Droom spat uiteen in Praag

Droom spat uiteen in Praag

Ajax speelt ook dit jaar geen Champions League. Na een 0-1 nederlaag in Amsterdam, was Slavia Praag ook in de return te sterk voor de ploeg van Henk ten Cate: 2-1.

De voortekenen waren goed, misschien wel meer dan goed. Goed, Ajax had twee weken eerder een onnodige nederlaag geleden tegen de lepe Tsjechen, maar kansen waren er genoeg geweest die wedstrijd. En in de twee daaropvolgende wedstrijden - tegen De Graafschap en sc Heerenveen - liet Ajax met een 1-8 en een 4-1 overwinning zien dat het ook wel degelijk scherp kan zijn in de afwerking. Neem daarbij het vertrouwen dat er binnen de groep heerste, en plaatsing voor het ‘kampioenenbal’ hoefde geen onmogelijke opdracht te zijn. Toch ging het mis.

Waar Ajax twee weken geleden een sterke beginfase kende en Slavia terug in de verdediging drong, was het woensdag Slavia dat voortvarend van start ging. Onder aanvoering van de duidelijk aanwezige twaalfde man, het Stadion Evzena Rosickeho was voor het eerst in zes jaar weer eens uitverkocht, kwam Slavia binnen tien minuten in scoringspositie. Door een foutje van Thomas Vermaelen kon Stanislav Vlcek doorlopen op Maarten Stekelenburg. De Ajax-keeper behoedde zijn ploeg met een knappe redding voor een achterstand. Vlak daarna werd sterspeler Vladimir Smicer geblesseerd naar de kant gehaald door coach Karel Jarolim, maar dat deed evenmin het heilige vuur ontbranden bij de Amsterdammers. Dat Slavia na 22 minuten op voorsprong kwam, was dan ook geen echte verrassing. Een corner van de Tsjechen werd slecht weggewerkt, waarna de bal voor de voeten kwam van Vlcek, die de 1-0 maakte.

Na de openingstreffer liet Slavia zich iets zakken en kreeg Ajax de tijd om het juiste ritme te vinden. Nog voordat de ploeg van Ten Cate dat ritme echt te pakken had viel toch de 1-1. John Heitinga passte op Klaas Jan Huntelaar, die op zijn beurt met een heel fraai tikje Luis Suárez vrij zette. De Zuid-Amerikaan bewees voor de zoveelste keer in korte tijd zijn waarde voor het team en schoot koelbloedig de gelijkmaker binnen.

Ajax bleef in de tweede helft op zoek naar de 1-2, maar moest wachten tot de 68ste minuut op de eerste grote kans: een kopbal van Jaap Stam werd door keeper Vaniak maar net van de lijn gehaald. Vanaf dat moment (Dennis Rommedahl en Jan Vertonghen waren inmiddels ingebracht voor Kennedy en Urby Emanuelson) begon Ajax weer even te lijken op de ploeg die de afgelopen twee Eredivisieduels op het veld stond. Grote kansen op eeuwige roem waren er voor Suárez (schot) en Huntelaar (kopbal), maar Vaniak bleef een kwelgeest voor de aanvallers. In de jacht op een Champions Leagueticket gaf Ajax echter ook kansen weg. Nadat Ajax een aantal keer goed was weggekomen, was het in de 86ste minuut toch raak voor de thuisploeg. Jurgen Colin verspeelde de bal rond het middenveld, waarna Fransman Tavares zijn ploeggenoot Vlcek vrij voor het doel zette: 2-1. Na het laatste fluitsignaal waren de Tsjechen uitzinnig. Trainer Karel Jarolim werd gejonast door zijn spelers en de Slavia-fans bestormden even later het veld om het feest mee te vieren met hun voetbalhelden. De Ajacieden zaten toen alweer in de kleedkamer. Wel nadat ze de meegereisde supporters bedankt hadden voor hun steun.