FC Twente wint beker na strafschoppen

Een van de sfeervolste bekerfinales van de laatste jaren, werd voor het eerst sinds 1964 (Fortuna '54 - ADO) via strafschoppen beslist. In de wedstrijd kwamen PSV en FC Twente niet tot scoren. Vanaf elf meter leken de Eindhovenaren aan het langste eind te trekken, maar doelman Boschker stopte bij een 1-3 achterstand drie strafschopen op rij en zo veroverden de Tukkers voor het eerst sinds 24 jaar weer de beker, 4-3.

PSV was als landskampioen al zeker van de Champions League en daarom mocht FC Twente als bekerfinalist komend seizoen meedoen aan de UEFA-beker. Wellicht was dat de verklaring van de weinig verheffende wedstrijd. In De Kuip stond alleen prestige op het spel. Dat gold vooral voor Twente. De Tukkers stonden pas drie keer in de finale, waarvan de laatste keer al 22 jaar geleden was, en wonnen alleen in 1977 de trofee. Toen ten koste van PEC Zwolle.

Twente wist zich gesteund door meer dan 30.000 enthousiaste aanhangers. Daardoor had de bekerfinale voor het eerst sinds jaren weer eens de allure van een heuse eindstrijd. Hoe fanatiek de fans ook waren, de spelers konden op het veld weinig bewerkstelligen. De meesten weten dat zij zelden in de bekerfinale zullen staan. Daarom was het voor hen enerzijds een feest, maar anderzijds was er ook de last een goed resultaat te moeten leveren.

Via de counter was Twente wel een paar keer gevaarlijk, maar de ploeg stond vooral met de rug tegen de muur. In de beginfase kreeg Booth een goede kans, maar PSV-doelman Waterreus pareerde zijn inzet. Waterreus was net op tijd hersteld van een kuitblessure. Na krap een half uur kreeg Twente via Booth de beste mogelijkheid. Hulshoff brak op rechts door, maar zijn pass op Booth was net te scherp voor de Schot om Waterreus uit te spelen.

Twente speelde met twee spitsen (Booth en Vennegoor of Hesselink) tegen PSV met liefst vier (die samen ruim 100 miljoen gulden waard zijn bovendien) en negen internationals in de basis. De kampioen kreeg daarom meer kansen. Van Nistelrooy en Bruggink stonden centraal in de aanval. Kezman was naar links gedirigeerd en Rommedahl speelde aan de rechterkant.

PSV zette wel veel druk op Twente, maar was niet in grootse vorm. De Tukkers verdedigden bovendien bekwaam. Kezman viel pas na veertig minuten op met een schot. De Joegoslaaf en Bruggink bakten er weinig van en werden na zeventig minuten gewisseld voor Kolkka en De Jong. Van Nistelrooy kwam ook zelden los, terwijl Rommedahl weinig goede voorzetten gaf.

Daardoor had de bekerfinale wel heel veel sfeer, maar geen hoog niveau en weinig opwinding binnen de kalklijnen. Na een uur leek de wedstrijd wat op te leven, met kansen voor Van der Laan (Twente) en Bruggink (PSV). Twente probeerde het wel, maar was te krachteloos voor de sterke PSV-defensie. Dat gold met name voor Vennegoor, onder meer begeerd door PSV.

De wedstrijd was spannend doordat het zolang 0-0 bleef. Kansen waren er nauwelijks voor beide teams in de tweede helft. PSV was de gevaarlijkste ploeg in de verlenging. Dat leidde tot slechts een kans voor Van Bommel. Hij kon de strafschoppenserie niet voorkomen.

Die begon dramatisch voor Twente. Vennegoor faalde van elf meter en Waterreus keerde ook de derde penalty, van Heubach. PSV toonde zich aanvankelijk koelbloediger. Respectievelijk Hofland, Van Nistelrooy, Van Bommel scoorden, maar vervolgens stopte Boschker de inzetten van De Jong en Waterreus. Hulshoff zette Twente daarna op voorsprong, waarna Kolkka voor PSV de beslissende strafschop miste.