Deel twee Ajax Bibliotheek: Onvoltooid verleden

Deel twee Ajax Bibliotheek: Onvoltooid verleden

In deel twee van de Ajax Bibliotheek, Onvoltooid verleden, schetst David Endt 22 portretten van Ajacieden wier carrière in het rood-witte shirt te kort is geweest. Lees hier het hoofdstuk over Rafael van der Vaart.

Onvoltooid verleden: nu in de winkel! Onvoltooid verleden: nu in de winkel!

WATER EN ZEEP

Aanvankelijke wilde het hoofd van de afdeling opleidingen hem niet afstaan. De jongen was nog een jongen, een dartel veulen dat je niet zomaar bloot mocht stellen aan de gevaren van de grote boze voetbalwereld. Maar verbazend, toen het hoofd van de opleidingen opeens zelf de trainer was, waren er geen obstakels meer. Zijn eerste daad was om het veulen niet langer te beteugelen maar hem in de kraal zijn gang te laten gaan.

Zo maakte Rafael van der Vaart op woensdag 19 april van het jaar 2000 zijn debuut in het eerste elftal van Ajax. De boze wereld was een nietig stadionnetje dat toebehoorde aan FC Den Bosch en de trainer had gezegd dat hij op links zijn gang mocht gaan. Dat hij zich niets van het zware alles om hem heen hoefde aan te trekken, gewoon dartelen en het gevoel volgen. Terwijl er rond hem geploeterd werd, voetbalde Rafael zijn voetbal en de kenners zagen aan de balcontrole, het dribbelen, de cadans en het combinatievermogen, dat hij een volbloedje was. Een speler met een extra kwaliteit die hem lichter maakte, het voetbal liet schuimen. Dat deed Rafael zonder in enige mate beslissend te zijn. Dat hoefde ook niet. De wedstrijd modderde voort met een zich overdreven ergerende trainer op de bank. De onrust deerde het volbloedje niet, hij was gelukkig met zijn debuut, ook al was dat in een afzichtelijke Bossche kraal.

In zijn voorgaande Ajax-jaren was hij niet eens puur de beste geweest, anderen leken meer talent te hebben. Maar talent is meer dan de kunde in de voeten, talent is ook de aangescherpte intuïtie, de gehaaidheid, het gogme. Talent is zonder expliciet snel te zijn toch de rest te snel af te zijn. Talent is ook de kunst om het beste van jezelf op het goede moment uit jezelf naar boven te halen. Talent is ook onvoorwaardelijke overgave aan je passie. En dat alles had Rafael en die elementen stuurden zijn natuurlijke begaafdheid naar een hoger plan en dat maakte hem tot wat iedereen herkent als een echte Ajax-voetballer.

De trainer had zijn statement gegeven. Na de openingservaring keerde Rafael terug naar de A1-junioren, in afwachting van wat het seizoen daarop zou brengen. Snel door, anderen te snel af, op naar Jong Ajax, maar dat duurde niet lang. De assistent van de trainer van het eerste elftal kende hem goed en die had zo’n vertrouwen in hem dat hij de hoofdcoach wist te overtuigen: neem die jongen, neem Rafael, hij is jong als een veulen maar hij is een volbloed en voor volbloedvoetballers komt het echte leven nooit te vroeg. De hoofdtrainer ging overstag en prees zich gelukkig met zijn keuze.

Het publiek was ook gelukkig. Een echte Ajax-jongen, onbevangen en technisch mooi onderlegd. Hij maakte zijn doelpunten en werd al snel een onmisbare bron van inventiviteit in tijden waarin het donkerde boven Ajax. Allemachtig wat voetbalde dat joch prachtig. Met het elan van een volgroeide voetballer en met het aanstekelijke enthousiasme dat bij zijn ware leeftijd hoorde, reeg Rafael van der Vaart de wondertjes aaneen. Zijn relatie met de bal was als die tussen water en zeep. Uitbundig en schuimend, klaterend en verfrissend. Het voetbalveulentje met volbloedjesbloed schilderde in zijn tweede heuse seizoen de doelpunten tot een prachtig schilderij. En spelend vanaf links penseelde hij ze in verschillende stijlen. Ragfijn, grof, abstract, impressionistisch en klassiek. Doelpunten van allerlei kleur en intensiteit. Veertien in getal in één seizoenshelft! Wat moest dat worden, een middenvelder als topscorer! Tot zijn lichaam stuikte. Achteraf op een moment dat de roofbouw onderkend had moeten worden, haakte zijn voet in het gras, duwde het gewicht van zijn kleine sterke lijf op het kniegewricht en spleet zijn seizoen in twee delen. Een triomfantelijk onaantastbaar deel en een droevig kwetsbaar deel.

Na de pijn van het wachten op het herstel dat altijd zo lang, zo lang duurt, stapte hij in een andere wereld. Een veeleisende wereld vol verwachting en die veel verder ging dan het veld. Het zorgde voor wat zand in het water en de zeep. Nog geen twintig jaar en hij was de onschuld voorbij. Of hij wilde of niet, het onbevangen dartele veulentje dat was opgegroeid in de eigen stal moest zijn ziel verlaten om een volwassen voetballer te zijn, onvermijdelijk. Het voetbal werd denk- en soms piekerwerk, het zoeken naar vorm ging gepaard met druk van buitenaf. En juist nu regen de tegenslagen zich tot een ketting. Hijzelf zocht mee naar het ware volbloedje dat zich ergens had verstopt. Ook het overwinnen van tegenspoed hoort tot het talent van een topvoetballer. Het leven hardde hem, knechtte hem en schiep afstand tussen hem en zijn ware passie. Het zware speelde nu een rol. Maar zijn voetbal zou weer worden als water en zeep, een kwestie van tijd. Geduld Raffie, geduld. Want wat er was, is geen leugen. Het bal raken en goud toveren, het was echt en het is echt. Het zal je nooit verlaten. Geduld Raffie... We zijn trots op je, al klinkt er soms kritiek. We zijn trots op je want je bent een echte Ajacied.

Waarom verlaat een rasvoetballer van Ajax-goud zijn club al wanneer hij 23 is? Waarom trekt het buitenland harder dan de eer om in het rood-witte shirt prijzen te winnen? Waarom?

Rafael is niet de enige die zijn huis en haard verliet. Een reden ligt altijd voorhanden. En hij is een kind van zijn tijd en zijn beweging is een teken van de tijd. Wanneer je er al vanaf je achtste voetbalt, is dan de club van je dromen geen droomclub meer maar geworden tot een middel? Het schrijnt, maar het is de realiteit. Rafael, Nigel, Steven, Andy. Te velen die zich zonder het heden goed te kennen naar een onvoltooid verleden spoeden.


Over Onvoltooid verleden.
Allen hadden de potentie om uit te groeien tot Ajax-heldendom, maar obstakels en verleidingen van zeer uiteenlopende aard stonden die voltooiing in de weg. Endt belicht in dit boek het hoe en waarom van het onvoltooide Ajax-verleden van spelers als Frank Arnesen, Michel Kreek, Rob Alflen, Nwankwo Kanu, Patrick Kluivert, Dani en Rafael van der Vaart. Een boeiend sportrelaas voor iedere Ajax-liefhebber.

Auteur David Endt is teammanager van Ajax. Hij doorliep de jeugdopleiding van Ajax en speelde in de jaren zeventig in Jong Ajax. Hij schreef diverse boeken over de club, waaronder De Godenzonen van Ajax, en hij werkte mee aan het jubileumboek Ajax 1900-2000.

In de Ajax Bibliotheek verscheen eerder Historische grond van Marcelle van Hoof.


Het boek Onvoltooid verleden ligt nu in de winkel.