'Gaan we bijdehand doen poppensnor?'

'Gaan we bijdehand doen poppensnor?'

Jaap Visser van Kick uitgevers schrijft iedere maandag een blog over de geschiedenis van Ajax. Deze week gaan we 35 jaar terug in de tijd naar zondag 15 maart 1981.

‘Het was net een droom. Ik vond het de mooiste dag van m’n leven’, zei interim-trainer Aad de Mos na de 7-2-zege op Excelsior op zondag 15 maart 1981. In de maandagkranten werd daar flink over geschamperd. ‘Als zo’n eentonig potje voetbal hem de dag van zijn leven bezorgt, moet het bestaan van Aad de Mos weinig verheffend zijn’, luidde één van de snerende commentaren.

Maarten de Vos
Maar ja, wat had Aad de Mos op zijn 32ste nou meegemaakt in het voetbal. Hij had in de betaalde jeugd van ADO gespeeld, ten tijde van Ernst Happel, hij was trainer geweest bij de amateurs van Wilhelmus in Voorburg, De Valkeniers in Den Haag en RVC in Rijswijk. En in de zomer van 1980 was hij jeugdtrainer bij Ajax geworden. Dat had hij te danken aan Maarten de Vos, net als hij een Haagse jongen, een gereputeerde journalist die voetbalmakelaar was geworden en die bij Ajax wel wat te vertellen had. Omdat voorzitter Ton Harmsen nogal naar hem luisterde.

De Mos, een geboren trainer met een ruim bemeten snor, viel op bij Ajax en toen Harmsen het in het vroege voorjaar van 1981 niet meer zag zitten in hoofdtrainer Leo Beenhakker werd Haagse Aadje boven geroepen, in de bestuurskamer aan de Middenweg. ,,Zeg poppensnor’’, begon de voorzitter, ,,denk je dat je het van Leo kunt overnemen?’’

Bobby Haarms
,,Dat denk ik wel voorzitter’’, blufte de jeugdtrainer en vijf dagen later zat hij naast Bobby Haarms in de dug-out bij het eerste en had hij de dag van zijn nog jonge leven. Zesde stond Ajax toen ‘de poppensnor’ het overnam en meteen spelers als Martin van Geel, Kees Zwamborn en Martin Wiggemansen op een zijspoor zette. Veertien wedstrijden later waren de Amsterdammers als tweede geëindigd en hadden zij het ongenaakbare AZ’67 in de Alkmaarder Hout de enige nederlaag van het seizoen toegebracht.

De Mos dacht zijn droombaan te kunnen behouden, maar tot zijn ontsteltenis kwam Ajax met routinier Kurt Linder op de proppen. Op aanraden van De Vos schikte De Mos zich in een assistentenrol, maar hij wist wel te bedingen dat hij een jaar later als hoofdtrainer op eigen benen mocht staan. Ajax had Wim Jansen als leider in het veld en kreeg in december 1981 ook Johan Cruijff terug. De Mos gaf zijn ogen en oren goed de kost en leerde zich suf dankzij die twee voetbalhoogleraren in het veld.

Arbeidsovereenkomst
Na de herovering van de landstitel in 1982 dacht Ajax dat het nog maar een jaartje zo verder moest met die samenstelling van de trainersstaf. Maar De Mos zwaaide met zijn arbeidsovereenkomst en dat betekende exit Linder. Bijna drie seizoenen duurde het hoofdtrainerschap van De Mos, die de door Beenhakker begonnen verjonging doorvoerde waardoor Ajax met een jeugdig elftal (Sonny Silooy, Gerald Vanenburg, Frank Rijkaard, Ronald Koeman, Rob de Wit, John van ’t Schip en Marco van Basten) in het seizoen 1984-’85 in gestrekte draf op het kampioenschap afsnelde. Maar toen zei de wat overmoedig geworden Aad tegen journalisten dat Ajax op zijn kompas voer. ,,Gaan we bijdehand doen poppensnor?’’, vroeg de humeurige Harmsen. Een maandje voordat de titel veilig werd gesteld, beleefde De Mos de slechtste dag van zijn nog altijd jonge leven: ontslagen.

Jaap Visser, Kick uitgevers

[Kick uitgevers is de boekenpartner van Ajax en uitgever van het Ajax Jaarboek dat vanaf 2016 zal worden voorzien van een historische deel.]

Foto: Aad de Mos (links) en Bobby Haarms tijdens Ajax-Excelsior 7-2 op 15 maart 1981, Hans van Dijk, Nationaal Archief/Anefo, licentie CC BY.