Dick Schoenaker treft oude bekenden als leider

Steeds meer Ajacieden vinden na hun actieve voetbalcarrière de weg terug naar Ajax. Als trainer, leider of scout hebben ze bewust gekozen voor een tweede voetballeven bij hun eerste voetballiefde. In deze kerstspecial vertellen de oud-spelers over hun carrière van toen en over hun werkzaamheden van nu. In deze aflevering Dick Schoenaker, leider van Jong Ajax.

,,Het is een vervolg op mijn actieve carrière'', vertelt Schoenaker. ,,Als leider van Jong Ajax moet ik de selectie begeleiden. Het is een aanvulling op het trainerschap. Stel dat we onderweg zijn naar een uitwedstrijd en er gebeurt onderweg iets, dan mag ik het verder regelen'', legt hij uit. ,,Maar gelukkig is me zoiets nog niet overkomen.''

Dick Schoenaker is sinds dit seizoen leider bij Jong Ajax. Maar eigenlijk is hij nauwelijks weggeweest bij de club. Drie jaar nadat hij zijn actieve carrière als voetballer had afgesloten, keerde hij al terug bij de Amsterdamse club. Hij ging voetballen bij de amateurs van Ajax en nam zitting in het bestuur van Lucky Ajax, een vereniging van oud-spelers van Ajax. ,,We vergaderen ongeveer een keer per twee maanden, dus qua tijd valt dat allemaal wel mee. En af en toe spelen we een wedstrijdje.''

Als speler stond Schoenaker vooral bekend om zijn loopvermogen. De middenvelder legde het in technisch opzicht af tegen spelers als Arnesen en Ling, maar was onmisbaar vanwege zijn verdedigende, opbouwende maar ook scorende kwaliteiten. Hij scoorde namelijk 104 keer, niet slecht voor een middenvelder! ,,Ik was niet de enige scorende middenvelder, ik speelde op het middenveld met Sören Lerby onder andere. Het mooiste doelpunt dat ik maakte werd uitgeroepen tot doelpunt van de maand. We speelden tegen FC Twente in de Meer. Een bal kwam van de zijkant en ik dook en kopte hem vallend in. ’s Avonds in Avro’s Sportpanorama werd-ie verkozen tot doelpunt van de maand.''

,,Ik heb negen seizoenen bij Ajax gespeeld, waarin we zes keer landskampioen werden. Het was een fantastische tijd. Het leuke is dat ik eigenlijk met twee ‘generaties’ heb gespeeld. Spelers als Ruud Krol, Barry Hulshoff en Wim Suurbier behoorden tot de oudere generatie. Later speelde ik met de nieuwe lichting, Marco van Basten, Wim Kieft en John Bosman, om er een paar te noemen.’’

Schoenaker noemt elk kampioenschap dat hij met Ajax haalde speciaal. ,,Maar het laatste kampioenschap was toch heel bijzonder. De vijf keer daarvoor was er geen prijs. Dus op de dag dat het kampioenschap binnen was, kwamen de supporters na de wedstrijd het veld op, scheurden je letterlijk het shirt van je lijf en je dronk een fles champagne na afloop. ’s Avonds gingen we met de groep de stad in. We konden gewoon over het Leidseplein lopen, niets aan de hand. Maar de laatste keer, in het seizoen 1984-1985, was er voor het eerst een kampioensschaal. Ik denk dat de KNVB dat van de Duitsers had afgekeken, want daar hadden ze al lang een tastbare prijs. Maar goed, in 1985 werd er in het toenmalige Crest-hotel voor het eerst de schaal uitgereikt. En omdat ik aanvoerder was, mocht ik hem voor het eerst in ontvangst nemen.’’

Op de eerste foto is een moment te zien uit de wedstrijd Ajax – FC Groningen in 1985. ,,Dat was een enorm spectaculaire wedstrijd. Het werd 5-5 en dat gebeurt niet vaak. Het spel ging op en neer, we waren aan elkaar gewaagd. Het was de wedstrijd van de ‘broedermoord’ tussen Ronald en Erwin Koeman. Ik denk dat het het eerste jaar was dat Ronald in Ajax 1 speelde. Hij miste nog een strafschop. Ron Jans scoorde in die wedstrijd trouwens een fantastisch doelpunt. Nu is hij trainer van Groningen. Het moment op de andere foto kan ik me niet meer herinneren. Het moet een van mijn eerdere wedstrijden zijn geweest, zo te zien.’’

In de negen seizoenen van Schoenaker in het eerste elftal, maakte hij zes trainers mee. De laatste trainerswissel was Aad de Mos – Tonny Bruins Slot. Schoenaker was aanvoerder en mocht naar buiten brengen dat een groep binnen de selectie niet verder wilde met de Mos. ,,Dat is natuurlijk nooit leuk om te doen, zeker niet voor de persoon De Mos zelf, maar er was geen vertrouwen meer. Dat gebeurt nu eenmaal in het voetbal. Als er geen chemie meer is tussen spelers en trainer moet er iets gebeuren. Het bestuur besloot toen dat Bruins Slot het de laatste vijf wedstrijden moest overnemen.'' Dat was het laatste kampioenschap van Schoenaker.

De huidige leider van Jong Ajax vindt het vooral leuk dat hij in die functie allerlei mensen tegenkomt met wie of tegen wie hij vroeger speelde. Ron Jans noemde hij al. ,,Ik vind het leuk dat ik nu weer met jongens zoals Marco van Basten en John van ’t Schip werk. De komst van veel oud-spelers bij de club vind ik positief, meer clubs zouden dat moeten doen. Dat samen met de enorme historie bepaalt voor mij het ‘Ajax-gevoel’. En als ik nu met Jong Ajax op pad ben, kom ik daar ook oud-spelers tegen. André Hoekstra bijvoorbeeld is nu trainer van Jong Excelsior, en met Jong Ajax kwam ik hem een tijdje geleden weer tegen.’’

Het voetbal van toen en nu vindt Schoenaker niet zoveel verschillen. ,,Het is nu wel wat sneller, de verdedigers zijn over het algemeen beter, maar ik denk dat de spelers vroeger meer individuele kwaliteiten hadden. Het is wel commerciëler geworden, hoewel wij vroeger ook met cassettebandjes van onze shirtsponsor op de RAI moesten staan hoor! Maar een echte ster heeft wel veel media-aandacht, dat klopt. Van de andere kant: dat is het risico van het vak. Wat hetzelfde blijft is dat de spelers nog steeds op het veld afgerekend worden, het blijft gaan om de prestaties.’’

Tijdens de kerstdagen heeft de middenvelder van weleer geen vakantie. ,,Ik werk in loondienst bij een assurantiënkantoor en moet gewoon werken. Als ik een uitwedstrijd heb met Jong Ajax, moet ik bijvoorbeeld een middag vrij nemen. Beide kerstdagen breng ik door met de kinderen, dat is leuk. Oud en Nieuw vier ik rustig, wel met een flesje champagne natuurlijk. Voorheen speelde ik op 1 januari met de Koninklijke HFC nog wel eens een wedstrijd met oud-internationals, maar dat gebeurt deze keer niet. Voor 2004 wens ik iedereen een goede gezondheid, dat is het allerbelangrijkste. En sportief succes natuurlijk. Voor de komende honderd jaar.’’