Doelen en dromen belangrijker dan dollars

Doelen en dromen belangrijker dan dollars

Zijn voetbalvisie bracht hem van Leeuwarden naar Detroit, om via Qatar en Kazachstan op de Toekomst te belanden. Eddie van Schaick (43) streek deze zomer neer bij Ajax als jeugdtrainer van de D3.

Van Schaick temidden van zijn team. Van Schaick temidden van zijn team.

Hij kon best aardig voetballen vroeger, al zegt hij het zelf. Geen spoortje arrogantie of misplaatst zelfvertrouwen zit daarbij. Dat heeft de Fries namelijk helemaal niet nodig. Hij is wie hij is en hij weet wat hij wil. Op zijn achttiende speelde hij in het beloftenteam van Cambuur, en was hij er voor de lol jeugdtrainer bij. Terwijl zijn voetbalcarrière stagneerde, zag hij zichzelf als 22-jarige opeens terug als een van de jongste hoofdtrainers van een eerste amateurelftal. Op zich was dat wel wat hij ‘later wilde worden’, bedacht hij zich, maar het idee dat hij zelf een betere voetballer had kunnen worden als hij zelf een betere jeugdtrainer had gehad, deed hem weer overstappen naar de jeugd. Van Schaick zou al zijn ambities, ideeën en energie voortaan in dienst van hen gaan stellen, zodat iets van hem daarmee toch nog het profvoetbal zou kunnen bereiken.

Niet dat hij verbitterd was, in tegendeel. Hij had simpelweg een visie die hij wel eens wilde testen in de praktijk. Voeg daar de zin in avontuur aan toe, en het is verklaard waarom hij begin jaren negentig naar de Verenigde Staten toog. ,,Ik dacht, met het wereldkampioenschap voetbal in 1994 voor de deur zal het jeugdvoetbal daar een enorme opmars gaan maken. Ik ben toen met vijfduizend dollar spaargeld op pad gegaan, met het idee om een baantje als jeugdtrainer te zoeken. Daarvoor had ik mezelf een aantal maanden gegeven.” Het baantje vond hij in Detroit, waar hij voetbaltrainer werd op een highschool. En inderdaad kreeg het voetbal in de VS een flinke boost, zoals hij had verwacht: hij startte daarop een eigen bedrijfje dat voetbalclinics gaf, en al snel floreerden de zaken. Zijn aanpak werd gewaardeerd.

Van Schaick begon naam te maken. Na vijf jaar vroeg Richmond Kickers, uit de A-league (vergelijkbaar met de Nederlandse eerste divisie), hem als hoofd opleidingen. ,,Dat was een club met 4.000 kinderen. Ik heb daar vooral de logistiek en infrastructuur aangepakt. Een omvangrijke klus, maar het had nog gekker gekund, hoor: er zijn namelijk ook genoeg clubs met meer dan 10.000 leden.” Ter vergelijking: de jeugdopleiding van Ajax telt zo’n 250 spelers.

Hij had het prima naar zijn zin in Richmond, maar na zo’n vijf jaar was hij toe aan een nieuwe uitdaging. ,,Daar had ik nooit zo bij stilgestaan, totdat ik Ruud Dokter weer eens tegenkwam. Ruud was bondscoach van het Nederlands elftal tot 17 jaar, en ik had hem al vaker ontmoet. Hij was net gevraagd om technisch directeur te worden voor de voetbalbond van Qatar, waarvoor hij het jeugdvoetbal moest herstructureren. Ruud had daarvoor de hulp van zo’n vijftien trainers nodig en vroeg of ik wilde solliciteren. Toen begon het te kriebelen. Ik zat al weer tien jaar in de Verenigde Staten en had eigenlijk ook best zin in een nieuwe omgeving. En wanneer kom je nou in Qatar?” Op zijn 39ste, in januari 2004, landde hij in het staatje ten noorden van Saoedi-Arabië.

,,Toen ik daar aankwam, was Ruud al weer weg. Dat was wel lastig, want híj had me aangenomen en was de enige die ik daar kende.” Maar gelouterd als hij was na zijn periode in Detroit en Richmond, vond hij zijn draai al snel in de staat die ongeveer zo groot is als de provincie Groningen. ,,Ik vond het ook zo bijzonder dat ik daar was, had me voorgenomen om daar niet alleen te zijn om te werken, maar zeker ook om te genieten van het land en de cultuur. Daardoor voelde ik me veel onafhankelijker.”
Van Schaicks opdracht was het analyseren van de jeugdopleiding van Al-Arabi, één van de tien clubs in de hoogste divisie. De andere door Dokter aangenomen coaches moesten analyses maken van de clubs en nationale elftallen waar zíj gedetacheerd waren, zodat de bond van Qatar een goed beeld had van de stand van zaken van de jeugd(opleiding). Het eerste jaar was hij daarbij trainer van de B1 van Al-Arabi.

,,Achteraf begrijp ik niet waarom ze ons hebben gehaald”, zegt Van Schaick. ,,De Nederlandse mentaliteit en manier van werken zijn toch bekend om het zelf initiatieven nemen, aanvallen en assertief zijn. Zoals ik de mentaliteit in Qatar heb ervaren, is dat er vooral een van spelen om niet te verliezen en achteruit voetballen. Na drie maanden was mijn analyse en die van de andere trainers klaar. We hadden een compleet technisch plan ontwikkeld om het voetbal daar ingrijpend te verbeteren. Ik denk dat dat plan nog steeds op de plank ligt waar ze het direct hebben neergegooid. Met een dikke laag stof erop. We hebben niet eens feedback gehad.” Hij denkt dat de voetbalbond op zich wel openstond voor de plannen, maar de rijke en machtige clubs niet.

Zijn woning in Qatar. Zijn woning in Qatar.

Na een jaar werd hij overgeplaatst naar het in de hoofdstad Doha liggende Al-Sadd, de huidige club van Co Adriaanse. Dat had niets met zijn functioneren te maken, maar alles met de ondoorgrondelijke beslissingen van de voetbalbond. Hij genoot van de luxe, de cultuur en het werk als jeugdtrainer van de plaatselijke B1. ,,Al-Sadd is het Ajax van Qatar. Daarbij is de club enorm rijk omdat de belangrijkste families uit Qatar het er voor het zeggen hebben. De faciliteiten waren echt onvoorstelbaar. Wat denk je dat het kost om een perfecte grasmat in een woestijn te onderhouden?” Ook voor de Fries werd prima gezorgd.

Hij is ook heel positief over het werken met de spelers. ,,Op beide clubs waren de jongens heel welwillend. Ze reageerden ook positief op mijn trainingen, ondanks het feit dat ze als persoon toch heel anders zijn dan bijvoorbeeld de Nederlandse of Amerikaanse jeugd. De jongens in Qatar houden niet van fysiek contact en hebben een lagere pijngrens. Als ze een ‘tikkie’ krijgen voeren ze direct een theatershow op. Ook namen ze het niet zo nauw met afbellen voor een training of wedstrijd: ik wist nooit wie er zou komen, dus een wedstrijd of training voorbereiden was lastig. Ik heb in Qatar van alles genoten, maar we hebben water naar de zee gedragen.”

Doha ligt direct aan zee. De jeugdtrainer hoefde elke dag pas om 15.00 uur op de club te zijn en was dan om 18.30 uur al weer thuis. En ‘thuis’ betekende in het geval van Van Schaick een prachtige villa met vijf slaapkamers en vier badkamers die hij allemaal voor zichzelf had. Samen met een deel van de veertien andere trainers verbeterde hij zijn handicap met golfen flink, en ook werd hij in Qatar een veel betere tennisser. Ze maakten ettelijke tochten door de woestijn, konden alle tv-zenders ter wereld ontvangen en een alcoholisch drankje was niet verboden in de luxe nachtclubs van de vele hotels in het moslimland. Voeg daar een uitstekend klimaat en salaris aan toe en het is verklaarbaar waarom bij Al-Arabi ex-vedetten als Stefan Effenberg en Gabriel Batistuta tot zijn clubgenoten behoorden.

Maar er was meer in Qatar dan alleen maar luxe. Hij leerde de islamitische cultuur kennen en de rijke inwoners die hij als erg gastvrij en vriendelijk typeert. Anderzijds waren ze ronduit onbeschoft tegen de arme gastarbeiders uit India, Sri Lanka en de Filippijnen. Het moet een land vol contradicties zijn: enorm rijk tussen extreem arm, een gortdroog land met perfect onderhouden grasmatten, een islamitisch land met een Amerikaans militair vliegveld. Van Schaick maakte er vrienden in alle lagen van de bevolking en heeft inmiddels al meerdere vakanties bij hen doorgebracht. Nu zegt hij: ,,Ik wilde deel uitmaken van een stukje voetbalhistorie dat daar geschreven zou worden. Het was alleen onmogelijk om de cultuur te doorbreken.” In december 2005 nam hij ontslag. Het geld was nog altijd goed, maar zijn doelen waren niet haalbaar en de uitdaging was weg.

De Aspire Sport Academy in Qatar, waar Van Schaick ook werkte. De Aspire Sport Academy in Qatar, waar Van Schaick ook werkte.

Anton Joore, ex-prof van NAC en RKC en één van de veertien andere trainers in Qatar nam hem nog geen twee maanden later mee naar de Kazachstaanse club FK Almaty, waar Joore hoofdtrainer en Van Schaick jeugdtrainer werd. In de stad die vroeger Alma Ata heette en bekend is van de Medeo-schaatsbaan, werden zij de eerste buitenlandse trainers en dat idee sprak hen beiden enorm aan. Alles was weer nieuw.

Alleen al het verschil in temperatuur en arbeidsethos was enorm. ,,Om acht uur ’s ochtends begon de eerste training van de dag en dan was het vijf graden onder nul. We moesten ons buiten omkleden, want er waren geen kleedkamers. Bar en boos, maar die jongens waren niet van het veld af te slaan. Het verschil tussen arm en rijk is er gigantisch, en bij Almaty waren de kinderen arm. Ze wilden zich dus ontworstelen aan hun bestaan, deden alles om beter te worden en waren boos als de training afgelopen was.”

Van Schaick genoot van hun mentaliteit, maar na acht maanden zat zijn tijd er helaas op. ,,FK Almaty was in handen van een schatrijke directeur van een bierfabriek. Toen die zich met het technische beleid ging bemoeien, zei ik dat hij dat beter niet kon doen. En in die contreien kun je een geldschieter beter niet tegenspreken.” Al snel kreeg hij namelijk geen salaris meer. Dat salaris was net als in Qatar overigens erg goed, maar de manier van uitkeren was ‘wat’ anders. ,,Het is een cash-society, alles gaat handje contantje. Er is ook veel corruptie. Agenten hielden je tegen omdat je zogenaamd een overtreding had gemaakt. Als ik ze dan vijf dollar gaf, mocht mijn chauffeur weer doorrijden. Ook de banken waren niet echt betrouwbaar, daarom bewaarde ik mijn geld overal in huis. Dan deed ik de koelkast open en zag ik opeens weer een stapeltje dollars liggen.” Nadat de geldkraan dichtging, kon hij kiezen voor een lucratief verblijf bij een andere club in Kazachstan, maar hij was de corruptie en bemoeienis van eigenaren zat. Dan maar liever terug naar Nederland, om na al die jaren eens te bekijken hoe de vlag er hier voor stond.

De hoofdstad Doha ligt aan de kust, rechts in het midden.

,,Ik had geen werk en was daar ook niet direct naar op zoek. Ik heb mezelf de tijd gegeven om het Nederlandse jeugdvoetbal te herontdekken.” Hij keek onder meer bij Ajax, sc Heerenveen, FC Twente en FC Groningen. Tijdens zijn ontdekkingsreis in Nederland realiseerde hij zich dat hij zélf wel weer eens iets wilde leren. ,,Vijftien jaar lang heb ik mijn kennis aan anderen overgebracht, was ík de expert. Ik wilde graag bij een club gaan werken waar professionals rondliepen, van wie ik veel kon opsteken. Dat was mijn nieuwe doel.” Hij sprak met John van den Brom en later met Jan Olde Riekerink. Toen deze hem vroeg als trainer voor de D3 hoefde hij niet lang na te denken. Het was de zomer van 2007 en Van Schaick had weer een baan.

Het bevalt hem nog altijd uitstekend. ,,Men is hier zó kien op details. Het is leuk om ergens te kunnen werken waar de dingen wél kloppen.” Anderzijds ziet hij hoe de spelertjes uit Kazachstan nóg gemotiveerder waren dan zijn Nederlandse pupillen. ,,Maar de Nederlandse jongens werken wel weer veel harder dan die uit Qatar.” Hij kan honderden verschillen en parallellen noemen. Wat wil je ook met al die culturen waarin hij heeft gewerkt: vergelijkingsmateriaal zat. ,,Ik had het er pas met Anton Joore over, die zit nu weer in Litouwen. Ik moet zeggen dat het na dat telefoontje wel weer begon te kriebelen. Vraag ik me toch weer af hoe het werken daar zou zijn, hoe ik het daar zou hebben.” Hij kijkt even naar buiten. Zegt dan: ,,Dit is hoe het is gegaan. Tot nu toe.”

De Ajax D3 staat na elf wedstrijden bovenaan met acht punten voorsprong op de nummer twee en een doelsaldo van 55 voor en 6 tegen.