De avond dat ‘Geelsie’ uit de lichtmast kwam vallen

De avond dat ‘Geelsie’ uit de lichtmast kwam vallen

Jaap Visser van Kick uitgevers schrijft elke maandag een blog over de geschiedenis van Ajax. Deze week gaan we terug naar 1 november 1975, de zaterdagavond waarop Ruud Geels uit een lichtmast kwam vallen om een van zijn vijf goals tegen Feyenoord te maken.

Met donderend geraas neemt Ruud Geels op 1 november 1975 het doel van zijn oude club Feyenoord onder vuur. De trefzekere midvoor van Ajax is op deze herfstige zaterdagavond op zijn allerbest. Hij is alert, beweegt slim, timet geweldig, schiet zuiver, kopt knalhard en lijkt zelfs in de lucht te kunnen klimmen.

Hoogtepunt
Het absolute hoogtepunt, figuurlijk en letterlijk, is de legendarische kopgoal waarmee hij de stand in de 69ste minuut op 3-0 brengt. Gerrie Mühren zwiept de bal vanaf links in de Rotterdamse doelmond, zo hoog dat Willem van Hanegem niet verwacht dat achter zijn rug onheil loert. De Kromme blijft aan de grond, maar ziet ineens, ver boven hem, Geels in de lucht hangen. De spits heeft zichzelf gelanceerd, recht omhoog, valt voorover en slaat met het voorhoofd toe: boem, goal. ,,Het leek wel of hij uit een lichtmast kwam vallen'', zal Van Hanegem later zeggen.

Ruuds ongelooflijke hoogstandje is zijn tweede goal tijdens een uitbundige Ajax-avond en er zullen er nog drie volgen. Ajax-Feyenoord 6-0, de grootste Rotterdamse nederlaag sinds de invoering van het betaald voetbal in 1954. Vijf keer Ruud Geels, de ranke spits die vijf jaar eerder wrokkig De Kuip de rug heeft toegekeerd. Omdat hij niet mee mocht naar Milaan, om er met Feyenoord Nederlands eerste Europa Cup te winnen. Als scherpschutter van de erfvijand haalt Geels zijn gram in een Klassieker die aanvankelijk helemaal niet op een pak rammel voor de Rotterdammers lijkt uit te draaien.

De verjaardag van Ruud Geels bood op 28 juli j.l. een mooie gelegenheid om zijn legendarische kopgoal nog een keer te laten zien.

KALENDER | Vandaag viert oud Ajax-spits Ruud Geels zijn 68ste verjaardag. Van harte!https://t.co/sBhOe12dDr

— AFC Ajax (@AFCAjax) 28 juli 2016

Ajax-Feyenoord in de herfst van 1975 is een krachtmeting tussen de twee kwetsbare koplopers van de Eredivisie. Dat de Kuip-club als de nummer één aan de tiende competitieronde begint, komt omdat de Amsterdammers een minder doelsaldo hebben, als gevolg van een 6-2-nederlaag in Eindhoven waar zij door PSV zijn weggespeeld. Ajax begint daarom voorzichtig aan zijn tweede topper van het seizoen, en omdat ook Feyenoord niet al te veel risico’s wil nemen, heeft het er even de schijn van dat Klassieker nummer 96 op een potje schaakvoetbal zal uitdraaien.

Slippertje
Maar dat verandert op slag wanneer Mladen Ramljak in de tiende minuut een slippertje begaat dat onmiddellijk met een ferme uithaal door Ruud Geels wordt afgestraft. Na die plotselinge openingsgoal gaan bij Feyenoord alle remmen los en va banque spelend geven de Rotterdammers achterin zo veel ruimte weg dat het een wonder mag heten dat het tot de 63ste minuut duurt voordat Ajax door Arno Steffenhagen op 2-0 komt.

Maar daarna gaat Geels los en nog eens vier goals van de vroegere Feyenoorder brengen euforie in het Olympisch Stadion. Feyenoords Poolse trainer Antoni Brzezanczyk spreekt van ‘een bedrijfsongeval’. Na de openingsgoal van Geels heeft zijn ploeg alle discipline overboord gekieperd en voor Ajax de weg naar een monsterzege geopend.

Uiteraard gaat de 6-0 de boeken in als de Ajax-Feyenoord van Ruud Geels, de 27-jarige wat introverte, bijna verlegen wonderspits uit Haarlem. Bij Feyenoord leek hij als veelzijdige aanvaller tot volle bloei te zullen komen, maar toen Ernst Happel de Rotterdamse speelwijze moderniseerde en overschakelde van 4-2-4 naar 4-3-3, dus met een driemans middenveld en een driemans aanval, belandde ‘Geelsie’ op een zijspoor.

Persona non grata
Ove Kindvall werd midvoor, Ruud twaalfde man en toen hij daarop aankondigde zijn heil elders te gaan zoeken, was hij meteen persona non grata. Hoewel hij als breed inzetbare invaller flink had meegeholpen Feyenoord in de eindstrijd te krijgen, werd hij voor de Europa Cup-finale van 1970 tegen Celtic thuis gelaten.

Na de terugkeer van Ove Kindvall naar Zweden, in 1971, is Feyenoord naarstig op zoek naar een makkelijk scorende midvoor. Op 1 november 1975 stelt de Rotterdamse clubleiding vast dat de gedroomde opvolger van Kindvall in de punt van de Ajax-aanval staat. Vier seizoenen, van 1974 tot 1978 scoort Geels er in Amsterdamse onweerstaanbaar op los: 123 goals in 132 Eredivisie-wedstrijden. En over die knallende kopstoot in zijn beste Klassieker ooit zal hij jaren later zeggen: ‘Dat was echt kicken. Er zijn heel wat superlatieven gebruikt; wat het was, was het, het was gewoon een wereldgoal.’

[Kick uitgevers is de boekenpartner van Ajax en uitgever van het zojuist verschenen Jaarboek dat een nieuwe formule heeft gekregen en zal uitgroeien tot de Ajax-Encyclopedie]

Fotobijschrift: Willem van Hanegem wordt verrast door de vliegende Ruud Geels. Vanaf links verder Eddy Treijtel, Willy Brokamp en Jan Everse.

Foto: Erfgoed Ajax
KOOP HIER HET AJAX JAARBOEK