De Jong loopt debuutwedstrijd uit de benen

Nigel de Jong debuteerde woensdagavond, als 100ste Ajacied, in het Nederlands Elftal. Donderdagmiddag kwam de jonge Amsterdammer samen met zijn collega-internationals het veld op voor een uitlooptraining.

Onder een stralend lentezonnetje kwam Nigel de Jong, samen met Rafael van der Vaart, Wesley Sneijder, Johnny Heitinga, Tomás Galásek, Bogdan Lobont, Nicolae Mitea, Anthony Obodai en Daniël de Ridder het trainingsveld op. Trainers Ruud Krol en René Wormhoudt lieten de Ajacieden een toernooitje voetvolley spelen.

De Jong genoot nog na van zijn debuut in het Nederlands Elftal. ,,Het was een geweldige ervaring. Erg mooi. En dat ik de 100ste Ajacied ben die voor Oranje uitkomt, is natuurlijk extra leuk'', liet de debutant weten. De Jong verving tegen Frankrijk zijn clubgenoot Rafael van der Vaart en speelde op de positie van rechtshalf. ,,Dat was ook wel interesant'', aldus de Ajacied die als verdediger bij de selectie van Dick Advocaat was gehaald. De Jong speelde, net als de andere drie Ajacieden, een goede partij. ,,Ja, ik vond ook dat het wel lekker ging.''

Krol en Wormhoudt maakten teams van twee voor het voetvolley. De Jong met Mitea, Van der Vaart en Galásek, Hetinga en Lobont en Sneijder samen met Obodai. Daniël de Ridder had aan de oefeninterland met Jong Oranje tegen Frankrijk lichte knieklachten overgehouden en moest zich beperken tot wat loopwerk. Reden voor grote zorgen was er volgens De Ridder echter niet. ,,Ik heb wat last van mijn rechterknie, waarvan ik de binnenband een beetje verrekt heb. Maar het gaat vandaag al weer veel beter dan gisteren. Als het herstel zich zo voortzet, ben ik over een paar dagen weer fit.''

In het voetvolleytoernooitje speelden De Jong en Mitea tegen Van der Vaart en Galásek, terwijl op het andere veld Heitinga en Lobont het opnamen tegen Sneijder en Obodai. De 'finale' ging tussen Van der Vaart/Galásek en Sneijder/Obodai. Dat laatste duo won na een spannende strijd en dat wilde Wesley Sneijder weten ook. Zelfs op de trappen naar de ArenA klonk het nog 'kampioenen!'.

Maar voordat de Ajacieden, die het nog flink warm gekregen hadden van de lentezon, van het veld konden gaan, had René Wormhoudt met gekleurde hoedjes een sprintparcours uitgezet. 'Nee toch?', hoorde je de internationals denken. Tot hun opluchting riep Ruud Krol dat ze naar binnen mochten. ,,Moeten we niet sprinten?'' ,,1 april'', grijnsde Wormhoudt.