Een dozijn goals en een uniek kado

Ajax - Vitesse

Meedromend met ex-voorzitter en juwelier Karel Aalbers trachtte Vitesse, dat in 1984 bijna failliet was, in de jaren negentig aansluiting te krijgen bij de traditionele top 3 in Nederland. Ondanks dat de Arnhemmers nu wederom te maken hebben met financiële problemen, is de club de laatste jaren sportief een bedreiging voor Ajax, Feyenoord en PSV. Het harde bewijs is dat Ajax vorig seizoen drie keer (één keer in de beker) verloor van Vitesse, dat onder leiding stond van Ronald Koeman.

In de jaren vijftig speelden de clubs uit Amsterdam en Arnhem zes keer tegen elkaar. Opvallend: vier keer eindigde de ontmoetingen in een gelijkspel, twee keer won Ajax nipt. Op 11 maart 1956 waren de 'dappere Meersche helden' veel beter, maar de Ajacieden lieten elkaar steeds de eer het beslissende schot te geven. Daardoor bleef Vitesse in de race voor één punt. Linksbinnen Klaas Bakker had voor de 1-0 gezorgd. Een verslaggever noteerde: ,,Het overwicht van Ajax groeide met de minuut: kopballen van Michels en Den Edel, een voortreffelijk hard en laag schot van Van der Kuil tegen de paal en een hard schot van Bakker dat nog net door Herberts uit doel werd gekopt. Ondanks alles kreeg Vitesse toch steeds weer een kans op de gelijkmaker. Maar de kopbal die van Voorst een kwartier voor het eind recht op het Amsterdamse doel afzond, verontrustte Pieters Graafland allerminst. Ook bij Ajax ontbrak het aan precisie, maar na veel geharrewar voor en talrijke schoten op het Arnhemse doel, schoot Michels twaalf minuten voor tijd zuiver in: 2-0.

Rinus Michels, in die tijd een kopsterke en technisch goede spits, bouwde eind jaren zestig als trainer aan het gouden Ajax dat in begin jaren zeventig de wereld veroverde.

Recordzege

Michels' opvolger, Stefan Kovacs, plukte de vruchten van de voedingsrijke bodem die door 'de Generaal' werd gelegd. De laatste thuiswedstrijd van het seizoen 1971-1972 - Vitesse was die voetbaljaargang voor één jaar in de eredivisie te bewonderen - eindigde in een recordzege.

Cees van Nieuwenhuizen was voor Het Parool in de Meer aanwezig en hij zag hoe de 12-1 tot stand kwam: ,,Het afscheid van eigen publiek in dit seizoen had niet waardiger kunnen zijn. Ajax bewees voor de aftrap trouwens al over een sterk ontwikkeld gevoel voor public relations te beschikken, door bossen rood-witte anjers in de tribunes te slingeren. Het was een ideetje van de spelers zelf geweest en na afloop sommeerde aanvoerder Cruijff zijn elftal nog eens in de middencirkel om vanaf die plek voorlopig te scheiden van de clientele.

Het al gedegradeerde Vitesse fungeerde als een ultieme jachttrofee. Ajax wilde per se de totaalscore van het seizoen op honderd goals brengen, daarvoor moest acht keer worden gescoord. Johan Neeskens gaf met twee fabuleuze kopballen het goede voorbeeld. Neerlands topscorer Johan Cruijff liet zich niet onbetuigd en schoot vervolgens drie goals achter de verbijsterde doelman Beukhof. Nog drie te gaan. Dick van Dijk, de spits die afscheid nam van Ajax (hij speelde het jaar daarna voor Vitesse), bracht met twee treffers het totaal op zeven. ,,De met langdurig applaus begroette honderdste goal van Ajax kwam van Gerrie Muhren, schreef Van Nieuwenhuizen. ,,Na ruime een kwartier in de tweede helft sneed de rossige Volendammer de bal met een strak schot door Vitesses verdediging en via de binnenkant van de paal werd keeper Beukhof verslagen. Ook de ene eretreffer van de Arnhemmers werd met klaterend applaus gehonoreerd, waarna de Ajacieden lustig doorgingen. De teller eindigde op twaalf Amsterdamse doelpunten.