blauw Wit, DWS en, natuurlijk, Ajax.

Het Nederlandse voetbal stelde nog niet veel voor, al woekerde er iets onderhuids, onzichtbaar nog voor een tienjarig kereltje. Dat kleine mannetje werd onrustig wanneer er een halve finale Europa Cup werd gespeeld. Inter tegen Real Madrid. Donker tegen licht. De kleuren kon je op het zwart wit toestel niet zien maar die dacht je erbij. Net zoals je de stemming probeerde op te snuiven en de geluiden in je opnam.

Inter was toen de beste. Een team met prachtige spelers met nog mooiere namen. Mazzola, Facchetti, Suarez, Sarti, Guarneri, Corso. Toverwoorden waren het
voor kleine jongens met gevoel voor dromen en fantasie. Het kereltje stond niet alleen want overal gold Inter, Europa Cup winnaar en wereldkampioen, als het topelftal, een voorbeeld van het moderne voetbal.

Moderne ideeën in het spel. Een ultra aanvallende linksback die er in de competitie zestig in zou schieten. Een flitsende aanval met rappe, technisch zeer begaafde spelers. Met een libero die een veldheer achter zijn ijzeren defensie was en met een kapitein die in een fractie van een seconde zag, deed en met zijn voeten de bal over veertig meter daarheen bracht waar hij wilde.

Onmogelijk ongevoelig te blijven voor dat verbeelde zwart en blauw. Ver weg, onaantastbaar, vol allure en stijl. Een paar jaar later beklom Ajax gestaag de nationale en daarna de internationale trap. Trots waren wij op de club die wij tweewekelijks zagen schitteren. Cruijff, Keizer, Swart, later Neeskens, Krol.

Verbaasd zag het kereltje dat die voetballers zich konden meten met de onaantastbaren uit Zuid-Europa. Beter waren, helden werden. Het was genieten van sprankelend rood en wit en een voetbalfilosofie die op lef en kunde was gebaseerd. Maar dat zwart en blauw, de eerste kennismaking met kunst, kon er niet door worden overwoekerd. Het kon en kan samen!

Eén keer kwamen ze 'om het echie' tegen elkaar uit. Het moment viel samen met de ongenaakbare top van Ajax en het moment van afdalen van die andere grootheid. Wat een prachtig contrast, die kleuren en die mannen. Mazzola, Facchetti, onvermijdelijk vallende vlinders. Cruijff, Keizer, onverbiddelijke troonopvolgers.

Nu, dertig jaar later, komen de kleuren weer gezamenlijk het terrein op. En weer is het fascinerend. Een museum met zowel Rembrandt als Picasso. Het kan samen, soms wat wennen aan het contrast, maar als je wilt zien wat je ziet, is het genieten geblazen. Het kereltje dat een mannetje is geworden zal genieten. Want zo is het mooi.

DAVID ENDT