Getergd leeuwenhart neemt wraak

Getergd leeuwenhart neemt wraak

Niet alleen het traditioneel extatische gevoel na een belangrijk doelpunt, er lag ook frustratie besloten in de reactie die volgde op de twee treffers die Ajax een plaats bezorgden bij de zestien beste clubteams van Europa. Nigel de Jong juichte uitbundig, maar had tegelijkertijd een verbeten grimas op het gelaat. De maker van beide goals hield dinsdagavond begrijpelijkerwijs ietwat gemengde gevoelens over aan de gewonnen confrontatie met Sparta Praag (2-1).

Het deed hem pijn om een speler te passeren waarvan de klasse gevoeglijk bekend is, maar Danny Blind formeert zijn teams nu eenmaal niet op basis van namen of reputaties. In zijn visie is het individu te allen tijde ondergeschikt aan het collectief en specifieke kwaliteiten moeten passen binnen de strijdwijze van het moment. De trainer van Ajax meende dit keer dat de strategie van de avond vroeg om andere types dan Nigel de Jong, de Nederlandse international die zelden versaagt. Blind opteerde tegen de Tsjechische kampioen voor een veldbezetting met de punt naar voren op het middenveld, zoals de coach het later in modieus jargon verwoordde. ,,In de uitwedstrijd tegen Sparta Praag lag er een behoorlijk gat tussen hun verdediging en het blok dat daarvoor opereert. Dat zagen we ook terug in andere duels waarvan we videobeelden hebben bekeken. Er was dus veel ruimte voor een echte nummer tien.’’
In de vrijwel uitverkochte Amsterdam ArenA moest Blind constateren dat de theorie niet rijmde met de praktijk. Het tactisch plan - waarin Wesley Sneijder kort achter spits Yannis Anastasiou opereerde - viel enerzijds in duigen door de speelwijze van Sparta Praag, maar Ajax voerde ook zijn eigen taken niet naar behoren uit, vond Blind. ,,We slaagden er niet of nauwelijks in de vrije man te vinden. Sneijder had moeten profiteren van de ruimte, maar kwam veel te vaak met zijn rug naar het doel te staan.’’
Halverwege paste de trainer zijn plannen aan, en niet veel later ook zijn opstelling. Acht minuten na de pauze mocht De Jong zich alsnog ontdoen van zijn trainingspak. Als vervanger van Olaf Lindenbergh verscheen hij zo mogelijk nog getergder binnen de lijnen dan normaal. Een kwartier later bleek de wissel een gouden greep. Sneijder mocht aanleggen voor een vrije trap en waar iedereen een doelpoging verwachtte, volgde een gecamoufleerde voorzet. Sparta Praag liep met open ogen in de val: een handvol Ajacieden kon ongehinderd op het doel aflopen en uitgerekend De Jong knikte raak. Blind: ,,Die vrije trap was er eentje die we al langer kennen bij Ajax. Het is onwaarschijnlijk dat je er in Nederland nog succes mee hebt, maar internationaal trapt een enkeling er nog wel in.’’
De trainer van Ajax was blij met de sportieve wraak van De Jong, die een minuut voor het einde van de officiële speeltijd ook de tweede treffer voor zijn rekening nam. ,,Natuurlijk doet het pijn om iemand als Nigel op de bank te zetten, iemand met een leeuwenhart, iemand die er altijd vol voor gaat. Het is mooi dat iemand die ik op basis van een keuze eerst moet teleurstellen, later beide doelpunten laat aantekenen.’’ Iets soortgelijks overkwam Blind al eens eerder. Toen Ajax zich via een tweeluik tegen Brøndby probeerde te plaatsten voor de Champions League, moest Sneijder aanvankelijk als reserve toekijken. Uiteindelijk maakte ook die twee doelpunten, die Ajax mede toegang verschaften tot het miljoenenbal.
Nu plaatsten de Amsterdammers zich voor de achtste finales, iets wat Blind ook als doelstelling had geformuleerd. Het was een reëel streven, ook omdat FC Thun en Sparta Praag de zwakke broeders bleken waarvoor ze bij de loting al werden aangezien. ,,De verhoudingen zoals we ze hadden ingeschat, bleken te kloppen’’, aldus de oefenmeester. ,,We hebben simpelweg gedaan wat we moesten doen en moeten ons nu zeker niet rijk rekenen. De kwalificatie is vooral een mentale opsteker, die hopelijk doorwerkt binnen de spelersgroep.’’
Blind wilde maar zeggen: er valt nog genoeg te verbeteren aan het spel van zijn ploeg. Ook tegen Sparta Praag maakte Ajax het zichzelf onnodig moeilijk. De Amsterdammers hadden verreweg het meeste balbezit (67 procent over de hele wedstrijd) en waren superieur in hun positiespel, maar het rendement bleef daar ver bij achter. Als de Tsjechische tegentreffer eerder was gevallen dan in de blessuretijd, zou Ajax hard gestraft zijn voor zijn eigen nalatigheid. Nu was er alle reden voor een bescheiden feestje.