Dit is zijn club

Dit is zijn club

Het jaar 2011 was uiteraard het jaar van de derde ster. Ook de populariteit van het officieuze clublied 'Mijn Club' steeg tot grote hoogte. Tijdens de huldiging op het Museumplein speelde het nummer een prominente rol. Kees Prins (55), bekend van onder meer Jiskefet en de tv-serie Overspel, over het succes van het voetballied met een knipoog.

Dit is mijn club, mijn ideaal, dit is de mooiste club van allemaal.
Hier ligt mijn hart, mijn vreugde, mijn verdriet, het kan dooien, het kan vriezen,
we kunnen winnen of verliezen, maar een betere club dan deze is er niet.


De fietstocht van zijn huis naar de Amsterdam ArenA duurt precies een half uur. En sinds de dertigste landstitel van Ajax krijgt Prins onderweg nog wel eens een flashback naar die mooie dag in mei waarop zijn club voor het eerst sinds zeven jaar weer kampioen van Nederland werd. Het maakte een volksfeest los, waarbij 'Mijn Club' op het Museumplein de soundtrack van de derde ster werd.

,,Het was krankzinnig, beangstigend bijna, zoveel supporters als er naar het Museumplein waren gekomen. Wat een gigantische massa was dat. Van het podium tot het concertgebouw aan toe. Een ongelofelijke hoeveelheid mensen”, zegt de zanger nu ruim zeven maanden later. In een klap was zijn publiek meer dan verdubbeld. ,,De ArenA was tot dat moment mijn grootste publiek. En dat zijn er toch ook al 50.000. Maar het Museumplein overtrof echt alles.”

Kees Prins: ,,Het Museumplein overtrof echt alles." Kees Prins: ,,Het Museumplein overtrof echt alles."

Dat het nummer veertien jaar later voor Ajax-fans zulke mythische vormen zou aannemen had Prins nooit kunnen bevroeden. Oorspronkelijk maakte 'Mijn Club' onderdeel uit van Jiskefet bij een sketch over een skybox. Vincent van Warmerdam componeerde op verzoek van Prins een lied dat precies het midden moest houden tussen André Hazes en Queen. ,,En dat heeft hij heel goed gedaan. Zelfs zo goed dat het ook gewoon een volwaardig nummer kan zijn. En dat terwijl het destijds niet de opzet was om er zo’n populair lied van de te maken. Het was een voetballied met een knipoog, maar het is natuurlijk geweldig dat het nummer inmiddels tot zulke grote hoogte gestegen is.”

Het exacte moment waarop de Ajax-supporters het lied van Jiskefet definitief tot tweede clublied promoveerden, is volgens Prins lastig aan te wijzen. ,,Het is in ieder geval begonnen toen het nummer jaren geleden telkens na iedere wedstrijd in de ArenA werd gedraaid. Daarna ging het heel snel. Ook nu nog blijft het voor mij als seizoenkaarthouder bijzonder om je eigen nummer steeds in het stadion te horen. En dat er teksten uit jouw lied op spandoeken hangen. Ook dat went niet. Voor mij als supporter is het zingen van zo’n lied in ieder geval het mooiste wat ik kan doen voor Ajax.”

De Amsterdammer had op 15 mei de eer om tijdens het besloten kampioensfeest in Panama op te treden. Samen met onder meer René Froger en Danny de Munk was hij enkele uren na de huldiging op het Museumplein op de afterparty aan de andere kant van de stad. Ook daar bracht hij zijn nummer ten gehore. Uiteraard ook tot plezier van de selectiespelers, die het nummer inmiddels ook uit hun hoofd kennen. ,,Toch krijg ik de meeste reacties nog altijd van de oudere generatie spelers. Frank Rijkaard, Danny Blind, Peter van Vossen, Frank en Ronald de Boer. Zij waren in hun tijd als speler van Ajax bekend met Jiskefet en hebben het nummer later op tv zien ontstaan. De jongens van nu linken het veel meer alleen aan Ajax.”

Tussen 1990 en 2005 kroop hij in de uitzendingen van Jiskefet in de huid van talloze types. Van Kamphuijs (De Lullo’s) tot Edgar (Debiteuren Crediteuren) en volkszanger Melvin. Toch zingt hij 'Mijn Club' als zichzelf, zo bekent hij. ,,Maar wel met een Amsterdams accent. Dat dan weer wel. Ik heb niet het idee dat ik in de ArenA een rol speel. Het lied komt wel uit mijn hart.”

Hij merkt dat mensen hem door het succes van 'Mijn Club' steeds meer met Ajax zijn gaan associëren. De tijd dat hij in 1995 nog relatief anoniem in de Café De Pels naar de Champions League-finale kon kijken, is voorbij. ,,Supporters herkennen je, slaan je op de schouders. Dan begin je op een gegeven moment zelfs een beetje onderdeel van Ajax uit te maken. Daarin probeer ik ook geen afstand te houden. Sterker nog; ik vind het eigenlijk wel een prettig idee.”

Tekst: Ajax.nl/Daan Germans
Foto's: Ajax.nl/Louis van de Vuurst