De Groot spreekt de taal van de spelers

De Groot spreekt de taal van de spelers

Een markante en ervaren Ajacied neemt afscheid. Na 42-jaar trouwe dienst zwaait Ajax-jeugdtrainer Dick de Groot (65) af. Tijd voor een terugblik in thema’s op vele, vele mooie Ajax-jaren.

Enthousiasme
,,Het zal wennen worden, als ik eenmaal ben gestopt als trainer. Ik heb in totaal toch 42 jaar op het veld gestaan. 32 jaar als trainer en 10 jaar als speler. 42 jaar is toch een ruk. Maar het houd je op de been, zal ik maar zeggen. Je zit toch meestal in een vast concept, je groeit er in mee. Maar het heeft zeker ook zijn leuke kanten hoor. Zo heb ik altijd met heel veel enthousiasme getraind met de jongens. Trainen heb ik ook altijd heel graag gedaan.
Enthousiasme is een drijfveer geweest waardoor ik het zo lang heb kunnen volhouden. De jongens beleving en een stukje mentaliteit bijbrengen, dat ligt me wel. Elke training moet ook een happening zijn. Vroeger stelde je een doos gebak in het vooruitzicht als iemand acht keer wist te scoren tijdens een training. Die jongens gingen dan ook echt voor die achtste goal… Uiteindelijk trok je het aantal maar op. Anders moest je steeds weer met een nieuwe doos aankomen.’’

Kick
,,Het blijft een kick als een van de spelers die jij hebt getraind het eerste haalt. Mitchell Donald is tot nu toe de laatste geweest, daarvoor zijn er gelukkig al tientallen gepasseerd. De impact van die kick zal altijd hetzelfde blijven als je zelf op de tribune zit en een van onze jongens binnen de lijnen ziet komen. Dat is dan toch ook onze verdienste, een verdienste van alle trainers. Wie de eerste was die ik het eerste heb zien halen? John Holshuijsen misschien? Kort daarna kwam in elk geval de lichting met Wim Kieft en Sonny Silooy.
Het mooie is dat ik met sommige jongens die ooit zover zijn gekomen nu weer samenwerk. Aron Winter, Frank de Boer, Simon Tahamata, Bryan Roy, Michel Kreek en Sonny Silooy kom ik nu weer tegen als trainer. Die jongens heb ik vroeger nog in mijn elftal gehad. Uniek dat je nu weer een kleedkamer met elkaar deelt.’’

Het begin
,,Bobby Haarms heeft me ooit gevraagd om een woensdagmiddag de jeugd te trainen. Dat was nog op Voorland, achter de Meer. Daar is het allemaal mee begonnen. Het ging direct al heel leuk. Ook vanwege mijn enthousiasme is het steeds groter geworden. Uiteindelijk ben ik verder gegaan als trainer van de D1. Daarna heb ik de C1 een paar jaar gedaan. Aan de B1 bewaar ik de mooiste herinneringen. Met leider Cor van Eijden werden we onder meer een paar keer kampioen van Nederland. De B1 vind ik toch het opleidingsteam. Daar, op die leeftijd groeit het. School wordt steeds belangrijker en meisjes gaan een rol spelen. Op je zestiende gaat er, kortom, toch iets spelen. Ik denk dat ik de jongens op die leeftijd er redelijk bij kan houden… Ook omdat ik de taal spreek van die spelers. Ik ervaar ook niet dat de afstand groter wordt tussen mijzelf en de jeugd. Ik kan goed omgaan met het leeftijdsverschil.
Ook de A1 en de A2 heb ik jaren achter elkaar getraind. Met de zaterdag 1 zijn we twee jaar achter elkaar kampioen geworden. We promoveerden toen uiteindelijk naar de hoofdklasse. In het begin had ik eigenlijk geen zin om de zaterdag te trainen. Dan had je de hele dag de jeugd gehad en kwamen de amateurs daar ‘s avonds nog bij… Uiteindelijk heb ik bijna alle elftallen wel gehad. In vaste dienst ben ik nooit gekomen. Vroeger kon je daar niet van leven. Nu heb je een dagtaak aan het trainen. Buiten het voetbal om ben ik later zakelijk verder gegaan. Ben ik een commerciële jongen geworden. Spijt heb ik daar nooit van gehad.’’

Dick de Groot houdt de verrichtingen van de A1 scherp in de gaten. Naast hem John van den Brom. Dick de Groot houdt de verrichtingen van de A1 scherp in de gaten. Naast hem John van den Brom.

Talent
,,Een speler moet voor tachtig procent zelf het talent hebben. Sommige dingen kun je niet leren; die moet je gewoon van nature hebben. Heb je het niet dan kom je nooit verder dan een eenvoudig backie. Hoewel Wim Suurbier het als back toch ook ver heeft geschopt. Voor een trainer geldt bijna hetzelfde. Ook op dat vlak moet je talent hebben.
Ik vind het een pluspunt dat ik met goede trainers heb samengewerkt. Van mannen als Rinus Michels, Tomislav Ivic, Johan Cruijff, Leo Beenhakker, Louis van Gaal en Co Adriaanse steek je toch veel op. Zo zijn er veel meer trainers met wie ik prima heb samengewerkt. Van ieder mens leer je wel iets. Afgelopen seizoen liepen de jeugdtrainers een dag in de week stage bij het eerste elftal. Dat zorgt ook voor een stukje binding. Henk ten Cate staat ook open voor voetbaldiscussies. Een dolletje in de trainerskamer is bij hem mogelijk.’’

Toppers
,,Gerald Vanenburg had iets fantastisch over zich. Rijkaard hebben we nog bij DWS opgehaald; ook hij was een schitterende voetballer. Ook Dennis Bergkamp was een bijzondere. Hij kwam van Wilskracht en belandde in de B bij Ajax. Dennis is altijd zichzelf gebleven. Opvallend genoeg speelde hij in de jeugd nooit voor een vertegenwoordigend elftal. In de A2 kwamen we elkaar tegen. Een sterk punt van mij, is dat ik spelers op de beste positie kan zetten. Frank de Boer stond eerst linksbuiten, maar werd linksback. Silooy was ooit rechtsbuiten, terwijl John van ‘t Schip voetbalde als rechtsback. Het is later toch nog aardig goed gekomen met die jongens...
Ook Bergkamp stond eerst rechtsback. Ik heb hem toen naar voren geschoven, naar de rechtsbuitenpositie. Daarna is hij vrij snel doorgestroomd. Cruijff liet hem uiteindelijk debuteren in een Europa Cupwedstrijd.
Ik kreeg trouwens nog een uitnodiging voor zijn afscheidswedstrijd in 2006 tussen Ajax en Arsenal. Het was een prachtige plaats, naast Guus Hiddink. Ook zo’n uitnodiging zegt iets over Dennis.’’

Twee echte Ajacieden op de Toekomst: De Groot en Stefan Pettersson. Twee echte Ajacieden op de Toekomst: De Groot en Stefan Pettersson.

Hoe verder?
,,Hopelijk kan ik in een andere functie nog verder bij de club. Ajax is toch echt mijn cluppie. Ik ben nu in elk geval nog te enthousiast om thuis te gaan zitten. De binding met de jongens en het voetbal is voor mij nog steeds heel belangrijk. Ik ken natuurlijk niet alleen heel veel jongens; ik stap ook makkelijk binnen bij heel veel clubs. In de loop der jaren leer je ontzettend veel mensen en clubs kennen. Ik denk dat ik zeker nog waardevol kan zijn voor mijn cluppie.’’