Fischer streeft naar perfectie

Fischer streeft naar perfectie

Viktor Fischer kwam woensdagavond in het verloren bekertreffen met AZ (0-3) twintig minuten in actie. Niet langer, want trainer Frank de Boer is zuinig op zijn linksbuiten. Met nog tien competitieduels te gaan, is de ambitie van de jonge Deen bijna tastbaar. Daarbij blijft hij onverminderd kritisch op zichzelf.

Viktor Gorridsen Fischer beleefde in Aarhus een onbezorgde jeugd, geholpen door de beschermde omgeving en het gegoede milieu waarin hij opgroeide. Zijn vader is bankier, zijn moeder een vooraanstaand rechter. Zijn opa van moeders kant is Poul Pedersen, een van de iconen uit de Deense voetbalhistorie. Pedersen was de eerste Deense voetballer die vijftig interlands achter zijn naam had, won met de nationale ploeg zilver bij de Olympische Spelen van Rome in 1960 en ontwikkelde zich na zijn carrière tot een succesvol zakenman.

,,We hebben altijd een heel stabiel gezin gevormd, mijn ouders, mijn broer, mijn zusje en ik. Mijn broer Magnus voetbalt ook, in het eerste elftal van Lysing. Waarom ik wel ben doorgebroken als voetballer en hij niet?” Fischer laat een stilte vallen en lijkt oprecht voor het eerst na te denken over deze vraag. ,,Behalve met talent heeft dat denk ik vooral te maken met een bepaalde houding. Magnus is een heel stille jongen. Als iemand iets tegen hem zegt, dan gaat hij daar liever over nadenken dan dat hij direct iets terugzegt. In dat opzicht heeft hij te veel brains en is hij te weinig voetballer. In dit wereldje word je dan gemakkelijk naar de achtergrond gedrukt.”

Fischer: ,,Ik moet niet te veel nadenken. Maar dat geldt binnen het veld." Fischer: ,,Ik moet niet te veel nadenken. Maar dat geldt binnen het veld."

Dat laatste zal Viktor Fischer niet snel gebeuren, zo geeft hij grif toe, met een vette grijns. We leerden hem in Nederland kennen als een zelfverzekerd ogende jongen, borst en kin vooruit, overtuigd van zijn eigen kunnen, fotogeniek en met altijd een vlotte babbel paraat. Hoezeer hij ook geniet van zijn glamoureuze bestaan als profvoetballer en het najagen van zijn sportieve dromen, ergens kan hij ook jaloers zijn op zijn oudere broer, die meer van ‘het gewone leven’ meekrijgt. Zelf leeft hij in een ritme dat overwegend bestaat uit trainen, rusten en wedstrijden spelen, bijna monomaan. ‘Soms mis ik het sociale aspect wel een beetje,’ zegt Fischer. ,,En de Deense taal. Natuurlijk, het gaat best goed, dat Nederlands, maar het is nog lang geen Deens. Ik moet voortdurend nadenken over de woorden die ik kies en als ik precies wil uitleggen wat ik eigenlijk voel, dan lukt dat nog niet altijd. Communiceren in het veld gaat prima, maar in een persoonlijk gesprek is het soms lastiger."

De bescheidenheid die hij toont als het gaat om zijn beheersing van de Nederlandse taal tekent bovenal de perfectionist in Fischer. Misschien wel juist omdat het hem zo gemakkelijk lijkt af te gaan, is de jonge Deen extreem kritisch op zichzelf zodra de machine even hapert. Niet alleen als hij praat, maar vooral ook als hij voetbalt. Voorbeelden te over. Neem de thuiswedstrijd tegen Feyenoord. Een duel waar heel Nederland naar keek, was door twee goals van Fischer al bij rust bijna in Amsterdams voordeel beslist. De gemiddelde achttienjarige had op zo’n moment met zijn hoofd in de wolken gelopen. Zo niet Viktor Fischer, die de diverse cameraploegen na afloop van de Klassieker buitengewoon zelfkritisch te woord stond. En kijk ook nog eens naar zijn reactie nadat hij Ajax in Venlo op 0-2 had gezet tegen VVV. Een prachtig schot na een heerlijke aanval, daar niet van. Maar uit de manier waarop Fischer juichte, sprak bovenal frustratie over de vele dingen die tot dat moment fout waren gegaan.

Natuurlijk, je kunt zeggen dat hij pas achttien jaar is, dat hij misschien wel rijkelijk voorloopt op schema door nu al een min of meer vaste waarde in Ajax 1 te zijn. Maar daar wil Fischer zelf niets van weten. Na een spectaculair debuutjaar in de A1, waar Fischer vooral door zijn prestaties in de Europese wedstrijden al enige naam maakte, haakte hij afgelopen zomer tijdens de voorbereiding op het nieuwe seizoen aan bij het eerste elftal - conform zijn eigen stappenplan. Een debuut in de wedstrijd tegen PSV om de Johan Cruijff Schaal leek naadloos te passen in zijn stormachtige ontwikkeling, maar vanaf dat moment werd het even stil. Het was een periode waarin twijfels bezit namen van zijn bovenkamer, bekent Fischer. ,,Waar ligt het aan? Komt het vanzelf weer goed, is het een kwestie van tijd? Daar was ik voortdurend mee bezig. Ik speelde rond die tijd een paar heel slechte wedstrijden, ook in de A1, terwijl ik daar eigenlijk de beste had moeten zijn."

Uiteindelijk vocht hij zich terug, in zekere zin tegen zijn natuur in. ,,Het klopt dat ik het vooral van spontaniteit en intuïtie moet hebben, ik moet niet te veel nadenken. Maar dat geldt binnen het veld. Daarbuiten ben ik heel bedachtzaam. En dat moet ook, al schiet ik er soms wel in door. Maar je moet toch iets doen met de dingen die mensen tegen je zeggen, de tips die ze je geven? Op een gegeven moment moet je het allemaal op een rijtje zetten en tegen jezelf zeggen dat het nu echt tijd is om te laten zien wat je kunt."

Tekst: Ajax.nl/Maarten Dekker
Foto's: Ajax.nl/Louis van de Vuurst