De Ajax-carrière van Jany van der Veen

De Ajax-carrière van Jany van der Veen

De Toekomst, het kloppende clubhart van Ajax, bestaat dit seizoen tien jaar. In deze aflevering van ’10 jaar de Toekomst’, een verhaal over de Ajax-carrière van Jany van der Veen, de in 2001 overleden oer-Ajacied naar wie het op 5 mei gespeelde toernooi op de Toekomst is vernoemd.

De speler die binnen een broodje zit te eten, weet niet wie Jany van der Veen is. Hij vraagt het een vriendje en die vraagt het weer aan een ander. Ze komen niet op het antwoord. Op zich is dat niet zo gek. De deelnemers aan het Jany van der Veen Toernooi spelen in de D- en E-junioren en zijn allen zo rond de tien jaar oud. Daarbij spelen ze wel meer toernooien die naar een club-coryfee zijn vernoemd. Voor hen en andere onwetenden dit verhaal.

Adrianus Willem Hendrik van der Veen stierf op vrijdag 28 december 2001 op 84-jarige leeftijd. Jany noemden zijn vrienden en bekenden hem, en daarvan waren er velen aanwezig tijdens de gedenkbijeenkomst op de Toekomst een aantal dagen later. Van der Veen had dan ook een imposante carrière gehad bij Ajax, ‘zijn’ Ajax. In het Ajax Clubnieuws van donderdag 28 juni 1934 duikt zijn naam voor het eerst binnen de vereniging op, onder de ‘Officieele Mededeelingen’. ‘Balistraat 41’ staat als woonadres vermeld, en dat was redelijk dicht bij de Middenweg waar het beroemde ‘Houten Stadion’ van Ajax stond. Daarmee maakte Van der Veen dit stadion nog net mee, want een half jaar later, op 9 december 1934, nam Ajax officieel het nieuwe stadion de Meer in gebruik.

Daar speelden de voetbal-hoogtijdagen van Van der Veen zich af. In het seizoen 1939-1940 debuteerde hij (tegen Blauw Wit) al in het eerste, de heersend kampioen van de Eerste Klasse Afdeling 1. Hij zou in zijn eerste seizoen in Ajax 1 één wedstrijd spelen in een jaar waarin voetbal steeds onbelangrijker was geworden: de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog had de competitie compleet verstoord. Zo startte de competitie later en werden diensplichtige voetballers gemobiliseerd. Bij Ajax waren dit Van der Veens teamgenoten Henk Blomvliet, Jan Schubert, Piet van Reenen, Dick Been en Rinus Bijl. Omdat andere teams met hetzelfde probleem zaten, hergroepeerde de KNVB de regionale poules. De competitie werd omgedoopt tot Noodcompetitie waarvan de winnaar officieus landskampioen zou worden. Ajax testte veel nieuwe spelers en werd daarmee uiteindelijk zesde.

Van der Veen zou een van de dragende spelers zijn in de oorlogsjaren. Vanzelfsprekend kenden de competities die jaren geen gewone omstandigheden. Trainer Jack Reynolds kwam in de gevangenis terecht en de Duitsers stelden de Arbeitseinsatz (gedwongen terwerkstelling van jonge mannen) in. Van der Veen maakte in het seizoen 1942-1943 zijn eerste doelpunten in Ajax 1. Het seizoen erna stond hij droog en in het seizoen 1944-1945 konden pas na de bevrijding op 5 mei 1945 weer officiële wedstrijden worden gespeeld, al ging het slechts om het (door Ajax gewonnen) kampioenschap van Amsterdam.

Het eerste jaar na de oorlog was een succesvol jaar, waarin Rinus Michels overigens debuteerde: kampioen van de afdeling, tweede in het kampioenschap van Nederland en winnaar van de KNVB Beker. In het jaar daarna werd Ajax behalve afdelingskampioen ook kampioen van Nederland. Van der Veen speelde alle dertig wedstrijden mee, waarin hij niet tot scoren kwam. Ook in het seizoen 1947-1948 speelde Van der Veen alles (één doelpunt). In het seizoen erna kwam hij tot zeven wedstrijden waarna hij op 24 oktober 1948 na de wedstrijd tegen SVV stopte.

Zijn carrière bij Ajax was echter nog lang niet ten einde na deze tien seizoenen in het eerste. Sterker, hij zou tientallen jaren coach zijn van diverse jeugdelftallen en opnieuw naam maken door Johan Cruijff hoogstpersoonlijk te ontdekken. Van Jany van der Veen hoefde de tienjarige Cruijff niet eens een proefwedstrijd bij Ajax te spelen: hij had al voldoende gezien van de kleine Johan tijdens het straatvoetbal. Van der Veen kreeg al snel zijn gelijk doordat de A1 in 1964-1965 met spelers als Cruijff, Barry Hulshoff, Wim Suurbier en Arie van Eijden landskampioen werd.

Toen Cruijff in 1985 hoofdtrainer werd, ging de inmiddels 68-jarige Van der Veen als scout aan de slag. De laatste talenten die hij bij hun amateurclubs ontdekte waren John Bosman, Marciano Vink, Aron Winter, Rob en Richard Witschge, Stanley Menzo, Henny Meijer, Erik Regtop en Edgar Davids.
Het was dan ook niet verwonderlijk dat deze laatste uit Italië overkwam, voor de herdenkingsbijeenkomst begin 2002. ,,Na afloop van een wedstrijd die ik speelde voor SDW kwam Jany van der Veen naar me toe om mijn gegevens te noteren. En toen ik later bij Ajax speelde, kwam hij altijd aan me vragen of ik het genoeg naar mijn zin had. Hij heeft mijn carrière zeer gestimuleerd”, zei de toenmalige Juventus-speler en inmiddels bij Ajax teruggekeerde middenvelder direct na de plechtigheid.

Een jaar na Van der Veens overlijden zorgde Ajax ervoor dat zijn naam ook bij de jeugd betekenis kreeg. Het Hans Kok-toernooi zat zonder naam - de naamgever vond dat hij na tientallen jaren wel genoeg eer had gekregen - en daarmee was de weg vrij voor een passend eerbetoon aan de man die de club liefst 53 jaar als lid had gediend.