Dick de Groot moet 'afkicken'

Dick de Groot moet 'afkicken'

De feestdagen bieden een mooie gelegenheid om terug te kijken op het afgelopen jaar. Ajax.nl sprak zes Ajacieden en nam met hen het jaar 2007 door. In aflevering 2: Dick de Groot.

FOTO: SANDER NIEUWENHUYS FOTO: SANDER NIEUWENHUYS

Jeugdtrainer Dick de Groot nam in de zomer van 2007 afscheid van Ajax. Aan een trouw dienstverband van 32 jaar kwam een einde. Nu is het afkicken geblazen. ,,Want je blijft toch altijd bij jouw club betrokken’’, vertelt de Ajacied bij een terugkeer in de Amsterdam ArenA. Buiten de 32 jaar waarin hij zijn club als trainer diende, was De Groot ook tien jaar als speler actief in het Ajax-shirt.

De boodschap die hij in februari kreeg verraste hem niet. Het moment om met voetbalpensioen te gaan kwam in zicht. Kort na het seizoen 2006-2007 volgde het onvermijdelijke afscheid. ,,In februari denk je nog: ‘het duurt nog wel even voor het zo ver is’’’, begint De Groot de schets van zijn 2007. ,,In de zomer, na de laatste training en wedstrijd mis je het allemaal nog niet zo heel erg. Maar in augustus begint het te kriebelen. Dan ga je het voetbal en de club toch erg missen. Je bent er toch vele jaren constant mee bezig geweest. Als je bent gestopt valt er toch een bepaalde leegte. Daar heb ik het nu nog wel moeilijk mee. Het is toch afkicken.’’

Als hij het zelf had mogen beslissen, was hij het liefst doorgegaan. Bij voorkeur tot in de eeuwigheid. Talenten opleiden tot de laatste ademtocht, heel veel mooier zal De Groot het voor zichzelf niet kunnen bedenken. Vooral omdat de voormalige jeugdtrainer op zo’n mooie wijze vergroeid leek met de club. Wie aan de jeugdopleiding van Ajax dacht, zag De Groot omringd door beloften. Uiteindelijk bleken de clubreglementen onverbiddelijk. Dat wat De Groot altijd al combineerde met zijn voetbalpassie, een florerende slijterij, is nu zijn voornaamste bezigheid.

De betrokkenheid bij de club blijft onverminderd groot. Nog steeds is het voetbaldier-De Groot twee dagen in de week te vinden op de Toekomst. De Ajacied is er nog steeds kind aan huis. ,,Wat ik het meeste mis?’’, herhaalt de Ajacied de vraag. ,,De sfeer in de kleedkamer en de jongens op het veld. De dolletjes, het directe contact met de jongens. Maar ook de chemie en wedstrijdspanning. Ik zie nog steeds veel wedstrijden. Vooral van de A1, A2 en de B1. En natuurlijk ook de wedstrijden van het eerste. Ik wil toch op de hoogte blijven van het materiaal waarmee de trainers werken; de kwaliteit van de spelers. Ik blijf toch meeleven met mijn cluppie.’’

Op de Toekomst en in de Amsterdam ArenA loopt De Groot vanzelfsprekend talloze oude en minder oude bekenden tegen het lijf. Het leger (oud-)spelers en (oud-)trainers met wie hij ooit werkte is groot. ,,Het is altijd goed om die jongens weer tegen te komen’’, klinkt het hartelijk. ,,Huidige jeugdtrainers als ‘Kreekie’ (Michel Kreek, red.), Simon Tahamata, Sonny Silooy en Frank de Boer heb ik vroeger nog als speler gehad. Daarom heb je ook zo’n bijzondere binding met veel van die gasten.’’

De Groot denkt nog wel een rol te kunnen spelen in de jeugdopleiding. Vooral in de mentale begeleiding. Jeugdspelers van 16 tot 18 jaar hebben zijn voorkeur. ,,Ik heb tien jaar de B1 gedaan. In die leeftijd zie je de jongens groeien. School, meisjes en de discotheek worden steeds belangrijker. Ze worden volwassen, kortom. Je kunt die jongens voorbereiden op de toekomst. Jonge spelers hebben vooral vertrouwen nodig. De periode van 16 tot 18 jaar is een belangrijke in de ontwikkeling. Tussen je achtste en veertiende, vijftiende jaar volg je je voetbalopleiding. Daarna wordt het mentale en tactische steeds belangrijker. Die fase bepaalt of je er komt of niet. Zonder ervoor te bedelen, wil ik graag iets doen voor de club. Maar het moet wel iets zijn dat bij mij past.’’

Motiveren is een kunst. Het zou het levensmotto kunnen zijn van De Groot. ,,Van niets iets maken’’, verwoordt de oud-trainer het zelf. Al heeft de opleider pur sang zijn vak in de voorbije decennia ook leren relativeren. De speler kan nog zo goed worden opgeleid, hij moet ook een echte kans krijgen. Of beter gezegd: de hoofdtrainer moet de eigen kweek een kans gunnen. Zo maakte De Groot van dichtbij mee hoe Gregory van der Wiel via een omweg toch Ajax 1 bereikte. Via Haarlem keerde de ooit zo moeilijk bereikbare jonge verdediger terug bij Ajax. En alles kwam toch nog goed. ,,Henk ten Cate was gecharmeerd van Gregory. Je moet toch de mazzel hebben dat een hoofdtrainer zo’n jonge speler erbij wil hebben.’’