'Gedeelde smart is halve smart'

'Gedeelde smart is halve smart'

Iedere week schrijft een speler of speelster van Ajax een column voor de Ajax Nieuwsbrief. De internationals Jasper Cillessen, Daley Blind, Daphne Koster en Anouk Hoogendijk wisselen elkaar telkens af. Deze week is het de beurt aan Anouk Hoogendijk.

Op dit moment is het Nederlands Vrouwenelftal op trainingskamp in La Manga. En ik ben gewoon hier bij Ajax. Ik had dat trainingskamp een paar weken terug al afgezegd, omdat ik nog altijd geblesseerd ben. Mocht ik wel fit zijn geweest dan ontbrak het ritme. Deze blessure houdt mij nu zes weken aan de kant. De gemiddelde tijd die voor deze knieblessure staat is vier tot zes weken, maar ik heb dit letsel eerder gehad en toen was ik er zes maanden zoet mee. Toen speelde ik nog bij FC Utrecht en heb ik het hele hersteltraject in mijn eentje moeten doen. Dat was veel zwaarder. Toen ik het na zes weken op het veld probeerde, ging het mis.

Dat verwacht ik nu niet. Het is mijn eerste blessure in mijn Ajax-carrière en ik ben er redelijk nuchter onder. Natuurlijk baalde ik wel heel erg, maar het hoort bij voetbal. En als ik kijk naar de periode waarin ik geblesseerd ben, dan is dat de minst slechte tijd. Er zit een winterstop in en we hadden met Ajax de topwedstrijden tegen FC Twente en PSV al gehad en die heb ik nog gewoon meegespeeld. De andere duels waren, met alle respect, toch tegen mindere tegenstanders.

Ook als ik kijk naar de blessures van mijn teamgenoten dan valt die van mij wel mee. Ik heb groot respect voor hoe die meiden aan hun herstel werken. En dat het spreekwoord ‘gedeelde smart is halve smart’ klopt, ondervind ik nu aan den lijve. Dagelijks train ik met Pascalle Tang en Marjolijn van den Bighelaar. Laura du Ry traint al met de groep mee, maar door haar schouderblessure kan ze nog niet keepen. Leonne Stentler komt om de dag. Met name Leonne heeft zo’n zware blessure –zij heeft haar achillespees afgescheurd - dan vind ik dat ik niet moet zeuren. Een blessure hoort bij voetbal en twee maanden zijn nog te overzien. Ik heb groot respect voor speelsters die dit een heel seizoen moeten doen.

Door deze blessure krijg ik de kans een andere kant te zien van Ajax. Ik ben ruim voor speelsters op de club zodat ik klaar ben voordat de rest komt. Ik wil de behandeling van mijn teamgenoten niet in de weg zitten, maar mijn training duurt ook veel langer dan de veldtraining van het team. Voor de hersteltraining heb je wel discipline voor nodig, want je bent zo’n 2,5 uur bezig. Maar het is ook wel gezellig. De jongens van Jong Ajax en A1 trainen hier ook en als wij dan roepen ‘tijd voor het buikspierkwartiertje’ dan sluiten zij soms aan. Dat schept wel een band. Het positieve van geblesseerd zijn is dat je andere mensen van de club leert kennen.

Daarentegen is het contact met de rest van ons eigen team wel lastig. Je bent vroeger op de club en als het niet goed is voor je blessure dan reis je niet met de bus mee naar uitwedstrijden. Dan mis je het contact wel. Ik probeer daarom wel op trainingsdagen gelijk met ze in de kleedkamer te zijn, zodat ik ze kan spreken. Betrokkenheid is belangrijk; we blijven wel een team.

Ik was wel blij dat we met Kerst vrij waren en toen ben ik een weekje naar Gambia gegaan. Heerlijk. Natuurlijk wel wat schema’s meegenomen. Ik heb veel gezwommen. Die vakantie is goed voor mij en mijn blessure geweest. Ik weet dat het wel langer dan zes weken zal duren, maar ik maak stapjes. Afgelopen woensdag had ik voor het eerst mijn voetbalschoenen weer aan. Dat voelde lekker! Ik denk niet deze blessure zolang zal duren als de eerste keer. Ik hoop snel wedstrijdfit te zijn en dat de opmars van ons team zich ook in de tweede seizoenshelft zal voortzetten.